Dexia-debat
13Oct11
De heer Eric Van Rompuy:
Voorzitter, minister-president, collega’s, ik zou het debat willen terugbrengen tot de mededeling die de minister-president deze middag heeft gedaan en die de essentie van het actualiteitsdebat is.
Dit weekend heeft de Belgische overheid de bank Dexia overgenomen. Dexia is nu voor 100 procent eigendom van de Belgische overheid. Als Vlaamse overheid hebben wij in 2008 voor 500 miljoen euro geparticipeerd in Dexia Holding.Ook is er de discussie over de Gemeentelijke Holding waaraan wij als Vlaamse overheid in juni 2011 een waarborg van 225 miljoen euro hebben gegeven. De vraag is wat de toekomst is van de Gemeentelijke Holding. Daarover ging het actualiteitsdebat en de verklaring van de regering.
Ik spreek nu als voorzitter van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting. Vorige week hebben wij er een debat gevoerd, op basis van een toelichting van minister Muyters over de Gemeentelijke Holding. Toen is de afspraak gemaakt om een brief te versturen naar de voorzitter van Dexia. Dat is vandaag gebeurd. Ik vermoed dat de volgende dagen ook een brief naar de voorzitter van de Gemeentelijke Holding wordt verstuurd. Hen wordt gevraagd om in de commissie toelichting te komen geven over wat er de afgelopen jaren met Dexia is gebeurd.Dat is nu niet aan de orde in dit debat.
Hier moet het debat gaan over wat er de volgende uren en dagen te gebeuren staat. Een van de elementen is het gegeven dat Dexia Bank in handen van de overheid is gekomen. Is het zinvol dat de Vlaamse overheid mee participeert? De minister-president heeft gezegd dat het de ambitie was om als deelstaat ook in Dexia Bank België een minderheidsaandeel dat recht geeft op een blokkeringsmogelijkheid te verwerven. Is dat zinvol? Hij zei dat het belangrijk is dat er een bank blijft bestaan die spaargeld ophaalt en dat geld verdeelt onder ondernemingen en er ook de lokale overheid mee financiert. Het moet de ambitie van de Vlaamse Regering zijn dat er een bank bestaat die de continuïteit van de financiering van de lokale besturen garandeert. Over die participatie wordt gediscussieerd. Als mijn informatie klopt, wordt daarover vandaag onderhandeld.
In juli 2011 hebben de heer Penris, de heer van Rouveroij en ikzelf minister Bourgeois ondervraagd over de verhoogde waarborg van de gewesten tot 450 miljoen euro voor de Gemeentelijke Holding. Toen heeft de minister geantwoord dat aan die waarborg voorwaarden zijn verbonden. Ten eerste: er mogen geen dividenden worden uitgekeerd. Ten tweede: de Gruppo Banca Leonardo wordt aangesteld om de leefbaarheid op middellange termijn te onderzoeken. Ten derde: wij pleiten voor een afbouw van de activa en van de schuld en voor diversificatie.
In het voorjaar hebben in de Kamer en de Senaat commissies zich over het bankenprobleem gebogen. De heer Crombez maakte daar ook deel van uit. Alle grootbanken werden er gehoord. Er werden conclusies opgesteld. Op Europees vlak is een wetgeving over de financiële controle tot stand gekomen. In België zijn de Nationale Bank en de inmiddels geherstructureerde Commissie voor het Bank- en Financiewezen verantwoordelijk. Het klopt dus niet dat er niets zou zijn gebeurd, zoals hier is gezegd. Op dat ogenblik, in juli 2011 dus, werden de banken – ook Dexia – aan de Europese stresstests onderworpen. Toen waren de alarmerende gegevens niet bekend die wij vandaag wel kennen: Dexia leed aan een structurele zwakte, en de Griekse schulden- en eurocrisissen hebben die versterkt.
Onze fractie steunt de verklaring van de Vlaamse Regering. Wij zijn tegenstanders van het faillissement van de Gemeentelijke Holding. Sommigen pleiten voor een faillissement. Wij gaan akkoord met wat de minister-president “de begeleide vereffening met maximale valorisatie van de activa” noemt.
Het is belangrijk dat dat ook in een onderhandeling gebeurt en ik meen te weten dat daarvoor allerhande scenario’s bestaan, zoals intrede van de gewesten in de Dexia Bank in ruil voor een schuldherschikking van de Gemeentelijke Holding of overdracht van de participatie van de Gemeentelijke Holding in Dexia aan een bepaalde prijs aan de federale participatiemaatschappij. Er zijn dingen mogelijk, waardoor – en dat is waarvoor de minister-president waarschuwt – wij die waarborg niet moeten uitwinnen. Formules moeten mogelijk zijn binnen de structuur van Dexia, met de hulp van eventueel de federale participatiemaatschappij en alle gewesten samen, om oplossingen te vinden, zodat de Gemeentelijke Holding niet failliet gaat, maar op termijn vereffend wordt.
Het is een belangrijke verklaring, wat de minister-president heeft gezegd: dat hij het belangrijk vindt dat instellingen van gemeentelijk belang niet speculeren met aandelen en niet beleggen in aandelen. Dat is niet de opdracht van de gemeentebesturen. De bestaansreden van de Gemeentelijke Holding kan op termijn in vraag worden gesteld.
Toch zou het totaal verkeerd zijn hier vandaag het signaal te geven van malversaties door al die bestuurders op het appel te roepen via onderzoekscommissies. Dat geeft de indruk dat er een faillissement dreigt. Nee, de Gemeentelijke Holding heeft in een onvoorspelbare context moeten functioneren.
Mijnheer Penris, ik heb daarover in de commissie Binnenlands Bestuur, in de commissie Financiën en in de plenaire vergadering verschillende keren vragen gesteld. Toen is de houding van de Vlaamse Regering helemaal goedgekeurd. We konden niet voorspellen wat er gebeurd is.
De heer Ludo Sannen:
Mijnheer Van Rompuy, u wilt ook naar een uiteindelijke vereffening van de Gemeentelijke Holding. De Gemeentelijke Holding is een belangrijke aandeelhouder geweest van de Dexia Holding en heeft op een of andere manier gewogen op de besluiten die in de Dexia Holding genomen zijn. Ik vind dat de Gemeentelijke Holding toch verantwoording moet kunnen afleggen over de houding die het de voorbije jaren aangenomen heeft in de Dexia Holding, wat tot het gekende resultaat heeft geleid.
De heer Eric Van Rompuy:
Daar ben ik het volledig mee eens. We hebben de heer Dehaene uitgenodigd per brief. Die uitnodiging is vandaag vertrokken. We zullen zien of hij opdaagt en dan kunnen we hem daarover ondervragen.
Ik ben twee keer lid geweest van een onderzoekscommissie in dit Vlaams Parlement. Ik was lid van de KS-onderzoekscommissie in 1992-1993 met andere collega’s, allemaal Limburgers. Patrick Dewael was toen vanuit de oppositie een van de vaandeldragers. Toen is onderzocht wat er gebeurd was met de reconversiegelden, die deels werden beheerd door diverse Limburgse overheidsinstellingen. Er is nagegaan wat er verkeerd was gegaan met de besteding van die overheidsgelden.
Een tweede keer was ik lijdend voorwerp, met de scheepskredieten, toen de heer De Gucht mij op de beschuldigdenbank zette, alsof ik miljarden Belgische franken in de zee gegooid had. Die onderzoekscommissie heeft geleid tot de liquidatie van Gimvindus. Maar strafrechtelijk waren er geen gevolgen, ik ben nooit in de gevangenis beland. Men heeft mij nooit van iets kunnen beschuldigen. Hetzelfde geldt voor de KS-mensen.
Die onderzoekscommissies zijn meestal show.
Als je een onderzoekscommissie inricht, ondervraag je mensen onder ede over dingen die verkeerd zijn gegaan, over een slechte besteding van overheidsgeld, om te vermijden dat zulke beleidsbeslissingen in de toekomst nog worden genomen. Dat heeft werkelijk niets te maken met de waarborg die de Vlaamse Regering gegeven heeft in het dossier van de Gemeentelijke Holding. De Gemeentelijke Holding zelf heeft beslissingen genomen in haar algemene vergadering, steedsbijna unaniem. Ze zijn terechtgekomen in een verhaal van Dexia dat niemand kon voorspellen.
Ik verdedig niemand, ik heb er nooit in gezeten. Men heeft me wel eens gevraagd om in de bestuursraad van Dexia te gaan zitten maar ik heb dat niet gedaan omdat ik vind dat politici best niet in raden van bestuur van banken zitten. Dat is mijn persoonlijke mening. Daarom ben ik daar nooit op ingegaan. Maar nu gaan zeggen dat je in het Vlaams Parlement een onderzoekscommissie gaat oprichten waar heel de politiek van Dexia van de laatste vijftien jaar zal worden onderzocht en waar hoofdelijke verantwoordelijkheden vastgesteld zullen worden in functie van privébestuurders, dat begrijp ik totaal niet. Ik sta als voorzitter van de commissie garant dat we eendebat zullen voeren maar dan in alle sereniteit en met kennis van zaken.
Laat ons dit actualiteitsdebat voeren over de verklaring die de minister-president heeft gegeven. Ik lees vandaag dat de Gemeentelijke Holding een brief heeft geschreven naar haar aandeelhouders dat er een beslissing moet worden genomen, anders dreigt het faillissement.
Minister-president, ik hoop dat u de volgende dagen erin slaagt om oplossingen te vinden met minimale kosten voor de Vlaamse begroting, die de continuïteit verzekeren van de financiering van de steden en de gemeenten en dat de Vlaamse overheid in de toekomst ook een rol kan spelen in de Dexia Bank om niet alleen de financiering van onze lokale besturen te garanderen maar ook van de spaarders. Ten slotte heeft die bank ook miljoenen spaarders.
Stop met die partijpolitieke spelletjes! Stop met dat soort van demagogie heren Penris en Watteeuw! Ik hoor hier het woord banksters! Wel, dat zijn dieven, dat zijn gangsters! In die termen daarover spreken, vind ik onverantwoordelijk voor een parlement.