Econoterrorisme

In De Tijd verscheen een stuk van Kaaiman over de familie Van Rompuy.

“Kaaiman heeft een nauwe band met de familie Van Rompuy. Omgekeerd geldt dat minder. Wij hebben nog les gehad van vader Vic Van Rompuy, boden troost aan Herman toen die als senator neerslachtig zat weg te kwijnen in een troosteloos bureautje in het Huis der Parlementsleden, stemmen al jaren op Tine, en zaten lang geleden in Leuven in dezelfde kroegen als Eric, voor wie wij net als de rest van de familie altijd mild zijn gebleven, wat hij ook uitkraamde. En dat was wat.

Vic Van Rompuy was een geweldige professor. Eén die kon lesgeven, die vind je niet vaak. Hoe hoger je klimt op de ladder van het onderwijs, des te slechter ze hun waar verkopen. De cursus economie die wij bij hem volgden, werd onderwezen op zaterdagmorgen, om half negen. Leuven liep op vrijdagavond leeg en de enkelingen die bleven, zopen zich lam, maar de aula van Van Rompuy stroomde de volgende zo vroege ochtend altijd bomvol. Zijn goede vriend Gaston Geens was toen minister van Financiën, om er

maar aan te herinneren dat er op Financiën ook bekwame Geensen hebben gezeten.

In die tijd doceerden professoren economie economie. En ze schreven zo nu en dan een handboek, van elkaar af. Plus een gedrukte cursus met de leerstof. Pagina 1: ‘Robinson Crusoë had schaarste. Hoe loste hij dat op? Hij deed een zwarte knecht voor zich werken.’ Daarmee kon de leergang eigenlijk worden afgesloten, want in essentie is elk economisch systeem daarmee verklaard, maar omdat zelfs de prijzen van de Acco te hoog waren voor een zo beknopte handleiding, werden daar een twintigtal hoofdstukken aan toegevoegd. Galbraith, Keynes, de School van Chicago, eventueel het akkoord van Bretton Woods, nog een voetnoot over Marx, dat was het. Om de twee jaar werden die hoofdstukken van plaats verwisseld, en zo zagen alle studenten zich verplicht een nieuw exemplaar aan te kopen, een goed praktisch voorbeeld van wat hen daarin werd aangeleerd.

Professoren economie gaven vroeger geen interviews. Wij zullen dat herhalen: professoren economie gaven vroeger geen interviews. Geen. Een of twee keer per jaar dineerden ze in de Faculty Club met een krantenjournalist die niet tot de allerdomsten werd gerekend, om hem subtiel te wijzen op alle stommiteiten die ook hij aan het papier had toevertrouwd, maar dat bleef off the record. Vandaag, helaas, is het anders. Elke dag zijn er wel ergens in de media, zowel de gedrukte als de audiovisuele

en de getweete, een stuk of vijf economen die hun belangeloze en een dag later compleet verkeerd blijkende mening komen verkondigen. De journalisten die hen ondervragen hebben meestal en voor zo ver mogelijk nog minder kaas gegeten van economische wetmatigheden, die overigens niet bestaan, zodat ze niet bij machte zijn de dwaasheden te corrigeren die de professor met zorgwekkende zelfgenoegzaamheid debiteert.

En nu heeft Eric Van Rompuy in het parlement een bevlogen speech gegeven, in volgorde van belangrijkheid voor de doven, de muren, en Siegfried Bracke, waarin hij die overkill aan kletspraatjes van economen vakkundig hekelde. Econoterrorisme. Ze scheppen met hun veelal op niets gesteunde kritieken en opmerkingen een antipolitiek klimaat waarin ze ten langen leste zelf nog als enigen politiek bedrijven, daar kwam het betoog van Van Rompuy op neer. Goed gezegd, Eric, en de groeten aan Tine. En aan de president in ruste.”.