Achter voorstellen Beke
14Aug11
INTERVIEW met ERIC VAN ROMPUY in DE STANDAARD: “CD&V PRAAT ALLEEN OVER DE VOORSTELLEN BEKE”
“CD&V heeft nooit gezegd dat het geen opmerkingen meer zou formuleren op de wetsvoorstellen van Di Rupo over BHV” zegt Eric Van Rompuy, de belichaming van het dossier BHV binnen CD&V, die de daad bij het woord voegt.
‘Wat in de wetsvoorstellen van Di Rupo staat, is in grote lijnen wat Wouter Beke (CD&V) en Bart De Wever (N-VA) in hun nota’s ook al schreven. De zuivere splitsing van BHV, de dubbele kieslijsten in de zes faciliteitengemeenten, dat stelden zij ook voor. Het grote verschil is dat de kiesstatus van de faciliteitengemeenten een grondwettelijke verankering krijgt bij de voorstellen van Di Rupo.’
Dat de faciliteitengemeenten in een apart kieskanton Sint-Genesius-Rode worden ondergebracht, is voor Van Rompuy niet meer dan symboliek. Ook de grond van de zaak, het stemrecht en de keuze die de inwoners hebben tussen de Brusselse of de Vlaams-Brabantse kieslijst, ook dat is het punt niet - ‘daar heeft de N-VA in de nota De Wever trouwens ook geen punt van gemaakt’. Maar die grondwettelijke verankering, daar heeft Van Rompuy het wel moeilijk mee.
Ook het feit dat het Grondwettelijk Hof (dat paritair is samengesteld) nog als enige mag oordelen over taalgeschillen in plaats van de Raad van State (waar een Nederlandstalige kamer bevoegd is) ligt moeilijk voor Van Rompuy. Net als het luik over de metropolitane gemeenschap.
‘Dat zijn dingen waar toch nog eens ernstig over gesproken moet worden. CD&V heeft nooit gezegd dat het daarmee akkoord ging. Wouter Beke zal alleen discussiëren over wat hij heeft ingediend.We hebben nooit gezegd dat we geen opmerkingen meer zouden formuleren op de teksten van Di Rupo.’ Van Rompuy wijst er ook op dat een deel van de wetteksten waarover De Standaard gisteren berichtte ‘eruit gegooid is’ door Wouter Beke, met name het taalgebruik in Brussel. Bij het pakket van de zogenaamde ‘ballast’ hoorden nog de tweetalige kieslijsten, de federale kieskring en de ratificatie van het minderhedenverdrag. Die dossiers zijn allemaal geëvacueerd naar commissies of secundaire werkgroepen. Ze verschijnen pas weer op de onderhandelingstafel als er op die andere niveaus een akkoord is.
Burgemeesters
In tegenstelling tot de N-VA en Vlaams Belang, kan Van Rompuy zich wel vinden in de oplossing voor de problemen met de niet-benoemde burgemeesters en de rondzendbrief-Peeters. ‘In het wetsvoorstel moet men maar om de zes jaar een aanvraag doen om documenten in het Frans te ontvangen, maar dat zat er bij De Wever ook al in, zij het dan voor een periode van drie jaar.’
Ook de wettelijke vertaling van de rondzendbrief-Peeters vindt Van Rompuy een goede zaak. ‘Nu kom je voortdurend in dezelfde discussie terecht of een Vlaamse rondzendbrief de federale regels kan overrulen. Als een Nederlandstalige kamer van de Raad van State zich daar nu over uitsprak, aanvaardden de Franstaligen dat niet. Maar als de rondzendbrief vertaald wordt in wetgeving, dan is er geen discussie meer. Dan gaan beide taalgemeenschappen akkoord. Wie dan tegen de regels ingaat, begaat een wetsovertreding.’
PETER DE LOBEL De Standaard
© 2011 Corelio