EVR aan het woord
18Jan12
Hierbij mijn tussenkomsten vandaag in het Vlaams Parlement tijdens de actuele vragen in het Vlaams Parlement.
De heer Eric Van Rompuy:
Voorzitter, collega’s, mijn vraag aan de Vlaamse Regering gaat over de Leuvense economische standpunten inzake de Financieringswet. Er is in de pers heel wat commotie over geweest.
Ik heb de nota gisteravond gelezen en vind het tot hiertoe de beste nota die ik al gelezen heb over dat onderwerp. Het is intellectueel bijzonder interessant, men kan door die nota de Financieringswet zeker beter begrijpen en inschatten. De Leuvense professoren zeggen in hun studie dat de verwachtingen worden ingelost. De Financieringswet verdient lof. Er zijn geen noemenswaardige winnaars of verliezers. Professor Decoster heeft gisteren zelfs gezegd dat het al bij al “zeer goed meevalt”.
Minister-president, u hebt die studie ongetwijfeld ook gelezen. De heren zeggen ten eerste dat we er qua fiscale autonomie heel sterk op vooruit gaan: de gewesten krijgen een fiscale autonomie van bijna 20 miljard euro. De inkomsten van de gewesten uit belastingen stijgen van 43% naar 74,5 procent. De fiscale autonomie krijgt dus echt gestalte.
Ten tweede stellen ze dat de solidariteitsmechanismen minder genereus en transparanter zijn en dat ze niet langer pervers werken, zoals dat vroeger wel het geval was.
Ten derde neemt de responsabilisering globaal misschien niet toe, maar wel in de arbeidsmarkt. Als er minder responsabilisering is, heeft dat te maken met het feit dat de kinderbijslag en de ouderenzorg werden overgeheveld. Bij die bevoegdheden van de gemeenschappen gebeurt de overdracht immers op basis van het behoefte-criterium.
Mijn vraag gaat natuurlijk ook over de winst- en verliesrekening. Men zegt dat Vlaanderen wint en dat het verliest. Als men de studie goed leest, is dat afhankelijk van bepaalde hypothesen die men aanhoudt, de gehanteerd elasticiteitscoëfficiënt.
Minister-president, kan men over een periode van dertig jaar zinvolle prognoses maken? De verschillen die er per hoofd van de bevolking zijn, zijn erg marginaal. Over twintig jaar tijd gaat het over 289 euro per capita.
Hoe evalueert de Vlaamse Regering die studie? Is de Vlaamse Regering het ermee eens dat fiscale autonomie bepaalde risico’s inhoudt, maar dat de studie ons globaal gezien kan geruststellen dat het in de positieve zin evolueert?
De heer Eric Van Rompuy:
Minister-president, dank u voor uw antwoord. Het Vlaams Parlement heeft jarenlang gevochten voor meer fiscale autonomie. Wij hebben jarenlang gepleit om bepaalde bevoegdheden, zoals de kinderbijslag en de ouderenzorg, over te hevelen, maar dan wel met een financiering die voldoet aan de behoeften. Dat is ook belangrijk voor Vlaanderen. Wij hebben er ook jarenlang voor geijverd dat de solidariteitsmechanismes transparant en omkeerbaar zouden zijn. Al die zaken zijn nu gerealiseerd. Het is een feit dat er tussen nu en twintig jaar, in 2030, met de fiscale autonomie van de deelstaten bepaalde risico’s zijn. Wij zullen zelf verantwoordelijk zijn voor die belastingontvangsten. Er zal een dynamiek zijn. We kunnen niet voorspellen hoe de elasticiteit van de belastingontvangsten de volgende tien jaar zal evolueren, aangezien we niet eens weten wat de economische groei zal zijn. Er zijn een aantal niet-voorspelbare parameters. Deze studie stelt mij gerust. Die professoren zeggen dat het de verwachtingen inlost, dat het lof verdient en dat er in de toekomst natuurlijk enorme zaken onvoorspelbaar zijn, maar dat het globaal gezien voor Vlaanderen een goede zaak is. Dat heeft het Vlaams Parlement ook altijd gevraagd.
De heer Eric Van Rompuy:
We moeten optimistisch zijn. We hebben jarenlang geijverd voor die fiscale autonomie, voor die bevoegdheidsoverdracht. Er is nu een studie waarin staat dat dit in de toekomst allemaal financierbaar is. Hoe groter de autonomie, hoe groter de groei, hoe groter de opbrengst van de personenbelasting en hoe groter de elasticiteit. Nu gaat men die studie afkraken met een pessimistische hypothese waarin men zegt dat de economie niet zal groeien. Men heeft het over de slechtst mogelijke elasticiteit van 1,1 in plaats van 1,6 .
Het gaat hier duidelijk in hoofde van sommigen om een partijpolitieke beoordeling. In de commissie Financiën moeten we tijdens de volgende maanden die problematiek zeker nog bekijken. Ik heb er vertrouwen in dat de Financieringswet Vlaanderen meer mogelijkheden geeft. De grote uitdaging waar wij voor staan, is zeker financierbaar.
Wij zijn als Vlamingen – en ook mevrouw De Vits heeft dat gezegd – nog altijd een deel van een federatie België, die de pensioenen en de sociale zekerheid moet betalen. Die federatie moet ook financierbaar blijven. Zo niet, zullen ook wij daar problemen van ondervinden. Hoe dan ook blijven wij nog altijd afhankelijk van het federale niveau, ook voor een groot deel van onze financiering.
De heer Eric Van Rompuy:
Minister-president, u hebt vorige week aan de krant Le Soir verklaard dat naar de verkiezingen gaan in 2014 zonder afgeronde staatshervorming, een ernstig probleem zou zijn.
Die timing is heel belangrijk. We hebben nu die akkoorden maar die wetten moeten nog worden goedgekeurd en uitgevoerd. De middelen moeten worden overgedragen. Ik denk daarbij aan de Financieringswet. We moeten ook bevoegdheden overdragen. Hoe ziet de Vlaamse Regering die timing? Volgens sommigen kan de uitvoering van die staatshervorming pas na 2014 gebeuren. Anderen zeggen dat ze goedgekeurd moet worden en in werking worden gezet op 1 januari 2014.
Brussel-Halle-Vilvoorde wordt gesplitst. Mijn truitje is in het museum terechtgekomen, maar over de splitsing moet nog worden gestemd in het parlement. Mijnheer Demesmaeker, ik hoop dat u voorstander blijft van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en dat die zeker voor de gemeenteraadsverkiezingen moet worden goedgekeurd in de Kamer. We rekenen op de N-VA om dat mee te steunen, zodat die splitsing eindelijk realiteit wordt.
Minister-president, de al dan niet benoeming van de burgemeesters is ook belangrijk, en de Vlaamse Regering draagt daar ook verantwoordelijkheid in. Hoe ziet de Vlaamse Regering de timing van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, die samenhangt met de problematiek van de Rand en van de hervorming van de Senaat? Premier Di Rupo blijft heel vaag over die timing. Heeft de Vlaamse Regering daarover al overleg gepleegd met de Federale Regering?
De heer Eric Van Rompuy:
Ik kan de heer Demesmaeker melden dat de staatshervorming en de splitsing van BHV conform het Vlaams regeerakkoord verlopen. Dat is tijdens het debat heel duidelijk gezegd. Dat is belangrijk voor het Vlaams Parlement en voor de partijen die deze hervormingen steunen. Er is nog steeds een meerderheid in Vlaanderen die de staatshervorming en de splitsing steunt.
We hebben jarenlang rondgereden met T-shirts met de slogan ‘Splitsen nu!’. Nu we dit kunnen doen, vindt de heer Demesmaeker dat we blijkbaar nog een paar jaar verder moeten onderhandelen en is het niet meer urgent! We vragen al elf jaar dat de resoluties van het Vlaams Parlement zouden worden uitgevoerd. We hebben jarenlang voor de splitsing van BHV geijverd. Ik vind dat we dit nu in de Kamer van Volksvertegenwoordigers en in de Senaat moeten laten uitvoeren. Op die manier kunnen wij ook eens zeggen dat wij iets hebben gerealiseerd en dat wij niet aan de kant hebben gestaan, voortdurend zaken hebben afgebroken en de publieke opinie hebben misleid. (Applaus bij CD&V, Open Vld en sp.a)
Van Rompuy: ‘Grotesk en parlement onwaardig’
Vlaams parlementslid Eric Van Rompuy (CD&V) begrijpt totaal niet waarom de oppositie naar het wapen van de motie van wantrouwen grijpt tegen Vlaams minister Philippe Muyters (N-VA).De SP.A behoudt het vertrouwen in Muyters.
Oppositiepartijen Open Vld, Groen en LDD kondigden woensdag aan dat ze een motie van wantrouwen zullen indienen tegen Vlaams minister Muyters. Ook Vlaams Belang wil een gelijkaardige motie indienen. Rechtstreekse aanleiding is de communicatie van Muyters rond de hervorming van de Belasting op Inverkeerstelling (BIV).
“Dit is grotesk en een parlement onwaardig. Dit legt niet de zwakte van de minister bloot, maar wel van de oppositie”, aldus Van Rompuy.
Van Rompuy is de voorzitter van de commissie Financiën, de commissie waar het incident rond Muyters woensdag aan bod kwam. “De minister heeft zich geëxcuseerd. Het gaat om een administratief incident, niet om een zware blunder in de begroting of om een zaak van malversaties”, aldus Van Rompuy.
De CD&V’er vindt dat de oppositie “buiten proportie” reageert door naar het wapen van een motie van wantrouwen te grijpen. “Dit is grotesk en theatraal”, aldus Van Rompuy. “Dat men hier naar een parlementaire bazooka als een motie van wantrouwen grijpt, is een parlement onwaardig. Dit toont vooral de zwakte van de oppositie”, stelt de CD&V’er.
Van Rompuy zegt ook dat het de eerste keer is in zijn lange parlementaire carrière dat er naar het wapen van een motie van wantrouwen wordt gegrepen. De diensten van parlementsvoorzitter Jan Peumans lieten eerder al verstaan dat het zelfs zou gaan om een primeur in de geschiedenis van het parlement.