Eric Van Rompuy, My last five years

Welk industriebeleid?

28Feb10

In de Commissie Economie in het Vlaams Parlement was er deze week een interessant debat over de toekomst van het industriebeleid in Vlaanderen.Bart Haeck bracht hierover het volgende verslag uit in de TIJD Weekend.

‘Ik wil een vraag over al deze vragen stellen’, zei Vlaams Parlementslid Eric Van Rompuy donderdagnamiddag plots in de commissie Economie van het Vlaams Parlement. Lode Vereeck (LDD), Lydia Peeters (Open VLD), Chris Janssens (VB), Bart Van Malderen (sp.a) en Robrecht Bothuyne (CD&V) hadden minister-president Kris Peeters net verzocht uit te leggen hoe dat nu zat met Vlaamse steun voor nieuwe modellen bij Ford Genk.
Van Rompuy, van 1995 tot 1999 Vlaamse minister van Economie, merkte op dat iets aan het veranderen is. Enkele jaren geleden werd het in het Vlaams Parlement zelfs niet toegestaan dat vragen werden gesteld over overheidssteun aan individuele bedrijven. En wat Ford Genk betreft, zei hij, gaat de discussie over de mogelijke komst van drie nieuwe modellen. Die zijn belangrijk voor de toekomst van het bedrijf, maar het gaat tot nader order niet over een Opel-scenario.
Hangt protectionisme in de lucht? Nogal wat politici vrezen van wel. Sinds de financiële crisis hebben de meeste regeringen hun nationale banken gered. En daarna barstte in Europa een schaduwgevecht los over staatssteun aan bedrijven als Opel. Waar eindigt dat, vragen Vlaamse politici zich af. Want als buurlanden als Duitsland en Frankrijk de kraan met staatsgeld blijven opendraaien, kan Vlaanderen nooit op niveau meespelen.

Niet dat de Vlaamse regering het niet wil proberen. Dat laat zich het best zien in de plannen om overheidssteun te geven voor de ontwikkeling van een elektrische auto. Peeters wil zo’n ‘groot project’ als voortrekker en als voorbeeld voor bredere plannen als Vlaanderen in Actie. Het zou meteen toestaan ook de link te leggen met ontwikkelingen voor betere batterijen of materialen.
De filosofie achter dat plan is nieuw. Voor het eerst in jaren heeft de Vlaamse regering weer de ambitie zelf te bepalen in welk soort bedrijfsactiviteit ze geld wil investeren. Zo is er bij heel wat werkgevers ook ongerustheid over de opdracht die de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) kreeg om ‘regiegroepen’ uit te werken. Daarmee moet ze het kader schetsen waarin Vlaanderen innovatie bij voorkeur wil stimuleren. Peeters reageerde al dat hij niet van plan is een ‘etatistisch’ beleid te voeren.

In dezelfde lijn ligt de staten-generaal voor de industrie. Ook daar heerst de discussie over hoe ver de Vlaamse overheid kan gaan om een deel van de economie een duw in de rug te geven. De bedoeling lijkt vooral te focussen op die fabrieken waar ook een onderzoekscentrum aan verbonden is. En een laatste voorbeeld van de nieuwe benadering ligt in de clusters van Vlaanderen in Actie, zoals het Medisch Centrum Vlaanderen. Dat moet de koepel worden boven projecten in medische innovatie.
Qua filosofie is dat een ommekeer. Eric Van Rompuy legt uit hoe in 1987, onder Gaston Geens (CVP), de Vlaamse regering voor 375 miljoen euro ‘expansiesteun’ gaf, een subsidie voor investeringen. Onder zijn bewind als minister van Economie werd dat afgebouwd tot de helft. Toen paars-groen aan de macht kwam, werd het nog strenger. Investerende bedrijven kregen de steun niet meer automatisch, maar moesten in een wedstrijdformule naar een brok uit het kleinere budget dingen. De impact op sectoren en investeringen nam daarmee af. Tegelijk trok de Vlaamse regering zich ook uit terug uit de zogenaamde ‘nationale sectoren’, zoals textiel en staal.
Bovendien nam het zogenaamde flankerend beleid een hoge vlucht. Een onderneming kreeg niet langer subsidies omdat ze een textielbedrijf was of tot de juiste sector behoorde, maar omdat ze geld uittrok voor opleiding of voor milieuvriendelijke technologie. De expansiesteun ging uiteindelijk helemaal op in de ecologiepremie. De overheid investeerde niet langer in bedrijven en machines, maar in vaardigheden van werknemers en in groene technologie.
Die opleidingssteun heeft overigens het voordeel zowel wortel als stok te zijn. Als een bedrijf saneert, kan de Vlaamse overheid doorgaans ook een deel van de opleidingssteun terugvorderen of blokkeren. Dat laatste gebeurde gisteren overigens voor Carrefour.
Donderdagnamiddag kwam Carrefour overigens al ter sprake in de commissie Economie van het Vlaams Parlement. Want nu de Vlaamse overheid in het kapitaal van KBC zit, weer een sectorbeleid op poten zet en aan een overheidsinstelling vraagt de regie voor innovatie over te nemen, rijst de vraag wat de grenzen van die overheidssturing zijn.
Van Rompuy waarschuwde alvast voor te hoge verwachtingen voor de Vlaamse overheid als redder en regisseur van de economie: ‘Straks moeten we de bevolking gaan uitleggen waarom we Carrefour niet redden.’

© 2010 Mediafin

 

Recente artikels

Links

Categorieën

Maandelijks archief

Syndicatie