Tussenkomsten in begrotingsdebat
22Dec10
Hierbij mijn tussenkomsten tijdens het begrotingsdebat in het Vlaams Parlement ( ontsierd door de onaanvaarbare afwezigheid van de Minister President):
De heer Eric Van Rompuy:
Mijnheer Gatz, ik heb een kwartier geluisterd en ik ontwaar een fundamentele tegenstelling in uw betoog. U bent uw betoog begonnen met de stelling dat deze regering niet genoeg bespaart. U vindt immers dat ze reserves en conjunctuurprovisies moet aanleggen, dat ze de Vlaamse schuld versneld moet afbouwen. Ze moet naar begrotinsoverschotten gaan om die schuld de komende jaren te reduceren. Anderzijds bent u echter tegen het afschaffen van de jobkorting: Open Vld is immers voor belastingverlagingen. U vindt die afschaffing van de jobkorting een grote fout en wilt in de toekomst die lasten verder verlagen. Ook hoor ik u nu al tien minuten pleiten voor meer uitgaven in de welzijnssector, de milieusector, de scholenbouw… Ik kan het bijna niet meer opsommen. U vindt dat men in elke sector te weinig doet. Er wordt bespaard op wetenschappelijk onderzoek, op gezondheidspreventie: daar bent u tegen.Wat is echter de coherentie van het discours van Open Vld?
U zegt dat er betalingsnood is. Welnu, in 2008-2009, onder minister Van Mechelen, is de impliciete schuld met 1,2 miljard euro gestegen. Dat is het grootste stijgingspercentage van de jongste tien jaar. Nu komen natuurlijk die betalingen die twee à drie jaar geleden zijn vastgelegd. Goed, wij maakten toen ook mee deel uit van die meerderheid. U kunt kritiek hebben op de begroting, maar aan het betoog dat u nu brengt, kan ik kop noch staart krijgen. U spreekt uzelf voortdurend tegen.
De heer Eric Van Rompuy:
Nu hebben we de middelen niet meer. Als u denkt dat Vlaanderen, ook met de staatshervorming, meer middelen zal hebben en wij een aantal meeruitgaven zullen kunnen doen, dan is dat een illusie. Fiscale verantwoordelijkheid betekent niet automatisch meer geld. Dat is de waarheid die we de voorbije maanden hebben gezien. We zullen waarschijnlijk meer bevoegdheden hebben met minder middelen. We staan dus voor een periode waarin het zeer moeilijk zal zijn. Er zullen keuzes moeten worden gemaakt. Nu komen beweren dat er een lastenverlaging mogelijk is en voor elke sector meer uitgaven bepleiten, dat is een illusie creëren, dat is echt oppositiepraat. Mijnheer Gatz, ik had meer van u verwacht. Indien ik daar zou hebben gestaan, zou ik het op een heel andere manier hebben aangepakt.
Mijn slogan als oppositieleider was: “Als je bijt, moet je vlees hebben.” We hadden elke keer vlees.
De heer Eric Van Rompuy:
Deze discussie is compleet voorbarig; we staan immers voor een staatshervorming. Het budget zal in Vlaanderen wellicht van 25 miljard naar 35 miljard euro stijgen. We krijgen een volledig nieuw financieringsbeleid met andere geldstromen tussen de deelstaten en de federale staat en met fiscale autonomie. We weten nog niet voor welke techniek er is gekozen. We moeten nog heel wat discussiëren over de personenbelasting en in welke mate ze naar de deelstaten zal terugvloeien. We onderhandelen nog met de Franstaligen over het aandeel van de solidariteit.
We zullen de volgende jaren in een heel verschillende begrotingscontext terechtkomen met wellicht minder middelen. Als de kinderbijslagmiddelen slechts voor 90 percent naar de deelstaten terugvloeien, zullen we over minder in plaats van meer kindergeld moeten spreken. We verzanden hier in hypothesen.
Binnen dit en twee jaar zal de Vlaamse begroting er totaal anders uitzien. De discussie over de terugbetaling van de KBC-schulden en de opbrengst die dat oplevert voor de Vlaamse begroting, is pas relevant binnen twee jaar. Het zou onverantwoord zijn nu al te zeggen waar dat geld naartoe moet gaan. We zullen immers in een totaal andere budgettaire context terechtkomen, maar met één constante. We zullen niet meer middelen aan het ene of andere beleid kunnen besteden. Het zullen altijd krimpbegrotingen zijn.
Uw discussie in de commissie was ook totaal voorbarig. Het is onmogelijk om de regering uitspraken te laten doen over een of andere beleidskeuze in de toekomst. We zullen zien hoe de begroting eruit zal zien. Ze zal er alleszins volledig anders uitzien dan vandaag.
De heer Eric Van Rompuy:
Voorzitter, minister, collega’s, mijn eerste begrotingstoespraak die ik ooit in een parlement heb gehouden, was in november 1985, ten tijde van de regering-Martens-Gol. De socialisten, met Louis Tobback, zaten toen in de oppositie. Het ging toen over een besparing van 100 miljard Belgische frank. Ik hoor nu de discussies over de kaasschaafmethode. Ik heb Daniël Coens weten schreien omdat hij moest inleveren op zijn onderwijsbegroting. Het ging toen over indexsprongen op de lonen , het afdanken van leerkrachten enzovoort. Bij de discussie die tot nu toe is gevoerd over de kaasschaafmethode, gaat het over besparingen ten belope van 350 à 400 miljoen euro. Vorig jaar was het ook in die orde van grootte. Ik heb het dan niet over de jobkorting. Uiteindelijk gaat het over relatief beperkte bedragen. De zaak wordt hier gedramatiseerd.
Mijnheer Watteeuw, ik heb de witte woede meegemaakt ten tijde van Jan Lenssens, tussen 1988 en 1992. Ik heb de witte woede meegemaakt ten tijde van Wivina Demeester. Ik heb Daniël Coens meegemaakt ten tijde van de eerste discussies in het Vlaams Parlement over het onderwijs. Ik heb Norbert De Batselier de expansiesteun weten verminderen met 40 procent. Ik heb Luc Van den Bossche meegemaakt ten tijde van de discussies over het Gemeentefonds. Herinner u de opstand van de burgemeesters. Laten we de zaak in haar context bekijken. We zijn in het Vlaams Parlement eigenlijk verwend geweest de afgelopen twintig jaar omdat we steeds groeibegrotingen hebben gekend door de Financieringswet van 1988 versterkt door Lambermontakkoorden in 2001.
Wat we nu moeten leren, is dat een belastingverlaging tijdens de volgende jaren niet mogelijk is. Er zal geen marge voor zijn. Zaken zoals gratis bussen, sorry hoor. Nu moeten we De Lijn met 800 miljoen euro subsidiëren. Het gratis aanbod, dat is voorbij. (Applaus van de heer Lode Vereeck)
De afcentiemen hebben we na één jaar moeten afschaffen. We hebben moeten constateren dat de afschaffing van het kijk- en luistergeld ons 500 miljoen euro heeft gekost. Het heeft de discussie aangewakkerd over de wachtlijsten in de sociale sector. Mijn punt is dat we moeten leren leven met een begroting waarin de marges niet meer dezelfde zullen zijn als ze ooit geweest zijn.
De heer Eric Van Rompuy:
Mijn punt was dat wij op een keerpunt staan met de begrotingen 2010 en 2011. Het is terecht om naar een begrotingsevenwicht te gaan in Vlaanderen, ik ben ook van oordeel dat dit de grote verdienste van deze begroting 2011 is. We staan voor een periode waar we met een begroting zullen zitten – daarover heeft de heer Vereeck gelijk – met een structureel groeipad van de uitgaven en met inkomsten die niet meer in dezelfde mate die uitgaven zullen overtreffen. We hebben periodes meegemaakt toen we overschotten hadden, en geen kleine. Op een bepaald moment hebben we hier in het parlement op het einde van het jaar 2008 moeten vaststellen dat toenmalig minister Van Mechelen 600 à 700 miljoen euro meer in kas had dan gepland. Hij vroeg zich af wat hij daarmee diende te doen en hij heeft toen de schulden van de gemeenten verlaagd. Dat is nog maar twee jaar geleden, maar nu zitten we in een heel andere periode.
Het is niet gedaan, dat is mijn diep aanvoelen. Als we na 2015 in België naar evenwichten op de begroting moeten gaan, dan zullen er bijkomende inspanningen moeten gebeuren door de deelstaten. De discussies die we op dit ogenblik meemaken in verband met de Financieringswet, voorspellen ook niet dat de beleidsmarges de volgende jaren zullen toenemen. Responsabilisering en fiscale autonomie willen niet noodzakelijk ook meer middelen zeggen.
Ik merk dat hier nogal wat kritiek is op bepaalde besparingen, maar ik vind dat ze sociaal perfect te verdedigen zijn. De volgende jaren zullen we heel selectief moeten zijn. We zullen keuzes moeten maken. En, zoals de heer Crombez ook heeft gezegd, die keuzes moeten gericht zijn op groei. Een deel van de middelen zal, ook bij fiscale autonomie, komen van de economische groei en van de werkzaamheidsgraad. We staan voor een moeilijke periode. Ik geloof er niet in dat we de komende twee jaar nog voor 1,5 miljard euro aan beleidsmarge zullen hebben. We zullen er alles aan moeten doen om de evenwichten te bewaren en om de schulden voor een deel af te bouwen, dat is juist. We zullen er tijd voor nodig hebben en het zal inspanningen vergen, maar de discussies over de Vlaamse begroting zullen heel andere discussies zijn dan de voorbije tien jaar. Ik meen dat dit een van de belangrijkste conclusies is van dit begrotingsdebat. (Applaus bij CD&V, sp.a en LDD)