Voorlopig geen onderzoekscommissie
29Oct09
Na het debat in de plenaire vergadering besloot het Vlaams Parlement voorlopig geen speciale onderzoekscommissie op te richten over de BAM. Er bleek met de oppositiepartijen (VB,LDD en VB) geen vergelijk mogelijk over hun moties die de onmiddellijke oprichting vroegen van een onderzoekscommissie.
Het debat wees uit dat sommige partijen en actiegroepen als ademloos en de stRaten-generaal nog eens het referendum wilden overdoen in het Vlaams Parlement en helemaal niet bezig zijn met het zoeken naar duurzame oplossingen voor de verkeersinfarct rond Antwerpen. Het risico dat de onderzoekscommissie ontaardt in een partijpolitieke afrekening,infiltratie van de actiegroepen en Antwerpse toestanden is op dit ogenblik te groot.
Toch sloot CD&V bij monde van fractieleider Ludwig Caluwé niet uit dat er in de toekomst toch wordt besloten tot de oprichting van een onderzoekscommissie: “CD&V is ervan overtuigd dat een onderzoekscommissie kan leiden tot waardevolle beleidsaanbevelingen met het oog op het beheren van toekomstige grootschalige projecten. Vanuit die optiek verzet CD&V zich niet per definitie tegen de oprichting ervan, maar er mag op geen enkel moment een hypotheek worden gelegd op het hangende dossier. De Regering nam het initiatief om in 7 werkgroepen het BAM-dosssier bij te sturen en op korte termijn te werken aan oplossingen. Intussen kan de parlementaire controle gebeuren via de vooruitgangsrapportages van de BAM in de commissie Openbare Werken in het VP.” Ook mijn collega en BAM-specialist Carl Decaluwé zei dat “als de Regering binnen enkele maanden niet tot duurzame oplossingen komt en men enkel dreigt te eindigen op grote schadeclaims, een onderzoekscommissie over de Oosterweelverbinding op zijn plaats is.”
Tijdens dit debat in het VP deed ik de hiernavolgende tussenkomst:
De heer Eric Van Rompuy:
Mijnheer de voorzitter, ik ben misschien de enige hier die nog de twee onderzoekscommissies in dit Vlaams parlement heeft meegemaakt. De eerste was in 1993, zestien jaar geleden, over de Kempense Steenkoolmijnen (KS). In 2000 zat ik op de beschuldigdenbank bij de onderzoekscommissie over de scheepskredieten. Die commissies, en zeker de KS-commissie, zijn toen tot stand gekomen in consensus tussen meerderheid en oppositie. We hebben toen heel duidelijk gezegd wat de doelstellingen waren en uit die commissies zijn ook beleidsvoorstellen gekomen die sturend waren voor de problematiek. Zo heeft de KS-commissie geleid tot het uiteenrafelen van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (GIMV) en tot een nieuw economisch instrumentarium voor Limburg.De onderzoekscommissie naar de scheepskredieten verliep bij de aanvang misschien wat woeliger, maar heeft uiteindelijk ook geleid tot het opdoeken van Gimvindus en tot het einde van de overheidsinterventies in de zgn. nationale sectoren. Toenmalig minister Van Mechelen was daar trouwens de uitvoerder van.
Een onderzoekscommissie moet kunnen verlopen in consensus tussen meerderheid en oppositie. Als ik uw moties lees, de commotie die errond wordt gemaakt en de intentieverklaringen die in de overwegingen staan, dan zie ik op dit ogenblik geen politiek draagvlak om de commissie sereen te laten verlopen. Het moet inderdaad de bedoeling zijn van een onderzoekscommissie om in de toekomst oplossingen mogelijk te maken, in de zin dat er een groot en nieuw infrastructuurdecreet moet komen dat heel de procedure inzake ruimtelijke ordening en leefmilieu omvat, waardoor het mogelijk moet zijn om grote infrastructuurwerken te realiseren in voorwaarden niet zoals nu dat men er 8 à 9 jaar voor nodig heeft om tot besluitvorming te komen. Er moet ook budgettaire klaarheid komen, over de imputatie van infrastructuurwerken op de begroting. We hebben al dikwijls gediscussieerd over wat ESR-matig kan of niet, over wat er wel of niet in de begroting moet, over de constructie van de meerderheid binnen BAM - nu is het 100 percent overheid -, over de verantwoordelijkheid van de administratie die, omdat ze het zelf niet kan doen, delegeert naar een instelling met een eigen raad van beheer die een eigen leven gaat leiden. Al die dingen zijn zaken die enorm belangrijk zijn voor de toekomst.
Ik heb daarnet nog een communiqué van vier bladzijden gekregen van Straten Generaal en van de heer Wim Van Hees van ademloos, waarin zij zeggen wat er allemaal zou moeten gebeuren in de onderzoekscommissie. Ik heb altijd gezegd dat een onderzoekscommissie niet mag worden uitgesloten, maar het mag geen onderzoekscommissie worden die het referendum gaat overdoen, op een toon die geen enkele sereniteit creëert om de zaken duurzaam op te lossen.
Het gaat niet alleen over BAM. Er zijn zo veel aspecten aan, dat dit in een sereen klimaat moet kunnen gebeuren. En ik vrees, op basis van de drie voorliggende moties, die de onderzoekscommossie zomaar willen starten zonder te weten wat de context en de finaliteit is, voor verdere polarisatie van het dossier.
Het principe van een onderzoekscommissie is belangrijk. Het verleden heeft uitgewezen dat een onderzoekscommissie kan leiden tot nieuwe paden, die anders niet mogelijk zouden zijn. Nu zie ik echter dat de actiegroepen van de onderzoekscommissie een forum willen maken om de discussie nog eens over te doen. Een onderzoekscommissie moet een antwoord bieden op de vraag hoe we een decretaal en budgettair draagvlak kunnen creëren om grote infrastructuurwerken in Vlaanderen tot een goed einde te brengen. Dat is de filosofie. In 1993 en 2000 bestond er een consensus tussen meerderheid en oppositie om dat te bereiken, maar nu zie die helaas niet.