40 jaar Vlaams Parlement
09Dec11
In PARLANDO - het huisblad van het Vlaams Parlement- werden naar aanleiding van 40 jaar VP 13 Vlaamse volksvertegenwoordigers van vroeger en nu aan het woord gelaten over hun ervaringen in het Vlaams Parlement.
Ik ben op dit ogenblijk het Vlaams parlementslid met de langste staat van dienst (sedert 1985). Hierbij enkele uittreksels uit het interview.
Eric Van Rompuy (CVP): Doordat we tegelijkertijd in de
federale én de Vlaamse assemblee zaten, was ons werk in de
Vlaamse Raad zeer compact: we deden synthesewerk.
De Vlaamse Raad deed vooral aan decreetgevend werk. Er
werden immers tal van bevoegdheden overgeheveld en die
behoefden een decretale verankering.
Eric Van Rompuy (CVP): Het Mestactieplan van Norbert
De Batselier was rampzalig voor de landbouw in Vlaanderen,
maar misschien wel noodzakelijk om een aantal Europese
normen te halen. De Batselier moest dat veel te snel
uitvoeren, en zonder compensaties. Tijdens de bespreking
van de Septemberverklaring van 1993 heb ik, als fractieleider
van de grootste meerderheidspartij, heel zwaar naar hem
uitgehaald. Ik heb hem verantwoordelijk gesteld voor de
teloorgang van de landbouw in Vlaanderen. Vandaar mijn
uitspraak dat er meer varkens moeten zijn dan Vlamingen.
Ik was tegen de afbouw van de veestapel: landbouw biedt nu
eenmaal tewerkstelling. Met zijn stelling dat mest het voedsel
zou kunnen besmetten, had De Batselier bovendien de indruk
gewekt dat de dood van baby’s ook het gevolg zou kunnen
zijn van die mestproblematiek. Ik heb hem toen gezegd ‘u
beschuldigt de boeren ervan kindermoordenaars te zijn’.
Daarop heeft hij woedend zijn boeken op de grond gesmeten
en heeft mij zonder papier van antwoord gediend. Het werd
een open debat, een echt vuurwerkdebat tussen de regering
en parlementsleden van de meerderheid!
Eric Van Rompuy (CVP): In 1988 ben ik woordvoerder
media geworden van de toenmalige CVP-fractie. De liberaal
Patrick Dewael was toen minister van Media en Cultuur,
maar over die materie, bijvoorbeeld de BRTN, lokale radio’s
of de reclamewetgeving, zat hij helemaal niet op dezelfde
golflengte als de CVP, de SP of de Volksunie. Dat bood
ons de ruimte om als parlementslid decretale initiatieven
te nemen die niet gesteund werden door de minister. Een
heel eigenaardige situatie! Het eerste BRTN-decreet, het
eerste decreet op de lokale radio’s, het decreet op de
regionale televisie, het decreet reclame en sponsoring waren
allemaal parlementaire initiatieven. Vanuit het parlement
zelf zo’n materie decretaal sturen, is een van de mooiste
ervaringen die ik gehad heb. Tegenwoordig is een individueel
parlementslid steeds minder in staat om een decreet te
schrijven: die worden immers steeds technischer.
Eric Van Rompuy (CVP): Door het dubbelmandaat stond je,
als lid van de Kamer, mee aan het stuur van de institutionele
hervormingen van het land en kon je ook meer Vlaamse
autonomie realiseren. Nu is het Vlaams Parlement totaal
afhankelijk van de federale assemblees, bijvoorbeeld voor de
uitvoering van zijn 5 resoluties uit 1999, waarop we al twaalf
jaar lang tevergeefs zitten te hameren.
Bovendien houdt het verlies van direct contact met de
Franstaligen ook een soort verarming in. Je kunt grote
communautaire stellingen ontwikkelen, maar als je die niet
kunt waarmaken en niet weet wat de Franstaligen daarover
denken, dan wordt het Vlaams Parlement een beetje een
‘revendicatie-assemblee’.
Eric Van Rompuy (CVP): Het dubbelmandaat was
verwarrend voor de buitenwereld. Zelfs de Belgische eerste
minister, Wilfried Martens, maakte deel uit van de Vlaamse
Raad. Ook Jean-Luc Dehaene en Louis Tobback kwamen bij
stemmingen naar de Vlaamse Raad om een meerderheid
te kunnen maken. Het was dus voor de publieke opinie niet
altijd duidelijk welke minister in welke assemblee zat en of de
Vlaamse Raad op hetzelfde niveau zat als de Kamer.
Eric Van Rompuy (CD&V): We hebben een heel mooi
parlement uitgebouwd op administratief, juridisch en
technisch vlak. De uitstraling van het Vlaams Parlement is na
1995 enorm gegroeid, mede door ons nieuwe gebouw.
Eric Van Rompuy (CD&V): Een parlement leeft van
hoogtepunten, van conflictmomenten, … Ik heb altijd
een conflictueuze stijl aangehouden, ongeacht of ik nu
fractieleider was in de meerderheid of in de oppositie. Als
parlementslid moet je je niet te ‘consensueel’ opstellen. Een
parlement moet nu eenmaal een tegengewicht bieden tegen
de uitvoerende macht.
Eric Van Rompuy (CD&V): De openbaarheid van de
commissievergaderingen creëert een grotere openheid, maar
heeft mogelijk ook geleid tot een inflatie aan vragen om uitleg
en hoorzittingen. Parlementsleden zijn te veel met details
bezig en hebben, ook met het oog op hun mediarapport op
het einde van de legislatuur, meer aandacht voor het aantal
vragen dat ze stellen dan voor de inhoud ervan. De vroegere
voorzitter van de Kamer, Charles-Ferdinand Nothomb, zei me
altijd: ‘Il faut poser lá question’.
Eric Van Rompuy (CD&V): Het grote decretale werk
heeft het parlement inmiddels achter de rug. De Vlaamse
materies zijn allemaal decretaal verankerd, soms zelfs
‘oververankerd’. Ik denk dan bijvoorbeeld aan ruimtelijke
ordening, leefmilieu of onderwijs: Vlaanderen is zowaar een
keizer-koster geworden… Als er dan toch nog ontwerpen van
decreet worden ingediend, houdt men hoorzittingen met alle
mogelijke groepen. Daardoor is het debat vaak al volkomen
uitgeput voor het echte parlementaire werk zou moeten
beginnen: bij de eigenlijke bespreking van het ontwerp.
Eric Van Rompuy (CD&V): Bij de journalisten en de
buitenwereld primeerde in de periode van de Vlaamse
Raad de aandacht voor de inhoud van het decreetgevend
werk. Nu vertekent de uitzending door Villa Politica van
het vragenuurtje op woensdagnamiddag het grondige werk
dat in het parlement gebeurt of zou moeten gebeuren. De
berichtgeving concentreert zich te veel op de actualiteit van
de dag en minder op de grote lijnen en de ‘fond’. Ik hou
niet van een parlement waar iedereen zijn puntje maakt en
probeert om wat in de media te komen.