Een drukke week
13Dec09
Het wordt druk volgende week zowel in Zaventem als in het Vlaams Parlement. Voor het kerst- en nieuwjaarsreces worden de begrotingen gestemd en dat leidt meestal tot marathonvergaderingen. Sommige collega’s hebben een hekel aan die debatten maar ik houd van die eindejaarssfeer in de gemeenteraad en het Parlement.
Maandag verdedig ik als schepen van Financiën de begroting 2010 ( 52 miljoen euro uitgaven) op de Zaventemse gemeenteraad. Ik ben erin gelukt om op 3 jaar tijd de schuld van Zaventem terug te dringen van 85 miljoen euro naar 60 miljoen euro en de schulduitgaven in de gewone dienst te doen dalen van 24% naar 18%. De terugval van de economische activiteit op de luchthaven kost de gemeente Zaventem ongeveer 1 miljoen euro aan inkomsten maar structureel is Zaventem een gemeente met een hoog fiscaal draagvlak en beschikken we over voldoende reserves (20 miljoen euro overschot in de rekeningen) om belangrijke investeringen in een Cultureel Centrum en de uitbreiding van het OCMW-rustoord aan te kunnen.
Ik ben nu 3 jaar schepen van Financiën, Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Grondbeleid en doe het bijzonder graag. Na 20 jaar oppositie kan ik nu mee concrete dingen realiseren en de mensen helpen in hun dagelijkse beslommeringen. Een gemeentelijk mandaat is een goede aanvulling op het engagement als parlementslid en vormt helemaal geen tijdsbeletsel zoals sommigen denigrerend spreken over “cumulards”.
In het Vlaams Parlement wordt dinsdag en woensdag het Vlaams budget besproken ( het gaat hier om 23 miljard euro uitgaven).
Als voorzitter van de Commissie Begroting en Financiën heb ik de boeiende besprekingen in de Commissie meegemaakt met vaak terechte kritische bemerkingen van de oppositie en de repliek van Minister Muyters (die het goed deed voor zijn eerste optreden) met degelijke tegenargumenten als verantwoording van het beleid.
De plenaire vergaderingen zullen hieraan nog weinig toevoegen maar een publiek debat over meer dan 20 miljard uitgaven- en inkomsten en 6 miljard Vlaamse openbare schuld behoort tot essentie van de parlementaire democratie. Het debat zal zeker 14 uur duren en telt bijna 100 sprekers. Ik kom als laatste spreker aan bod met een spreektijd van 4 minuten.
Een jong parlementslid vroeg me of het zin had tussen te komen in dit marathondebat met geen enkele persbelangstelling en vaak voor een haast leeg halfrond. Ik zei haar dat je dan pas de echte parlementsleden leert kennen. Op die momenten kan je bewijzen dat je uw materie kent en kun je in debat gaan met collega’s die geen lid zijn van uw commissie. In het plenaire forum wordt je gewikt en gewogen door je collega’s. André Denys en ik maakten er als fractieleiders een sport van om collega’s te onderbreken en een debat op gang te brengen over de standpunten die ze innamen. Zo kwamen ze los van hun papier en ontsponnen zich vaak boeiende debatten ook met de Regering. Het was wel in de tijd toen er geen laptops bestonden en Blackberry’s want nu moet ik vaak vaststellen dat niemand naar mekaar nog luistert…Zouden we die laptops niet beter verbieden in de plenaire vergadering?
De oppositie hield deze week één minuut stilte om te wijzen op het feit dat de meerderheid en meer in het bijzonder voorzitter Jan Peumans het VP monddood maakt. Totaal ten onrechte want de huidige oppositie krijgt alle kansen. Zo was er wel een grondig debat in de Commissie media over de VRT in aanwezigheid van de geschreven media en Radio en TV. Dat de antwoorden van Minister van media Lieten niet bevredigden is een andere zaak maar ligt niet aan de organisatie van de parlementaire werkzaamheden. Peumans valt niets te verwijten.
In mijn tussenkomst in de Commissie media herhaalde ik wat ik op mijn website stelde: met het ontslag van Dirk Wauters staat de werking van het VRT-decreet van 1995 op de helling: “als men hier niet meer achter staat, wijzig het decreet maar stop die hypocrisie”. Minister Lieten was duidelijk geërgerd door mijn stellingname en SP.A- parlementslid Philippe De Coene noemde mij zelfs kabouter Wesley (“ik ben goed en de rest is slecht”) maar dat zal mij niet beletten deze zaak te blijven volgen en erover te waken dat het werk dat ik deed in de jaren negentig ten bate van de openbare omroep niet wordt teniet gedaan en helemaal moet worden overgedaan.
In Regeringskringen en partijhoofdkwartieren was men naar verluidt niet blij met mijn interventies over de VRT in de media en het Vlaams Parlement. ”Niet loyaal” maar is het niet de taak van een Vlaams parlementslid om te waken over de toepassing van decreten die hijzelf heeft opgesteld, gestemd en uitgevoerd? De omstandigheden veranderen maar aan de basisprincipes mag niet worden geraakt.
Deze Vlaamse Regering heeft met 9 ministers alles samen 9 jaar ervaring als Vlaams Parlementslid. Nu en dan mag hieraan eens worden herinnerd. En zei Herman dit weekend in zijn interviews niet dat hij van zijn broer had geleerd dat een politicus af en toe gevaarlijk moet zijn…En in tegenstelling met hem heb ik daar nooit spijt van!