Eric Van Rompuy, My last five years

Respect voor taalwetgeving

08Apr10

In 2007 paste ik als schepen van grondbeleid in Zaventem als eerste gemeente in Vlaanderen een gemeentereglement toe waarbij aan kopers van sociale kavels een taalvereiste werd gesteld. Het leverde de gemeente Zaventem een waarschuwende brief op van het United Nations Committee on the Elimination of all Forms of Racial Discrimination waarbij de UN stelde : “ The Committee is concerned that the Municipality of Zaventem, near Brussels, adopted a regulation restricting the acquisition of public lands to Dutch speakers or to persons committing themselves to learn it”. Ook de Europese Commissie stelde ons vragen of die taalvoorwaarde geen onrechtstreekse vorm van discriminatie inhield op vlak van nationaliteit en vrijheid van vestiging.
De gemeente Zaventem antwoordde uitvoerig op deze kritiek door o.m. te stellen dat deze maatregel kaderde in het sociale beleid van de gemeente waarbij gemeentelijke kavels aan de helft van de marktprijs ter beschikking werden gesteld van jonge gezinnen voor wie het wonen in eigen streek onbetaalbaar is geworden. Als tegenprestatie van deze financiële stimulus van de overheid vroeg de gemeente Zaventem een minimale kennis van de streektaal om in deze sociale verkaveling de sociale cohesie en de integratie te bevorderen. Op basis van Europese arresten (o.m. het arrest Groener over de kennis van de Ierse taal) verdedigde de gemeente Zaventem dat in een publieke verkaveling met sociaal oogmerk het niet onredelijk is een zekere kennis van de taal te eisen of een inspanningsverbintenis te vragen om de taal te leren omdat deze essentieel is voor de communicatiemogelijkheden tussen de burgers.
De toepassing van ons reglement leverde in de praktijk geen enkel probleem op en niemand van de 150 kandidaat-kopers diende een klacht in tegen deze taalvereiste. Ook van de Europese Commissie en de United Nations werd niets meer vernomen. De voogdijoverheid, m.n. de Gouverneur van Vlaams Brabant, uitte ook geen enkel bezwaar.
Het wezenlijk verschil met de huidige polemiek over de afspraken tussen sommige gemeentebesturen en private bouwpromotoren is dat het hier gaat over mondelinge afspraken die niet gebaseerd zijn op enige wettelijke regeling. De beoordeling van kandidaat-kopers gebeurt door een schepen of burgemeester op basis van niet-gedefinieerde criteria en heeft geen openbaar karakter. Dit opent de deur naar willekeur en arbitraire keuze over wie zich in een gemeente mag vestigen of niet. Ik lees dat burgemeesters in particuliere gesprekken nagaan of een kandidaat-koper bereid is zich te integreren en op basis hiervan oordeelt of hij een grond of woning mag kopen of niet. Waar is hier de openbaarheid van bestuur en de rechten van de koper of verkoper?
Er bestaat geen enkele wettelijke basis die stelt dat een gemeente mag voorstellen dat verkavelingen of woningen alleen mogen verkocht worden aan Nederlandstaligen. In het publiek domein, m.n. bij de verkoop van sociale woningen of kavels, kunnen volgens de Vlaamse Wooncode taaleisen worden gesteld maar niet in privéverkavelingen. “Screening “ van kandidaat-kopers zonder wettelijke basis en op louter informele basis zal ongetwijfeld stoten op wettelijke bezwaren en aanleiding geven tot juridische betwistingen. In Zaventem worden alle koopovereenkomsten van de gemeentelijke gronden goedgekeurd op de gemeenteraad en elk dossier ligt ter inzage voor het publiek.
De Franstaligen in de Vlaamse Rand zien hier weer een bewijs van discriminatie op basis van taal die niet is gestoeld op expliciete wetgeving. Grondwetspecialisten stellen dat taalvereisten inbouwen in decreten over privéverkavelingen ongrondwettelijk zullen worden verklaard. Daarom kunnen wij ons als Nederlandstalige gemeentelijke overheden in de Vlaamse Rand niet veroorloven schemerzones te laten bestaan die kunnen aanleiding geven tot juridische betwistingen die op termijn weer tot discussies leiden over de toepassing van de taalwetgeving. Hier worden geen “deals” over gemaakt.
Maingain en de Franstalige burgemeesters wachten op het moment dat de Vlaamse besturen de taalwetgeving niet respecteren of een veroordeling oplopen door het Grondwettelijk Hof om heel de taalregeling in de Vlaamse Rand op de helling te zetten. Met de onderhandelingen over BHV voor ogen zou dit een zware tactische blunder zijn.
Ikzelf voer al 30 jaar strijd in de Vlaamse Rand voor het behoud van het Vlaams karakter. Respect voor de taalwetgeving blijft onze grootste troef. We moeten daarom voorzichtig omspringen met ons taalbeleid dat helder, duidelijk en doorzichtig moet zijn. Het debat van de jongste dagen wijst uit dat we ook onder Vlamingen klaarheid moeten scheppen en ik reken hierbij op de Vlaamse regering die als voogdijoverheid geen schemerzones mag laten bestaan. En dat men ook eens ophoudt met het opbod om de strafste Vlaming te zijn. Op dat vlak heb ik van niemand lessen te ontvangen.

ERIC VAN ROMPUY   Opniestuk verschenen in De Standaard 8 april 2010

Recente artikels

Links

Categorieën

Maandelijks archief

Syndicatie