Eric Van Rompuy, My last five years

DUEL in VP

26Apr12

Op You tube circuleert een filmpje over een debat in het Vlaams Parlement met een duel tussen Eric Van Rompuy en Jan Penris.
Leuk om even naar te kijken. Eric ten voeten uit…

Druk hierop om het te bekijken:
http://www.deredactie.be/permalink/1.1215225

Mediahype

22Apr12

Op de ambities van Bart De Wever en de perikelen van Pol Van den Driessche is het CD&V-ers best aangeraden geen commentaar te geven. Elke beschouwing hierover wordt onmiddellijk als een boemerang in het gezicht van de christendemocraten geslingerd. Niet de verkiezingen in Frankrijk of de val van de Nederlandse Regering zijn dit weekend belangrijk; ze verzinken in het niet bij de ontwikkelingen bij N.VA die als het ware het testbeeld zijn van de websites en de televisiezenders.
De Wever hult zich weer in een slachtofferrol van de media en de politiek terwijl die media hem elke dag belangrijker maken. Waar gaat dit eindigen? Ik begin die mediahype beangstigend te vinden voor onze democratie. Het is alsof heel onze samenleving nog draait rondom de ambities van één persoon. Of mag dit ook niet meer gezegd worden op risico van te worden afgeschilderd als een “gefrustreerde”. En wat heeft BDW met al zijn electoraal kapitaal en mediaverschijningen tot nu toe al gerealiseerd? Het gaat altijd alleen over zichzelf : Ik, ik, ik en de rest kan…

Miserietaks

19Apr12

De “miserietaks” zorgt voor miserie binnen het gezin van de Vlaamse meerderheid in het Vlaams Parlement. Sp.a poogt met zijn verzet tegen de verdeeltaks CD&V af te schilderen als de “hardvochtige partij die de mensen in echtscheiding bewust wil treffen en verarmen.” De oppositie spreekt zelfs van de “Leonardtaks”. Ik heb dit aan Bart Van Malderen letterlijk zo gezegd bij het meerderheidsoverleg dinsdag. Dit overleg had geen zin meer vermits S.pa eenzijdig dinsdagochtend de verdeeltaks in de pers had afgeschoten. Als men in het Vlaams Parlement hoorzittingen organiseert dan is het de normale fairplay tussen de parlementsleden van de meerderheid dat men op basis van deze hoorzittingen nagaat of het decreet al dan niet moet worden aangepast. Het BIV-decreet werd in januari jl. na hoorzittingen grondig geamendeerd in het VP en dit in gezamelijk overleg tussen de meerderheidspartijen.
De miserietaks is nu klinisch dood en als CD&V zijn wij niet bereid om via amendementen nog naar oplossingen te zoeken. Van Malderen stelde voor om de gezinswoning eruit te halen voor de verdeeltaks bij echtscheiding van gehuwden of 3 jaar samenwonenden maar uit de hoorzitting is gebleken dat dit perverse effecten zal hebben voor andere categoriën en technisch tot enorme complicaties zal leiden.Wij zijn niet van plan terecht te komen in een juridisch kluwen en iets te stemmen waar de Federatie van Notarissen in het VP van zei dat het kwasi onuitvoerbaar is. Ook was S.pa van plan om de verdeeltaks op te trekken naar 3% voor de andere categoriën om het budgettaire rendement te halen. Dit werd door CD&V en N.VA reeds verworpen in het meerderheidsoverleg dinsdagmiddag.
Het bord van de verhoging van de verdeeltaks is bijgevolg afgeveegd. Dinsdag zal ik als voorzitter van de Commissie Financiën moeten vaststellen dat dit voorstel van de decreet zal worden teruggetrokken door de Vlaamse Regering. S.pa moet nu evenwel met alternatieven afkomen binnen de bevoegdheden van de socialistische ministers Lieten (armoedebestrijding, media en innovatie) en Smet (onderwijs). De zwarte Piet ligt nu bij hen. Zij moeten nu maar besparingen pogen te vinden binnen de “warme samenleving”.
Ik heb in mijn jarenlange ervaring in het VP zelden zulk deloyaal manoeuver meegemaakt van een meerderheidspartij. Ons hierbij de schuld geven van een partij die hardvochtig is voor mensen die in een echtscheidingsproces zijn gewikkeld en de indruk willen geven dat wij echtscheiding willen bestraffen treft ons in het hart als gezinspartij die open staat voor al vormen van samenleven en zeker voor diegenen die het moeilijk hebben.

Mijn reactie hierop in het Journaal op één vindt door te klikken op onderstaande balk :
http://www.deredactie.be/permalink/1.1277761
.

Tu quoque, Jan?

15Apr12

Onze nieuwe Vlaamse “modelparlementair” Theo Francken vindt dat de parlementaire vacantie de spuigaten uitloopt.
14 dagen “verlof” met Pasen: ongehoord. Ook de pers gaat daar gretig op in en deelt eigen dag zijn prikken uit op onze wedde, ons pensioen, onze aanwezigheid, onze vacanties, onze reizen.
Ik ben die kritiek spuugzat. Natuurlijk zijn er onder onze parlementsleden “profiteurs” maar iedereen in dezelfde zak stoppen is puur populisme. Het is niet omdat er geen zittingen zijn in het Parlement dat parlementsleden niet met hun werk bezig zijn.

Zelf was ik de jongste 2 weken bezig met het opstellen van de resolutie tot besluit van de debatten over de Gemeentelijke Holding en Dexia (elke fractie is gevraagd tegen volgende week zijn conclusies neer te leggen), de debatten voor te bereiden over de Vlaamse begrotingscontrole ( bespreking start dinsdag) en de hoorzittingen over het tarief op het recht op verdelingen (smalend de “Leonardtaks” genoemd), formuleerde ik vragen om uitleg over het nieuw rapport van de HRF over de verdeling van de budgettaire inspanningen van de deelstaten, de concurrentiepositie van de luchthaven van Zaventem, plus enkele schriftelijke vragen.

Intussen heb ik mij ook ingezet met de voorbereiding van de gemeenteraadsverkiezingen in Zaventem en vele gesprekken gevoerd met mogelijke kandidaten. Dat behoort ook tot de taak van een “volksvertegenwoordiger” want die bestaat politiek niet als hij niet verankerd is in een stad of gemeente. Enkel de BV’s ontsnappen hieraan maar zij hebben ook moeten ondervinden dat - eens de camera’s wegvallen- een lokale basis onontbeerlijk is om electoraal en politiek te overleven.

Ik ben nu bijna 30 jaar actief in het Parlement (Europa, Kamer en Vlaams Parlement) maar heb nooit het gevoel gehad dat ik tekort schoot in mijn parlementaire werking als gevolg van overdreven vacanties. Integendeel. Dat werk neemt je constant in beslag en de druk blijft enorm groot om steeds opnieuw politiek relevant te blijven.
Ik lees nu ook dat we een parlementaire loopbaan van 40 jaar moeten hebben om te kunnen genieten van een volledig parlementair pensioen. Decroo met zijn 44 jaar parlement is de enige die hiervoor in aanmerking komt. Ikzelf heb in het Vlaams Parlement de grootste anciënniteit en zal in 2013 de kaap van de 30 jaar overschrijden. Maar ik zou in het Vlaams Parlement nog 10 jaar moeten actief blijven om van een volledig parlementair pensioen te kunnen genieten. Dus doorgaan tot mijn 72!

Wanneer gaat die demagogie over het Parlement nu eindelijk eens stoppen? De “Theo Franckens van deze wereld” scoren door ons parlementair mandaat elke dag opnieuw in een “profiteursdaglicht” te stellen. Zij zijn 2 jaar in het Parlement en hebben buiten een paar verbale stunts nog niets bewezen maar vinden zich al belangrijk genoeg “pour cracher dans la soupe”.

Jan Peumans (voor wie ik veel respect en waardering heb) begint daar nu ook aan mee te doen en vindt dat hij een deel van zijn “al te riante” wedde moet wegschenken aan een goed doel. Zo heeft hij al 6.700 euro gestort aan de bouw van een Boeddistische tempel in Hoei. Welke indruk maakt dat op een gewone burger die dit leest? “Hebben die heren van het Parlement geld teveel terwijl wij moeten inleveren”? Waarom moeten sommige Parlementsleden zich steeds weer profileren als ethischer dan hun collega’s en hierdoor de andere parlementsleden steeds meer in de hoek van de “profiteurs” duwen?

Ik herhaal het : ik ben die demagogie spuugzat.

Dat de Vlaamse Parlementsvoorzitter Peumans met zijn al te “riante” wedde (betaald met Vlaams belastinggeld) boeddistische tempels in Wallonië gaat betoelagen is een nieuw dieptepunt in het populisme over het statuut van het Vlaams Parlementslid. Het is een mooie scoop voor de kranten maar schaadt onze instelling. Met al mijn sympathie, Jan, maar je tast hiermee de geloofwaardigheid van het Vlaams Parlement en haar leden aan.Tu quoque, Jan? Dat had ik van jou niet verwacht want we vechten al jaren samen voor het respect voor onze instelling. Deze is hiermee niet gediend.

Voor mijn interview op VTM over het gebruik van de I-Pad in het Vlaams Parlement druk hierop:

http:// http://www.standaard.be/mobilia/cnt/DMF20120419_026

HVR in VRIJ NEDERLAND

09Apr12

HERMAN VAN ROMPUY Sluwer dan de anderen   profiel in VRIJ NEDERLAND


Herman van Rompuy is herkozen tot president van Europa. Profiel van ‘de hoeder van vertrouwen’ die uitgroeide tot Europees staatsman van gewicht en aanzien. ‘Sluw vind ik geen scheldwoord.’
Vrijdagmiddag vijf uur, het Justus Lipsiusgebouw in Brussel. Gehaaste euroambtenaren gaan door de draaideur, ze trekken hun koffer op wieltjes achter zich aan. Het weekeinde lonkt. In de immense hal staan de laatste televisieteams hun spullen in te pakken. Ook op de achtste verdieping is de rust neergedaald. Aan de muren hangen werken van Belgische kunstenaars als Luc Tuymans en Jan Fabre. Herman Van Rompuy, de net herbenoemde voorzitter van de Europese Raad (mager, lang, bruin pak, blauwe das) ontvangt in zijn bescheiden ingerichte kamer. Een bureau, een wit bankstel, een grote tafel bij het raam vol papieren, in de hoek staat de blauwe Europese vlag. Het is een drukke week geweest: een gesprek met de Zwitserse president, de begrafenis van de omgekomen scholieren in Lommel, ontvangsten van de regeringsleiders van Montenegro en Bosnië-Herzegovina. En dan ook nog een toespraak tijdens een academische bijeenkomst in Leuven met de veelomvattende titel ‘Vanwaar komen we en waar gaan we naartoe’.
Als er één ding is dat hij met zijn publieke optredens wil bereiken, is het rust brengen. ‘We leven in een periode van grote angst,’ zegt hij. ‘Angst voor van alles. Zaken raken dan buiten proportie, mensen denken dat ze voor een muur staan waar ze niet overheen komen. Dat werkt verlammend. We moeten een klimaat creëren waarin je gezamenlijk aan oplossingen werkt. Waar je iedereen zoveel mogelijk bij betrekt. Dat is altijd mijn devies geweest. Je kan bijna onmogelijke tegenstellingen overbruggen als het klimaat van vertrouwen er maar is.’
Het is Van Rompuy ten voeten uit. Vertrouwen, samenwerken, geen revolutie, maar stapje voor stapje. Zijn levensmotto is niet voor niets ‘Rustige Vastigheid’, een citaat van Henriette Roland Holst.
Eind 2009 was Van Rompuys benoeming dé grote verrassing in Brussel. Hij werd in het Europarlement uitgemaakt voor ‘grijze muis’ en ‘iemand met het charisma van een natte dweil en het uiterlijk van een derderangs bankbediende’. Maar Van Rompuy groeide sindsdien uit tot de man die alle leiders op een lijn kreeg, tot de pater familias van Europa. Begin maart werd hij binnen vijf minuten door de regeringsleiders herkozen voor een tweede periode van tweeënhalf jaar.
Wie is deze Vlaming die samen met zijn vrouw Geertrui al achtentwintig jaar in een bescheiden villa te Sint-Genesius-Rode nabij Brussel woont? De man die haiku’s schrijft? Die alle wereldleiders het boek The World Book of Happiness als kerstcadeau stuurde? Die jarenlang met het openbaar vervoer naar zijn werk ging en op zijn eerste dag als voorzitter van de Europese Raad tot verbijstering van zijn beveiligers met de metro wilde komen? Die een subtiel gevoel voor humor heeft, maar ook vilein uit de hoek kan komen, belijdend katholiek is en zich af en toe terugtrekt in een abdij, maar ook belangstelling heeft voor het boeddhisme? Wat kan Europa nog verwachten van haar eerste president?

Geen bang mens
‘Een meester van de elegante belediging’, zo noemde NRC-commentator Bas Heijne Van Rompuy na zijn recente optreden bij het televisieprogramma Buitenhof; ‘Zijn boodschap aan Nederland bestond uit een vernederende aanmoediging: toe maar, heus, jullie kunnen het.’
Hoezo was anderhalf procent bezuinigen een probleem voor Nederland, vroeg Van Rompuy zich af. Hij had dat als minister van Begroting in België ook gedaan. ‘Ik zou de situatie niet overdramatiseren,’ zei hij. ‘Nederland is niet het enige land dat zijn begroting op orde moet krijgen en in vergelijking met andere landen is de inspanning niet zo groot.’ Waar in Nederland tegenwoordig vaak wordt geschamperd over Europa en Brussel, benadrukte Van Rompuy juist de waarde van de Europese samenwerking.
Eurocommissaris Neelie Kroes zat die ochtend voor de televisie. Ze spreekt in waarderende woorden over haar Brusselse collega. ‘Herman is geen bang mens. Hij verschuilt zich nooit achter wollige taal. Hij deinst er niet voor terug te zeggen waar het op staat, maar doet dat wel met zachte stem.’
Van Rompuy zelf verbaast zich er nog steeds over dat er in Den Haag zoveel beroering is over de komende extra bezuinigingen. ‘Ik heb geprobeerd de situatie te ontdoen van drama. Dat was in het geval van Nederland zeker nodig.’
Van Rompuy blijft zijn standpunt herhalen: de budgettaire inspanning die van Nederland wordt gevraagd is 1,5 procent van het bbp tegen eind 2013, zodat het land de procedure van ‘buitengewone tekorten’ kan verlaten en dus een deficit zal hebben van 3 procent. Deze inspanning is helemaal niet te vergelijken met wat Spanje doet in 2012 (-3 procent) of Griekenland in 2010 (-5 procent).
Van Rompuy liet waarschuwingen van het IMF, de Wereldbank en tal van economen tegen het kapotbezuinigen van de economie in een periode van krimp achter zich. ‘De gevolgen voor de economie moeten gerelativeerd worden. Het is bovendien een zaak van geloofwaardigheid, zeker voor een AAA-land. Een soepeler norm riskeert verkeerd geïnterpreteerd te worden door de financiële markten en te eindigen in een hogere rente die dan weer de begroting bezwaart.’

Klare gedachtegang
‘Herman was voor velen de slimste van onze generatie,’ zegt Van Rompuys kabinetschef baron Frans van Daele. Hij is een topdiplomaat, die België in Europa, bij de NAVO en in Washington vertegenwoordigde. Van Daele kent Van Rompuy al sinds het begin van de jaren zeventig, toen ze beiden actief waren bij de jongerenbeweging van de Christelijke Volkspartij CVP. ‘Zijn politieke analyses waren destijds al scherp,’ zegt Van Daele. ‘Hij durfde tegen de powers that be in te gaan. Hij kon zijn analyse in een breed maatschappelijk, filosofisch en historisch kader plaatsen.’
Ook Jan Huyghebaert, tot voor kort voorzitter van KBC, een grote bank in België, kent Van Rompuy sinds die tijd. En ook hij was al vroeg onder de indruk van diens capaciteiten. Samen werkten ze als jongemannen in de staf van toenmalig CVP-premier Leo Tindemans. ‘Herman schreef toespraken die de eerste minister van A tot Z voorlas. Ze waren goed geschreven en evenwichtig van inhoud. Sociaal-economisch heeft hij een heel klare gedachtegang die hij consequent volgt, dat is zijn kracht.’
Luuk van Middelaar is sinds van Van Rompuys aantreden zijn speechschrijver. Hij is filosoof, voormalig NRC-columnist en auteur van het veelgeprezen De passage naar Europa. ‘Herman Van Rompuy gaat subtiel op zoek naar oplossingen,’ zegt Van Middelaar. ‘Hij zal nooit zijn eigen wil doordrijven, hij zoekt naar een compromis waarmee iedereen thuis kan komen. Ik vind het spannend om met deze man te werken, hij is geestig en intelligent.’
Van Rompuy zelf: ‘Er zijn mensen die veel intelligenter zijn dan ik. Maar ik ben wel dikwijls slimmer en sluwer dan anderen. Sluw vind ik geen scheldwoord. Sluw betekent dat je snel een uitweg kan vinden door onverwachte oplossingen te bedenken.’

De verstandigste
Anno 2012 is Herman Van Rompuy een man die boven de partijen staat. Die alles heeft gezien: crises, grote verkiezingsoverwinningen, schrale jaren in de oppositie. Dat hij politicus werd, was niet zo vreemd, gezien zijn achtergrond. Thuis werd altijd over politiek gepraat. Zijn broer Eric maakte net als hij carrière in de christen-democratische beweging, terwijl zus Tine zich aansloot aan bij de radicaal-linkse Vlaamse Partij van de Arbeid. Vader Vic Van Rompuy was een van de intellectuele zwaargewichten van de christen-democraten.
Herman Achille Van Rompuy werd op 31 oktober 1947 geboren in een gezin van vier kinderen. Zijn vader Vic was een doctor in de economische wetenschappen die ervan droomde professor te worden. In 1957 ging het gezin naar Congo. De afspraak was dat vader Van Rompuy na vijf jaar lesgeven in de kolonie automatisch hoogleraar zou worden aan de universiteit van Leuven. Het waren de laatste onbekommerde jaren in de Congo. ‘Het was voor ons kinderen een prachtige tijd,’ zegt zijn twee jaar jongere broer Eric. ‘We waren bij de scouts, er waren openluchtfilms, we gingen naar het zwembad.’ Maar na een jaar was de idylle over. Vader kreeg malaria, net als broer Eric en zussen Tine en Anita. ‘We moesten in juni 1958 terugkeren naar België. Een half jaar later vielen de eerste doden bij rellen tegen het koloniale bewind.’
Het gezin streek neer in een nieuwbouwwijkje in Sint-Stevens-Woluwe, oorspronkelijk een boerengemeente aan de rand van Brussel. Het was een hechte gemeenschap met grote gezinnen waar de moeders thuisbleven. Herman ging naar school bij de jezuïeten van het befaamde Brusselse Sint-Jan Berchmanscollege. ‘Herman was de intellectueel die de jezuïeten voor ogen hadden,’ zegt zijn broer Eric. Hij ging naar dezelfde school. ‘Ik heb Herman altijd als de verstandigste beschouwd, hij is buitencategorie. Ik las de boeken die hij gelezen had, en vaak alleen wat hij onderstreepte.’ Thuis werd er nauwelijks ruziegemaakt. Vader Van Rompuy benadrukte vooral wat er goed ging. En als hij het ergens niet mee eens was? Dan zweeg hij. ‘Zo zijn Herman en ik ook onder elkaar. We hebben geen ruzie, we zwijgen als we het niet eens zijn.’

Premier van de sportclub
Op zijn twaalfde kreeg Van Rompuy als beste leerling van de klas een prijs. ‘De machtigen der aarde, ik heb het boek nog altijd,’ zegt de Europese president. ‘Mijn fascinatie voor macht en politiek werd door dit boek alleen maar aangewakkerd.’ Zijn eerste spreekbeurt op het gymnasium hield hij dan ook over de Franse keizer Napoleon. ‘Hoewel ik niet zo moedig was, durfde ik het woord onvruchtbaar uit te spreken toen ik het over Napoleons vrouw Josephine had. Heel de school sprak erover.’ Wel had hij de klas in zijn ban gehad en dat smaakte naar meer. ‘Het gaf me een fascinerend gevoel,’ zegt Van Rompuy. ‘Ik was een zeer verlegen jongen en ben dat eigenlijk nog steeds. Een vinger opsteken in de klas? Dat durfde ik niet. Maar een voordracht? Dat was anders. Dan had ik controle. Dan was ik meester van het geheel. Ik zei dan wat ik wou en kon niet onderbroken worden. Ik voelde toen al dat ik het kon.’
De ambities van Van Rompuy waren in die jaren groot. Tijdens een hardloopwedstrijd op school was hij zo fanatiek dat hij na de finish tegen een schoolmuur tot stilstand kwam en beide polsen brak. ‘Maar ik was wel de winnaar,’ zegt hij vijftig jaar later. Hij leerde de namen van alle Amerikaanse presidenten uit zijn hoofd, net als complete speeches van de door hem bewonderde Amerikaanse president John F. Kennedy, die op dat moment furore maakte. Zelf wilde Van Rompuy het liefst ‘president van België’ worden. ‘Vlak na mijn benoeming in Europa kwam ik een oude schoolkameraad tegen,’ zegt hij. ‘Die zei: je hebt je ambities wél waargemaakt!’ Ook buiten school toonde Van Rompuy al vroeg zijn leiderschapsambities. Hij richtte een sportclub op waarvan hij vanzelfsprekend zelf ‘eerste minister’ was. ‘Ik deelde alle functies uit. Ik had een voorzitter en een secretaris, zelfs een minister van Buitenlandse Zaken. We deden aan atletiek, vooral de afstanden waar ikzelf goed in was. Maar ook de vijftienhonderd en achthonderd meter, de anderen moesten ook wel eens winnen.’
De Europese Unie heette in de jaren dat Van Rompuy naar school ging nog de Europese Economische Gemeenschap. Het gemeenschappelijke landbouwbeleid van ‘de zes’ kwam in die jaren van de grond. Europa was een idealistisch project: nooit meer oorlog door meer samenwerking, dat was het streven. Op het jezuïetencollege was de ene helft van het lerarenkorps flamingant, de andere helft was juist zeer Europees ingesteld. Die laatste groep organiseerde uitwisselingen met andere scholen en reizen naar buurlanden, zelfs naar het toen nog verre Italië.
Van Rompuy raakte begeesterd en in 1964, hij was toen zeventien jaar, hield hij aan het einde van het jaar voor de hele school zijn eerste grote speech over Europa. ‘Voor die speech schaam ik me nog altijd niet,’ zegt hij terugkijkend. Pater Imberechts, de bezieler van het uitwisselingsproject, schreef dat jaar in zijn opgetogen verslag: ‘We moeten de jongens danken voor de interesse die ze hadden voor het Europa dat nu in opbouw is in Brussel. We hopen dat meerdere jonge mensen hun verantwoordelijkheid zullen opnemen in de opbouw aan een betere toekomst.’ Van Rompuy heeft het briefje achtenveertig jaar later nog altijd.

Meisje met kort rokje
Na zijn eindexamen ging Van Rompuy rechten en later economie studeren in Leuven. Hij kreeg les van zijn vader die inmiddels hoogleraar publieke financiën was geworden. Een groot deel van de huidige maatschappelijke elite van België kreeg les van hem. Ook vriend en latere topbankier Jan Huyghebaert zat in de bankjes: ‘Hermans vader was een bescheiden man, op het randje van timide, wat ook Herman wel heeft. De deur van zijn kamer stond altijd open. Ook al waren de hoogleraren internationale vedettes, ze bleven voor iedereen bereikbaar. Te hoog van de toren blazen was taboe. Herman is helemaal in die sfeer opgevoed.’ Van Rompuy zelf herinnert zich vooral de plannen die zijn moeder voor hem had: ‘Professor worden en daarnaast aan politiek doen, dat vond ze voor mij de ideale combinatie.’
Herman Van Rompuy was in de jaren zestig de verkeerde man op de verkeerde plaats. De man van de geleidelijkheid en het rentmeesterschap paste niet in een wereld die bol stond van protest, revolutie en trappen tegen heilige huisjes. Journalist Piet Piryns (Knack, De Morgen, Vrij Nederland) studeerde net als Van Rompuy in de roerige jaren zestig in Leuven. ‘Herman zagen we nooit op manifestaties,’ zegt Piryns. ‘Hij zag niets in de revolutie. Niet zo vreemd als je bedenkt dat zijn vader professor was.’ Terwijl Piryns ‘met een gitaar op de borst’ protestliederen zong, bleef Van Rompuy thuis bij zijn ouders wonen, waar hij een kamer deelde met zijn broer Eric. ‘Later heeft Herman me bij herhaling nog gevraagd wie dat meisje was met dat korte rokje met wie hij me destijds zag staan. Daar was hij zo van onder de indruk. Ik kan me daar alles bij voorstellen van die brave katholieke jongen,’ zegt Piryns. ‘Net als hij studeerde ik magna cum laude af. Dat begreep hij niet. Zo’n liederlijk, wuft leven leiden en dan toch zulke studieresultaten.’
Terwijl het buiten dus een en al love, peace and happiness was, las de student Van Rompuy op zijn jongenskamer somber stemmende boeken van schrijvers als Albert Camus, Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer en Søren Kierkegaard. ‘Vooral de onmogelijke liefde van die laatste fascineerde me,’ zegt hij. ‘Ook had die auteur een moeizame verhouding met het geloof, net als ik destijds. Kierkegaard was voor mij een goed voorbeeld van gespletenheid op alle mogelijke terreinen.’ Broer Eric: ‘Herman had een donkere periode. Hij was zwaarmoedig.’ Het was overigens niet alleen kommer en kwel. Eric en Herman waren gek van wielrennen en in zomervakanties gingen ze op de fiets naar Frankrijk om de Tour de France met eigen ogen te bekijken.
Geen sit-ins dus voor Van Rompuy. Wel werd hij tijdens zijn studententijd lid van de jongerenbeweging van de Christelijke Volkspartij (CVP), op dat moment al decennia aan de macht in Vlaanderen en leverancier van een hele reeks Belgische premiers. Dat hij naar de CVP ging, was niet vreemd. Zijn vader was in de jaren vijftig adjunct-directeur van de economische denktank van de partij. Hij was nooit actief politicus maar wel iemand die de partijkoers op economisch gebied mee bepaalde.

Weense wals
Bij de CVP-jongeren steeg de ster van de jonge Herman snel. Op negentienjarige leeftijd kwam hij in het bestuur terecht met mensen als de latere premiers Jean-Luc Dehaene en Wilfried Martens. Het grote discussiepunt in die jaren: moesten de jongeren met de sociaal-democraten opgaan in een progressieve beweging of niet? Martens en Dehaene vonden van wel, geïnspireerd als ze waren door de mei-68-beweging. Van Rompuy was het daarmee grondig oneens. Hij behoorde tot de behoudende vleugel die vooral de christen-democratische waarden overeind wilde houden. ‘Herman voelde zich er absoluut niet in thuis en heeft van de ene op de andere dag ontslag genomen,’ zegt broer Eric. Een paar jaar later keerde het tij. De roerige jaren zestig waren voorbij, de CVP-jongeren gingen terug naar hun wortels en Van Rompuy kreeg de wind in de zeilen. Hij ging werken als adviseur van premier Leo Tindemans, die hij nog steeds beschouwt als een van zijn leermeesters.
Het is in deze periode dat Van Rompuy zijn latere vrouw Geertrui Windels ontmoette. Windels ontvangt in de tuin van de eenvoudige villa in Sint-Genesius-Rode, even buiten Brussel. Hond Louis bedelt om aandacht. ‘We hebben hem ooit uit het asiel gehaald omdat onze jongste zoon die nu ook uit huis is zo graag een hond wilde. Nu laat Herman hem uit.’ Windels is biologe en in 1977 deed ze onderzoek naar de vegetatie op Mount Kenya. Ze ging bepakt en bezakt terug naar België. ‘Ik kwam het vliegtuig in met een verrekijker en fototoestel om mijn hals, een kalebas in mijn ene arm, een sisal-mand in de andere,’ herinnert Windels zich. ‘De passagier naast mij zei: “U kunt wel wat spullen bij mijn voeten kwijt.” Ik was verbaasd dat er nog een Vlaming aan boord was en we raakten in gesprek.’ Toen Windels haar paspoort tevoorschijn haalde om formulieren in te vullen, keek Van Rompuy over haar schouder mee. Hij onthield het adres en na thuiskomst kreeg zij een brief van hem, de eerste van velen. ‘Ze waren zo mooi dat me ik nooit in staat achtte ook maar één brief terug te schrijven,’ zegt Windels. ‘In Gent, waar ik op kamers zat, kwam Herman me bezoeken met de Volkswagen Kever van zijn moeder. Mijn passie was de natuur, de zijne politiek. Ik ontdekte dat hij een integer mens was. Hij was echt de aanvulling die ik nodig had.’
In 1977 trouwde het stel, de zegen werd gegeven door een pater van het Sint-Jan Berchmanscollege. Windels: ‘We openden het feest met een Weense wals. Daar hadden we lang op geoefend.’
Het echtpaar kreeg vier kinderen, twee zonen en twee dochters. ‘Herman is een familiemens,’ zegt Windels. ‘Elk weekeinde wil hij aan tafel zitten met het hele gezin.’ Om de eettafel staan ook kinderzitjes, er zijn inmiddels drie kleinkinderen. Van Rompuy is een harde gedisciplineerde werker, maar ook iemand die tijd weet vrij te maken voor zijn gezin. ‘Al sinds het begin van zijn politieke carrière komt hij thuis met een krat dossiers,’ zegt Windels. ‘Hij gaat dan naar boven of naar de keuken om mij niet te storen met zijn dringende telefoongesprekken. De dossiers werkt hij af in de living. Het laatste half uur van de dag is hij vrij. Dan leest hij in zijn makkelijke stoel een roman of een filosofisch werk. Voor hij dat opgeeft, moet er wel heel wat aan de hand zijn. En de laatste maanden was dat zo, eigenlijk voor de eerste keer in zijn leven. Nu de crisis wat is geluwd, neemt hij weer een boek ter hand. Dat is voor mij een graadmeter dat het weer beter gaat in Europa.’ Op de salontafel ligt Nietzsches tranen.

Kampfschwein
Tussen de vroege jaren zeventig toen Van Rompuy adviseur was van Tindemans en zijn benoeming tot voorzitter van de Raad van Europa, ligt een lange politieke carrière. Hij was partijvoorzitter, directeur van het wetenschappelijk bureau, kabinetsformateur, parlementariër, minister van Begroting, Kamervoorzitter en hij werd in 2009 premier. ‘De Belgische politiek is een uitstekende leerschool voor functies in Europa,’ zei Van Rompuy bij zijn aantreden. ‘Belgische politici zijn opgegroeid met partijen waarin verschillende stromingen actief zijn en met regeringen waarin met vier of vijf of zes partijen een akkoord moet worden gesloten over elk punt en elke paragraaf. Onze handen zijn echt gedrenkt in vaseline. Botsen is zo gemakkelijk. Dat kan iedereen, het compromis is de echte uitdaging.’
Van Rompuy was dan wel een partij-ideoloog en bestuurder, maar hij is nooit een echte campaigner geweest. Voor hem liever geen braderieën, bezoeken aan markten of huisbezoeken. Maar gelukkig is er altijd zijn broer Eric, die zichzelf met enige trots het Kampfschwein noemt. De broers voeren een paar keer samen campagne, onder de slogan ‘het zit in de familie’. Eric: ‘Ik ben een typische parlementariër, Herman is meer een bestuurder. Ik zorgde ervoor dat het vuur in de verkiezingscampagne bleef. Het waren mijn militanten en ikzelf die huis aan huis borden in de grond stampten.’
In 1999 verloren de christen-democraten de verkiezingen en belandden voor acht lange jaren in de oppositie. Van Rompuy was inmiddels van een jeune premier veranderd in een vieux crocodile. Vernieuwing was het devies van de nieuwe partijleiding. ‘Alles moest anders, dichter bij de mensen, tot aan het belachelijke toe. Er werden congressen georganiseerd waar de partijleden werden geacht niet langer een das te dragen. De vroegere prominenten mochten niet op de eerste rij zitten, ik heb toen maar plaatsgenomen tussen de leden.’ Het was een afrekening met een generatie. ‘Bij de volgende verkiezingscampagne in 2003 adviseerde een campagneleider zelfs ons niet in beeld te brengen,’ zegt Herman Van Rompuy. ‘Mijn broer en ik stonden voor “de oude CVP” en daar moest mee gebroken worden.’
Het mocht niet baten, de verkiezingen werden verloren. Toen greep Van Rompuy in. ‘Ik heb een vergadering belegd en heb mensen aangewezen. Jij wordt partijvoorzitter, jij wordt fractieleider, volgens de oude stijl.’ De ingreep had succes, de rust keerde weer en de CD&V steeg in de jaren die volgden weer langzaam in de peilingen.

Vijanden
Had Van Rompuy in de Belgische politiek dan helemaal geen vijanden? Niet veel, maar hij had ze wel. Vooral binnen zijn eigen partij, waar jarenlang turfoorlogen woedden tussen de ‘conservatieven’ en de ‘progressieven’. De oud-premiers Jean-Luc Dehaene en Wilfried Martens behoorden tot die laatste vleugel. Toen Van Rompuy in 1985 partijvoorzitter wilde worden, werd hem door hen de voet dwars gezet. ‘Ik had het gevoel dat mijn loopbaan ten einde was,’ zegt Herman Van Rompuy. ‘Ik was achtendertig en vroeg me af: wat ga ik nu doen?’ Broer Eric: ‘Zijn opgang in de CVP was niet gemakkelijk.’
Met Dehaene kwam het in de jaren negentig helemaal goed. In de regeringen Dehaene (1993-1999) was Van Rompuy vicepremier en minister van Begroting. Ze vormden een onverwoestbare tandem.
Met Wilfried Martens duurde het langer. Hun decennialange vete werd pas in 2003 bijgelegd. ‘Het gebaar kwam van Herman,’ zegt Martens. ‘Ik zal het nooit vergeten: de ochtend na de verkiezingen in 2003 liep ik hem in de radiostudio’s tegen het lijf. “We moeten eens praten,” zei hij.’ Martens was niet verwonderd. ‘Het zou vreemd zijn in een christen-democratische partij tot op het einde van zijn dagen in spanning te blijven leven.’ In 2008 haalde Martens Van Rompuy over om premier te worden. En jaar later bemiddelde hij als partijvoorzitter van de christen-democratische partij in het Europarlement EVP bij de Duitsers om Van Rompuy als voorzitter te benoemen. Martens: ‘Herman is een behoudende, conservatieve politicus. Het is zeker geen man van de grote verandering. Dat doet niets af aan zijn huidige positie als voorzitter van de Europese Raad.’
Minder goed liep het af tussen Van Rompuy en Johan Van Hecke, tot 1996 voorzitter van de CVP. Toen uitkwam dat Van Hecke een relatie had met journaliste Els De Temmerman, leidde dat tot een crisis bij de partij die familiewaarden hoog in het vaandel heeft. Het kwam tot een gesprek tussen Van Rompuy en Van Hecke. ‘De hypocrisie is een christelijke deugd,’ hield Van Rompuy zijn voorzitter voor. Met andere woorden: waarom hou je je relatie niet stil totdat je keurig bent gescheiden, in plaats van in zonde te leven? Voor een gechoqueerde Van Hecke was het een aanwijzing dat het meer conservatieve deel van de partij, aangevoerd door Van Rompuy, een gescheiden man als partijvoorzitter nooit zou accepteren. Hij besloot op te stappen.
Van Rompuys commentaar na het vertrek en de mogelijke inschattingsfout die Van Hecke zou hebben gemaakt: ‘Dat was geen inschattingsfout. Daarvoor moet je de situatie eerst ingeschat hebben, en dat was niet het geval.’ Inmiddels woont Van Hecke al een paar jaar met De Temmerman in Oeganda, waar ze een hotel uitbaten. Ze kregen onlangs een tweeling. Terugkijken op zijn vete met Van Rompuy wil hij niet. ‘Hij is een grote mijnheer geworden in Europa en dat gun ik hem van harte. Ik bewaar aan onze samenwerking mooie herinneringen en ook minder mooie. Maar het is een afgesloten hoofdstuk. De keren dat ik Van Rompuy heb gezien, hebben we elkaar een keurige hand gegeven, meer niet. Van een verzoening of een nader gesprek is het nooit gekomen.’
Herman Van Rompuy zegt nu: ‘Ik was er voorstander van dat Van Hecke verder CVP-voorzitter bleef. Vandaar mijn voorstel om een tijd te laten tussen zijn scheiding en het bekendmaken van een nieuwe relatie. Ik noemde dat ironisch “de christelijke deugd van de hypocrisie”. Ik vernam van hem later dat hij dat verkeerd opvatte. Zes maanden daarna, in juni 1996, nam hij spontaan ontslag in een vlaag van paniek en depressie. De avond zelf kwamen wij met de top van de partij samen. Iedereen betreurde de toestand, ook de meest “conservatieven”, waar ik niet toe behoorde.
Ik heb daar met Van Hecke jaren later wel een langdurig gesprek over gehad, op mijn initiatief. In 2000-2001 begon hij niettemin een offensief om de partij te verdelen, wat mislukte en leidde tot zijn vertrek naar de liberalen, hoewel hij behoorde tot de vakbondsvleugel. Die periode vol dubbelspel heeft feitelijk een totale breuk betekend met iedereen in de partij. Jammer.’
In zijn dagboeken schreef Van Rompuy eind jaren negentig: ‘Wij zijn in zekere zin meester over onze daden, maar niet over onze gevoelens. Daarom hebben we alleen schuldgevoelens over wat we deden en niet over wat we waren.’ Het was die scherpe tong van Van Rompuy die menigeen wel eens dwarszat. Van Rompuy gebruikte zijn verbale gave en zin voor humor meer dan eens als wapen tegen zijn politieke tegenstrevers. Martens: ‘Hij kon zeer scherp uit de hoek komen.’ Zijn humor is milder geworden, zeggen vriend en vijand.
Van Rompuy zelf verklaart die mildheid in het boek In de wereld van Herman Van Rompuy (2010) dat hij samen met journaliste Kathleen Cools schreef: ‘Een bijzonder moment van sereniteit kwam onverwachts over mij toen we in 2004 onze beide goede ouders met een verschil van een week moesten begraven. Plots was ik wees, was er tussen de hemel en mij niemand meer, moest ik mij niet meer bewijzen. Ik stond alleen, maar het boezemde mij geen vrees in. Nu moest ik nog meer dan vroeger mijn eigen weg gaan.’

Olé olé olé
In 2007 haalde de CD&V een eclatante overwinning. Van Rompuy haalde zelfs een monsterzege in zijn kiesdistrict: dertigduizend stemmen. Hij werd Kamervoorzitter. Hij had zich teruggevochten in het in centrum van de macht, geheel volgens zijn lievelingscitaat van Goethe: ‘Echt mens zijn betekent een vechter zijn.’
Twee jaar later werd Van Rompuy door de Belgische koning geroepen tot het hoogste ambt. ‘Toen ik premier werd, hoefde ik niets meer te bewijzen. Ik hoef het niet meer te doen voor mijn glorie,’ zegt Van Rompuy. ‘Ik hoefde me niet meer met mijn positie bezig te houden, ik kon me wijden aan de zaak zelf. Veel politici zeggen dat ze beginnen vanuit een ideaal. Ik denk dat dat gelogen is. Bij mij ging het omgekeerd. Ik was heel ambitieus, maar naarmate ik mijn ambities vervulde, kwam er meer plaats voor ideeën en idealen.’
En zonder dat hij het ambieerde, kwam Van Rompuy terecht op de hoogst denkbare positie in Europa. Het begon, zo vertelt hij, in mei 2009 toen de secretaris-generaal van de Europese Raad, de Fransman Pierre de Boissieu, een bezoek bracht aan de Wetstraat 16, de ambtswoning van de Belgische premier. Van Rompuy kende De Boissieu omdat ze naast elkaar zaten tijdens vergaderingen van Europese regeringsleiders. De Boissieu kwam snel ter zake. ‘Mijnheer Van Rompuy,’ zei hij. ‘Ik heb u nu twee keer aan het werk gezien. Van de zevenentwintig premiers bent u degene die voorzitter moet worden.’ Van Rompuy reageerde afwerend. ‘Ik kan niet weg uit België, dat is ondenkbaar nu we hier aan de vooravond staan van een grote staatshervorming,’ zei hij. Daarmee was de kous voorlopig af. Van Rompuy: ‘Ik vroeg De Boissieu anderen niet over het onderhoud te vertellen en zich ook niet verder in te zetten voor mijn benoeming.’
En dat gebeurde. Pas twee maanden later verscheen Van Rompuys naam voor de eerste keer in de kranten. Toen de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt, op dat moment EU-voorzitter, vlak voor de Europese Raad in november toch nog een keer polste, zei Van Rompuy: ‘Schrap mijn naam van de lijst, zoek iemand anders. Jan Peter Balkenende, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker, ik steun ze allebei.’ Maar een half uur later rinkelde de telefoon opnieuw. Dit keer was het Nicolas Sarkozy. ‘Wat is er aan de hand? Geef me een kans u over te halen,’ zei hij. Van Rompuy: ‘Ik antwoordde door te eisen wat ik dacht dat onmogelijk was, namelijk dat alle regeringsleiders mij moesten vragen.’ Sarkozy antwoordde: ‘Je les aurais, ik zorg ervoor.’ En een dag later al was het zover. Bij de familie kwam de benoeming toch nog onverwacht. Geertrui: ‘De champagne stond niet koel, we hebben ‘m dus maar lauw gedronken.’ Dat weekend gingen Eric en Herman naar een voetbalwedstrijd in het Anderlecht-stadion, wat ze al sinds hun jeugdjaren doen. Drieëntwintigduizend supporters zongen uit volle borst: ‘Van Rompuy, olé, olé, olé.’

Spaghetti bij Berlusconi
De afgelopen tweeënhalf jaar waren een rollercoaster voor Van Rompuy. De Griekse crisis die uitmondde in de eurocrisis, de nieuwe verdragen die Europa meer macht gaven, Van Rompuy speelde er een sleutelrol in. Hij vestigde zijn gezag door nog geen maand na zijn benoeming met bondskanselier Angela Merkel, president Sarkozy en de toenmalige Griekse premier George Papandreou een akkoord te smeden waar iedereen mee kon leven. Griekenland stond op de rand van faillissement. Andere landen zouden te hulp moeten springen, maar de Europese verdragen stonden dat niet toe. Elk land was immers verantwoordelijk voor zijn eigen begrotingstekort. Van Rompuy kwam toen met een trouvaille, vertelt zijn speechschrijver Luuk van Middelaar. Het ging maar om één zinnetje: ‘Alle landen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de stabiliteit van de eurozone als geheel.’ Dat was nieuw, en heeft tot op de dag van vandaag grote gevolgen voor de Europese politiek. De rijke landen moesten hun solidariteit betuigen, miljarden uitlenen en schulden kwijtschelden, de zuidelijke landen die in de problemen waren geraakt, waren verplicht hun economieën te hervormen. ‘Dat was een belangrijk moment voor Van Rompuy persoonlijk en in de geschiedenis van de euro,’ zegt Van Middelaar terugkijkend. ‘En voor Merkel en Sarkozy was het een bevestiging: hier staat een man die iets kan.’
Met Van Rompuy als voorzitter is Europa ingrijpend veranderd. ‘De economische crisis heeft paradoxale gevolgen gehad,’ zegt hij. ‘Van de ene kant heeft het de Europese instellingen versterkt. Als je één munt hebt, moet je ook een gezamenlijke economische politiek hebben, en die hebben we nu. Aan de andere kant moeten we ook heel eerlijk vaststellen dat de crisis de Europese gedachte zwaar op de proef heeft gesteld. In de sterke landen heeft de bevolking steeds meer moeite leningen te verstrekken en in de zwakke landen loopt de bevolking te hoop tegen bezuinigingen en hervormingen. Je krijgt nu dus een versterking van de Brusselse structuren, maar een verzwakking van het Europese bewustzijn.’
Dat Van Rompuys status als Europees leider de afgelopen jaren alleen maar is gegroeid, bleek tijdens een bezoek aan Rome in november 2011. Hij ging erheen voor een audiëntie bij de paus en belandde in de Italiaanse regeringscrisis. Van Rompuy ging na Vaticaanstad op bezoek bij de zesentachtigjarige president Giorgio Napolitano, ‘een overtuigde Europeaan voor wie ik een groot respect heb’. Napolitano vertelde Van Rompuy dat hij Mario Monti premier wilde maken. Daarna ging hij naar premier Silvio Berlusconi. ‘Wat begon als een beleefdheidsbezoek, duurde uren. Zoals altijd bij Berlusconi aten we spaghetti in de kleuren van de Italiaanse vlag: rood, wit, groen. Dat is zijn vaste menu. Het tafelpersoneel bracht me een glas bier. Ze weten dat ik geen rode wijn drink.’ Tijdens het diner probeerde Van Rompuy de Italiaanse premier ervan te overtuigen voor Monti als zijn opvolger te kiezen. Zo zou een rustige transitie mogelijk zijn zonder de financiële markten verder te verontrusten. Van Rompuy: ‘Het werd een merkwaardige avond. Berlusconi riep de secretaris-generaal van zijn partij erbij en zei: “Luistert u nou ook eens naar de argumenten van Herman.”’ Twee dagen later maakte Berlusconi bekend dat Monti de nieuwe premier was.

Stug en in stilte
Ook al gaat Van Rompuy op bezoek bij Barack Obama in het Witte Huis, bij Vladimir Poetin in Moskou of praat hij met de Chinese Hu Jintao en Wen Jiabao, zijn Vlaamse vrienden vergeet hij niet. Als hij onverhoopt onderweg is, stuurt hij trouw een videoboodschap. Naar zijn vriend Jan Huyghebaert bij diens afscheid van de bank, naar speechschrijver Luuk van Middelaar als de Franstalige versie van diens boek uitkomt. Ook gaat hij nog steeds een paar keer per jaar eten met de vriendengroep rondom dichter Gwy Mandelinck. Vijf minuten mag hij dan van zijn vrouw Geertrui praten over zijn Europese avonturen. Dan grijpt ze in. Want de avonden dienen gewijd te worden aan literatuur, kunst en ‘de fundamentele dingen des levens’. Als de spanningen in Brussel hoog oplopen, verdwijnt Van Rompuy soms even naar de keuken of de tuin, zijn oor aan de telefoon. Mandelinck: ‘Dan heeft hij Merkel aan de lijn, of Sarkozy. Maar veel erover zeggen doet hij niet. Hij gaat zitten en mengt zich ongemerkt weer in het gesprek.’
Ook de komende tweeënhalf jaar staat Van Rompuy aan het roer in Europa. Zal hij zich meer gaan profileren? Op het wereldtoneel meer zijn gezicht laten zien? Of blijft hij het oliemannetje dat ervoor zorgt dat de zevenentwintig Europese leiders in een sfeer van vertrouwen tot resultaten komen? Het lijkt vooral het laatste te worden. ‘In mijn tweede termijn zal ik trouw blijven aan mijn stijl en werkmethoden,’ zei hij in zijn aanvaardingsspeech. Van Rompuy zal stug en in stilte zijn werk blijven doen. ‘Het interesseert me niet hoe hoog ik sta in een populariteitspoll,’ zegt hij. ‘Later zal men zich afvragen - als men zich al iets afvraagt - wat ik heb gerealiseerd, niet hoeveel keer ik op televisie ben geweest.

Feest van de Hoop

07Apr12

Meer nog dan in Kerstmis ligt in Pasen voor de christen de kern van zijn geloof.
Christus is gestorven en herrezen op Pasen.DE VERREZEN HEER.
Pasen is het feest van de Hoop. Er is hoop ook na dit leven.
Ooit zullen wij terug samen zijn met al degenen die we liefhebben.
Dat geeft moed en sterkte.
Zonder verrijzenis is het geloof leeg. (Rik Torfs in DS Pasen 2012)
Daarom blijft Pasen voor een christen de belangrijkste feestdag.
ZALIG PASEN.

Recente artikels

Links

Categorieën

Maandelijks archief

Syndicatie