Nieuwjaarswensen in mineur
24Jan10
De aardbeving in Haïti, de moorden en verkrachtingen van R.J. en de sluiting van Opel hebben de jongste weken een domper gezet op de nieuwjaarswensen. Na het annus horribilis 2009 kent ook dit jaar een dramatisch begin.
Op de talrijke nieuwjaarsrecepties waar ik het woord mag voeren (gisteren nog in Zottegem) houden deze gebeurtenissen de mensen meer bezig dan het (vaak kleine) Wetstraatgebeuren.
Eén uitzondering: de aanduiding van Herman tot President van Europa blijft de mensen enthousiasmeren. “Wij zijn fier op Herman” hoor ik overal en ik ben nu “the first brother” geworden!
Intussen is ook in Vlaanderen het jaar gestart in mineur. Sinds begin 2010 zijn al 4.500 jobs verloren gegaan en men verwacht dat er dit jaar nog meer jobs zullen verdwijnen dan de 36.000 in 2009.
De sluiting van Opel-Antwerpen was geen verrassing maar de brutale aankondiging van Nick Reilly kwam als een mokerslag. Het drama Opel drukt Vlaanderen op de harde realiteit dat ook wij te kampen hebben met zware structurele problemen. Vlaanderen is geen aantrekkelijke investeringregio meer. Wij hebben onze welvaart in grote mate te danken aan de forse buitenlandse investeringen in de laatste 40 jaar maar die vallen steeds verder terug. De helft van onze toegevoegde waarde in de economie en 40% van onze werkgelegenheid is in handen van buitenlandse ondernemingen. Als die afhaken staan we voor een gigantisch probleem. Is dit het einde van “het Vlaams economisch mirakel”?
De Vlaamse Regering en de vakbonden leggen zich niet neer bij de sluiting maar willen een gevecht leveren om Opel open te houden. Het dreigt een uitzichtloze en bittere sociale strijd te worden waar men de werknemers valse hoop geeft want zoals bij Renault in 1997 staat het verdict vast. Reilly zal evenmin wijken als Schweizer.
Bij de sluiting van Renault heb ik als minister van Economie niet meegedaan met de vakbondsacties maar onmiddellijk een wedertewerkstellingscel opgericht waardoor 1,5 jaar later meer dan 75% van de werknemers opnieuw aan de slag konden.
De tijden zijn anders (in 1998-1999 herleefde de economie en was er een investeringsboom) maar nog meer dan in de jaren negentig hebben we nood aan een offensieve industriële investeringsstrategie.
In elk sociaal conflict zijn er vakbondsleiders die zich willen profileren maar bewijzen ze de werknemers hiermee een dienst? Rudi Kennis zal de volgende maanden elke dag het nieuws halen zoals destijds Gacoms (Renault), Vervotte (Sabena) en Stroobants (Boel) maar leidt dit niet de aandacht af van de essentiële vraag: waarom sluit GM de fabriek bij ons?
Ik geloof ook niet in scenario’s waarin men op zoek gaat naar een nieuwe investeerder in de automobielsector in Vlaanderen. Destijds met Renault sprak men ook van interesse van KIA en DAEWOO maar dat werd nooit concreet gemaakt. Nu is er sprake van Chinese auto-concerns die eco-vriendelijke wagens zouden komen produceren in Antwerpen. Dat is een heilloos spoor en creëert enkel illusies.
Laten we in deze omstandigheden niet improviseren maar de bakens leggen van een politiek op de middellange termijn en daar zijn competitiviteit, innovatie en eigen ondernemingsschap cruciaal.
Maandag debatteren we hierover in het Vlaams Parlement. We moeten dit debat aangrijpen op een einde te maken aan de Peumans-Sauwens saga. Deze beschamende vertoning kost ons opnieuw heel wat krediet. De Vlaamse pers kijkt al jaren meewarig naar ons. In de 25 jaar dat ik lid ben van het Vlaams Parlement heb ik nooit geweten dat we van de kranten een pluim kregen voor onze debatten. Het was altijd te saai, te technisch, te parochiaal en zonder politieke spankracht. Nu lees ik dat we een te hoge “amusementswaarde” zouden hebben. Met de pers moet men hierover niet in debat gaan. Journalisten hebben hier steeds het laatste woord en ondertussen wordt ons imago steeds meer beschadigd.
Aan onze fractieleiders en bureauleden raad ik aan de orde der werkzaamheden intern te bespreken en op te houden met dat publieke gekijf.
Als een collega de Vlaamse Parlementsvoorzitter tirannie en dictatuur verwijt beseft hij dan niet dat hij onze instelling belachelijk en ridicuul maakt en het beeld bevestigt dat sommigen er willen aan geven? Jan Peumans van zijn kant zou er best niet verder op ingaan en doen waarvoor we hem hebben gekozen: de Vergadering voorzitten in wijsheid en discretie.
Voor wie Jan kent en waardeert (en ik behoor daar ook bij ) een moeilijke opdracht!