Tobback en hoeperdepoepjongeren
15May11
Na de waarheden van Tindemans gaat dit dagboek over de waarheden van Louis Tobback. Deze kranige zeventiger is strijdvaardiger dan ooit en laat zich in de media bijzonder laagdunkend uit over de jeugd van tegenwoordig. “Verwend. Ik begrijp ze niet meer; ik weet niet goed meer waar de jongeren nu tegen zijn en wat ze willen. Het is een generatie die protesteert van negen tot vijf maar het weekend met Ryanair op Citytrip gaat”.
De jonge generaties kennen Tobback als de Burgemeester van Leuven en grappenmaker in de Slimste Mens. Ikzelf heb Tobback nog gekend in de jaren zeventig toen ik als 27-jarige nationaal voorzitter werd van de CVP-Jongeren; hij was toen fractieleider van de SP in de Kamer.
Het waren toen ook crisisjaren in de Belgische politiek: verkiezingen in april 1977 en opnieuw naar de stembus (na 1,5 jaar) in december 1978 als gevolg van de communautaire crisis na het ontslag van Tindemans over het Egmontpakt.
Daarna 4 Regeringen W. Martens (van april 1979 tot maart 1981) en 1 Regering M. Eyskens (“overzomerde” in 1981) met na 3 jaar opnieuw verkiezingen in november 1981. Het waren de jaren van het “malgoverno” van de Regeringen Martens-Claes-Spitaels met als bilan: begrotingstekorten van 15% van het BNI in 1981, een competitiviteitshandicap van 15% t.o.v. onze buurlanden (die leidde tot de devaluatie van de BF in 1982), een verlies van 100.000 arbeidsplaatsen in de industrie, een jeugdwerkloosheid van 25%, massale staatssteun aan verlieslatende ondernemingen.
Als voorzitter van de CVP-Jo trok ik toen ten strijde tegen dit sociaal-economisch wanbeleid. Wij stelden dat deze torenhoge publieke schuldenlast en de hoge jeugdwerkloosheid een onaanvaardbare hypotheek legde op de toekomst van de jonge generaties.
We pleitten toen voor besparingen en inleveringen, tegen arbeidstijdverkorting, tegen staatssteun aan verlieslatende ondernemingen en investeringen in toekomstgerichte bedrijven in Vlaanderen (later uitgemond in “Flanders’ Technology”).
Binnen de toenmalige CVP heeft de generatie Martens en het ACW mij dit nooit vergeven. Na de Open Brief van de CVP-Jo aan het ACW in mei 1981 kreeg ik in dertig jaar nooit meer een uitnodiging voor Rerum Novarum… Niettemin werden bijna alle door ons voorgestelde maatregelen in de jaren tachtig doorgevoerd door de Regeringen Martens met de liberalen en de steun van het ACV van Jef Houthuys!
Wie in die jaren - buiten mijn partij - de grootste kritikaster van de CVP-Jo was heette Louis Tobback. Hij speelde in de jaren 1977-1981 als fractieleider helemaal de kaart van de socialistische Regeringsleden Willy Claes, Guy Spitaels en Guy Marthot, PS-Voorzitter André Cools en ABVV-vakbondsleider Georges Debunne. Deze verzetten zich tegen elke sociaal-economische herstelmaatregel, besparing of inlevering. Het dwong mij tot de uitspraak: “de jongeren van vandaag willen geen generatie opofferen aan het steriel etatisme en immobilisme van de Waalse en Vlaamse socialisten.”
Tobback noemde de CVP-Jo “hoeperdepoepjongeren”, “reactionairen”, ” buiksprekers van Tindemans”, een rechtse elitaire groep die niet representatief was voor de jonge generatie die in zijn ogen uiteraard “links” was en massaal protesteerde (op zondag…) tegen de kruisraketten.
Als voorzitter van de CVP-Jo heb ik nooit de pretentie gehad te spreken namens mijn generatie of namens DE jeugd. DE jongeren bestaan niet en hebben nooit bestaan. Ideologie is geen kwestie van leeftijd. Ik was student in Leuven in mei ‘68 maar heb mij evenals de meeste van mijn generatiegenoten nooit marxist-leninist gevoeld.
Partijpolitiek engagement in jongerenbewegingen is steeds beperkt gebleven tot een selecte groep. Verhofstadt (PVV-Jo) en ik waren de bekendste jongerenvoorzitters in die periode en hadden ruim toegang tot de massamedia maar op debatten aan de universiteiten waren er meestal niet meer dan 100 aanwezigen. Op de SHAME-betoging waren duizenden jonge betogers maar stellen dat hier een milleniumgeneratie op straat kwam is niet correct. In alle generaties heeft men een veelheid van meningen. Dat zal altijd zo zijn en niemand heeft het recht te spreken namens hen.
De verbitterde reactie van Tobback heeft misschien meer te maken met het feit dat van langsom minder jongeren zich kunnen terugvinden in de socialistische remedies. Sinds het gratisverhaal van Stevaert hebben de Vlaamse socialisten op het sociaal-economisch terrein haast alle geloofwaardigheid verloren en wordt het moeilijk om een verhaal van harder werken, matiging en sanering te verkondigen met het oog op het vrijwaren van de welvaart van de toekomstige generaties.
De zgn. Generatie Y is terecht bezorgd over het politiek systeem in dit land. Het immobilisme en de totale blokkering van de afgelopen jaren beletten urgente keuzes te maken die noodzakelijk zijn gelet op de vergrijzing en de internationalisering van de economie. De huidige politieke crisis heeft niets te maken met generaties, ideologie of tegenstellingen tussen links-rechts wel met het onvermogen om de communautaire tegenstellingen te overbruggen. De noodkreet is een oproep om een regering te vormen die het land door een grondige staatshervorming opnieuw bestuurbaar maakt om de grote economische, sociale en maatschappelijke uitdagingen te kunnen gaan. De jeugd ziet nu al 4 jaar lang totale stuurloosheid en inertie. Dat maakt hen angstig. Het is niet aan hen om voorstellen te doen over hoe uit die communautaire impasse te geraken.
Alle elementen zijn door Beke en Vande Lanotte op tafel gelegd; het is nu aan De Wever en N.VA en Di Rupo en P.S. om hun verantwoordelijkheid te nemen. Tobback legt de schuld van de onwil en de onkunde om tot een akkoord te komen louter bij De Wever maar durft het niet aan om ook Di Rupo zijn deel van de verantwoordelijkheid te geven. Schieten op de Vlaamse jeugd is gemakkelijk maar de PS wijzen op hun verpletterende verantwoordelijkheid is blijkbaar niet aan Louis besteed.
Ook ik vind het taalgebruik van “blaaskaak” Van Aelst beneden alle peil maar is het aan Tobback om hem terecht te wijzen, hij die ooit Eerste Minister Wilfried Martens de koosnaampjes gaf “strontvlieg, kwakzalver, Caligula”? Zijn aanvallen op De Wever doen denken aan zijn scheldpartijen op Tindemans toen deze in 1979 1 miljoen stemmen haalde en Tobback hem een “volksverlakker” noemde. Tobback was de sterkste fractieleider ooit maar ook de brutaalste. Wie zou vandaag in volle Parlement het nog aandurven om Leterme of Peeters af te schilderen zoals Tobback deed: “Wilfried Martens is erger dan Janus die had maar twee gezichten”. En niet te vergeten: “CVP’ers zijn kwallen”. Misschien is dat koosnaampje vandaag van toepassing op de “verwende” jeugd van tegenwoordig?
Ik ben zelf 61 en wordt ook al bij de oude krokodillen gerekend maar ik heb nooit de ambitie gehad DE jongeren de les te lezen. Ik heb zelf een dochter van 17 en ik ervaar deze generatie absoluut niet als verwend of individualistisch. Integendeel. Ik vind ze positiever en opener dan “in onzen tijd”. Maar ook ik moet mij hoeden voor veralgemeningen. Ik merk dat de jonge generatie en ook de nieuwe generatie journalisten helemaal niet meer weten wat Tobback vroeger over een aantal thema’s heeft gezegd. Nochtans verklaart dit veel.
Ook moet je in de politiek soms rekening houden dat sommigen niet vergeten welke stellingen je vroeger hebt ingenomen. Daarom dit Dagboek voor het collectieve geheugen. Be FREE!
Als Tobback bv. zegt dat de welvaart van de huidige generatie mede te danken is aan hem en zijn politieke generatiegenoten dan is hij blijkbaar vergeten dat hij als oppositieleider een staalharde oppositie voerde tegen het herstelbeleid van de jaren tachtig dat de jeugdwerkloosheid fors terugdrong en het Belgisch begrotingstekort terugbracht van 15% onder de regering met de socialisten tot 7% in 1988. De schuldenlast van de jonge generaties was voor hem toen duidelijk geen prioriteit. Toen ik in 1986 mijn maidenspeech in de Kamer hield waren Tobback en Willockx speciaal blijven luisteren hoe ik het ervan afbracht. De SP had nachtenlang de Kamer gegijzeld om zich te verzetten tegen de saneringsplannen van Martens-Verhofstadt en ze waren er op uit om de gewezen voorzitter van de “hoeperdepoepjongeren” in het Parlement eens goed te pakken. Ook toen was Tobback ontgoocheld over mijn gebrek aan visie of beter ZIJN VISIE…
De waarheid volgens Louis Tobback. Het is blijkbaar van alle tijden!