29Jun11
Op vrijdag 1 juli ben ik uitgenodigd als gastspreker op de viering van de Vlaamse Feestdag in Zoutleeuw in het G.C. De Passant om 20.30 u.
Op de laatste gemeenteraad in Zoutleeuw werd een motie goedgekeurd met een scherpe boodschap: “Eindeloze discussies over het geslacht van de communautaire engelen, slecht theater en cynische prietpraat moeten eindelijk plaats maken voor een pragmatisch compromis, het fundament van elke democratie. Elke burger heeft het recht om dit theater te zien stoppen. Elke gekozene in Brussel heeft de plicht om eindelijk deze vaudeville te stoppen. Daarvoor zijn de communautaire pacificatie, het nieuwe België, de vergrijzing, het begrotingstekort, het pensioendossier, de concurrentiekracht van onze bedrijven en het restylen van de sociale zekerheid te belangrijk.” Nadien is er een optreden van Frans’Connection.
Op zaterdag 9 juli om 20.30 u is Europees President Herman Van Rompuy gastspreker op het Feest van de Vlaamse Gemeenschap in Evergem(in de theaterzaal Stroming). Hij zal er een feestrede houden over “de toekomst van de Europese Unie “. Nadien brengt Eva De Roovere haar Vlaamse liedjes.
Van Zoutleeuw tot Evergem: de Van Rompuy’s blijven geliefd in Vlaanderen! Althans als gastsprekers op de Vlaamse Feestdag…
25Jun11
Volgende week gaat Prof. Herman Daems met emeritaat aan de K.U.Leuven. Hij is één van onze topeconomen in Vlaanderen met als academische specialiteit internationaal management en ondernemingsstrategie. Hij is thans voorzitter van de GIMV en van de bank BNP Paribas Fortis.
Op kanaal Z is hij dit weekend te gast in Z-Talk Goossens en ik ben één van degenen die gevraagd wordt door Véronique Goossens om Herman Daems te typeren.
Om het interview op Kanaal Z te bekijken druk op onderstaande balk:
http://kanaalz.rnews.be/z-talk-goossens-%E2%80%9Cvrouwenquota-als-de-overheid-nu-zelf-eens-vrouwen-zou-benoemen%E2%80%9D
Ik heb Herman leren kennen toen we samen economie studeerden aan de K.U.Leuven. Hij was eigenlijk een theoretische natuurkundige van opleiding en gaf monitoraat wiskunde aan de kandidatuurstudenten economie (waaronder de gebroeders Van Rompuy…). Daems volgde nadien een opleiding management aan de Harvard Businees School (VS) en doctoreerde aan de K.U.L. in hetzelfde jaar (1975) als ik over de rol van de holdings in de Belgische economie. In de jaren ‘80 en ‘90 werd hij een gereputeerd professor ondernemingsstrategie ook aan buitenlandse universiteiten. Hij stond hierbij bekend om zijn praktijkgerichte aanpak.
Toen ik in 1995 minister werd van economie en media vroeg ik hem om kabinetschef te worden. In verscheidene interviews dit weekend (ook op Kanaal Z) stelt Herman dat het vooral de uitdaging om de VRT (toen nog BRTN) te hervormen hem over de brug haalde om die taak op te nemen. Dank zij zijn uitzonderlijk inzicht in ondenemingsstrategieën is hij erin geslaagd samen met Bert Degraeve om van de VRT opnieuw een slagkrachtig bedrijf te maken.Te kunnen samenwerken met het duo Daems-De Graeve was één van de mooiste ervaringen in mijn politieke loopbaan. “Alleen slagvaardige topstructuren kunnen de strategische dynamiek van de ondernemingen versterken”. Daems bracht hiermee zijn theoretische inzichten met succes in de praktijk.
Ook was het Daems die mij ervan kon overtuigen om in 1997 de Vlaamse overheidsholding GIMV naar de beurs te brengen om er een meer dynamische investeringsmaatschappij van te maken. In 1999 werd Daems trouwens voorzitter van GIMV en bouwde GIMV uit tot een internationaal gereputeerde investeringsmaatschappij die beslissingen neemt op economische gronden en niet langer aangestuurd wordt door de politiek en de overheid.
Herman heeft nooit geloofd in verankering via het aandeelhouderschap en de eigendomsstructuren. Een kleine open economie waar het kapitaal vrij beweegt heeft niet de concentratie van middelen om bedrijven in Vlaamse of Belgische handen te houden. Kapitaal maar ook technologie zijn universeel. Moderne technologie is multitechnologie. Daarom moet die technologie worden ingeschakeld in een groter en internationaler geheel. Dat technologiebedrijven worden overgenomen door grotere groepen hoeft daarom geen negatieve evolutie te zijn, integendeel. “Ik vind het normaal dat Vlaamse technologiebedrijven uiteindelijk vaak in buitenlandse handen terechtkomen”. “Absoluut de controle willen hebben over bepaalde Belgische of Vlaamse bedrijven, zo werkt de economie niet”.
In zijn boek over de paradox van het Belgisch kapitalisme analyseert hij de rol van de Belgische holdingmaatschappijen, de Vlaamse familiebedrijven en de dominante rol van de buitenlandse bedrijven in Vlaanderen en wijst hij op de noodzakelijke aanpassing van de ondernemingsstructuren en waarschuwt hij ook vandaag op het gevaar van allerlei regelgeving over bonussen en quota’s (ook voor vrouwen). De hoofdvraag blijft: “hoe krijgen we meer dynamiek in het Belgische bedrijfsleven.”
Ik vond het een voorrecht met Herman Daems te kunnen samenwerken. Hij is meer dan een man van het dagdagelijks management, hij is een strategisch manager met visie op middellange termijn. Bij GIMV, VRT en BARCO en moderne technologiebedrijven in Vlaanderen (zoals LMS) was zijn strategische visie vaak bepalend voor hun doorgroei naar de internationale markten.
Mijn vader Prof. Vic Van Rompuy (die een ongelooflijke flair had voor talent) zei ons ooit dat Herman Daems één van de toppers zou worden in de Vlaamse economie. Herman heeft dit met klank waargemaakt.
Hij gaat nu op emeritaat en stopt als voorzitter van GIMV. Maar op zijn 65 denkt hij nog lang niet aan pensioen. Hij blijft bij Fortis, Barco en wordt wellicht voorzitter van de Raad van Bestuur van zijn Alma Mater. Ook voor hem is de leuze:“langer werken, joepie!” (zelden kreeg ik zoveel gunstige reacties op mijn Blog van woensdag jl.-zie hieronder- waarvoor dank).
21Jun11
De titel van dit dagboek “My last five years” verwijst naar men intentie om in juni 2014 te stoppen als Vlaams Parlementslid. Ik word dat jaar 65 en zal dan bijna 32 jaar Parlementslid zijn geweest. In het Vlaams Parlement ben ik thans het parlementslid met de langste staat van dienst.
Ik ben beginnen werken in 1972 als aspirant van het N.W.F.O.(in het kader van mijn doctoraatsthesis economie). Na mijn doctoraat in 1975 en legerdienst werkte ik 5 jaar als bankeconoom bij de Kredietbank tot ik in het najaar van 1981 verkozen werd als Europees Parlementslid en in 1985 als Volksvertegenwoordiger in de Kamer en de Vlaamse Raad.
In 2014 zal ik 42 jaar beroepsloopbaan hebben maar 3 jaar te weinig om een beroepsloopbaan te hebben van 45 jaar.In DS van vandaag lees ik: “Waarom kan ook voor parlementsleden 45 jaar niet de norm zijn zoals voor alle anderen? Zij mogen ook langer werken!”
Moet ik nu doorgaan tot 2017? Of mag ik doorgaan? Enkele jaren geleden toen het jeunisme in de politiek opgang maakte waren we op ons 55 al afgeschreven voor de politiek, als parlementslid zeker als minister. Place aux jeunes! De goede, oude tijd van de vernieuwing en de verjonging…
Nu vraagt de jonge generatie politici (ik lees Gwendoline Rutten en jong CD&V) ons om absoluut te blijven. Moeten we nieuwe Decroo’s of Dehaene’s worden?
Moet ik “My last five Years” nu vervangen door “My last ten Years” want stoppen halverwege mijn volgend mandaat zou politiek ook niet “correct” zijn.
Sinds ik aan politiek doe zijn de parlementsleden altijd de grote “profiteurs” geweest van de samenleving, die steeds het slechte “voorbeeld” geven. Vandaag moet ik het opnieuw lezen. Ik heb ermee leren leven want tegen populisme in de media kan men toch niet op.
En toch was ik blij met de titel in de krant : “LANGER WERKEN…OOK VOOR POLITICI”. JOEPIE! Ik denk er serieus over na om de titel van mijn dagboek te wijzigen in My last TEN years”. Bij de lijstvorming zal ik aan de jongeren in mijn partij zeggen dat ze nog enkele jaren geduld moeten uitoefenen want ik wil van mijn volle pensioen genieten en wil zelfs graag doorwerken tot mijn zeventig (in 2019 op het einde van mijn volgend mandaat word ik 70). Als de kiezer het ten minste ziet zitten want vaak wordt vergeten dat men nog altijd moet verkozen worden en stemmen halen…Maar ook daar ben ik gerust in!
19Jun11
Deze namiddag ben ik om 16 uur tot 18 uur te gast in het programma Koning Sport op Radio 2 met Luk Alloo.
Samen met Fons De Wolf (oud wielrenner en winnaar van Milaan San Remo) geef ik kommentaar op audio fragmenten van mijn wieleridolen Rik Van Looy, Eddy Merckx en Rik Van Steenbergen. Ook gaat het over Wimbledon te tijde van Billie Jeane King en Margaret Smith-Court.
Yves Leterme noemt mij de beste sportkenner van CD&V. Ik zal pogen het te bewijzen!
17Jun11
Dit is een gastbijdrage van LODE VEREECK, Vlaams Parlementslid en fractieleider van LDD. Het is een standpunt dat alleen hem persoonlijk bindt maar alle oplossingen voor de Belgische politieke impasse zijn dezer dagen het overwegen waard. Vandaar deze bijdrage van een collega uit het Vlaams Parlement.
SIRE,GEEF MIJ 1461 DAGEN.
Een speltheoretische oplossing voor de Belgische politieke impasse
Er is een gezonde dosis cynisme nodig om het politieke spel te begrijpen, maar de huidige patstelling is meer dan alleen tactische spelletjes. De federale regeringsonderhandelingen lopen niet alleen spaak omdat Di Rupo en De Wever geen gezichtsverlies willen lijden, maar ook omdat er tussen deze twee politieke tenoren fundamentele tegenstellingen bestaan over de verdere toekomst van dit land.
Vette vis
De reden waarom De Wever het harder kan spelen dan Di Rupo is dat hij niet kan verliezen. Indien de onderhandelingen falen, dan bewijst hij waarvoor zijn partij staat, namelijk dat er in dit land twee totaal verschillende democratieën bestaan die niet langer compatibel zijn, waardoor een boedelscheiding de enige oplossing is. Maar indien ze de spreekwoordelijke ‘vette vis’ opleveren, dan kan De Wever met opgeheven hoofd toetreden tot een federale regering. De Wever hoeft de voorstelen dus enkel op hun ‘vetgehalte’ te beoordelen want geen enkele Vlaamse partij riskeert voorlopig om zonder N-VA in een federale regering te stappen. De positie van Di Rupo is minder benijdenswaardig. Als overtuigd unitarist moet hij bewijzen dat de federale staatsstructuren nog wel degelijk functioneren en dus moet er minimaal een regeerakkoord worden bereikt. Vroeg of laat zal hij dus een ‘vette vis’ moeten serveren om België overeind te houden.
Wat verstaat men onder een ‘vette vis’? Ofwel worden er belangrijke bevoegdheden - de zogenaamde ‘sociaal-economische hefbomen’ – geregionaliseerd; ofwel wordt de financiering van de deelstaten grondig hertekend; ofwel een combinatie van beide. De eerste piste is weinig waarschijnlijk. De laatste ‘vette vis’ die in federale wateren zwemt, is immers de sociale zekerheid. En het splitsen daarvan stuit op verzet bij de Franstaligen en sommige geledingen van het ‘maatschappelijk middenveld’ in Vlaanderen.
Dan maar een drastische hervorming van de financieringswet waarbij het gros van de belastingen niet langer door de Belgische staat, maar rechtstreeks door de gewesten zou worden geïnd. Zo voelen de gewesten de financiële gevolgen van hun eigen beleid. Deze ‘responsabilisering’ is in principe aanvaard door alle partijen, maar mag voor de Franstaligen geen verarming veroorzaken van hun gewest. De gevolgen van de ‘responsabilisering’ moeten dus opgevangen worden door het bestaande solidariteitsmechanisme van Vlaanderen naar de rest van het land. Alles blijft dus bij het oude.
Patstelling
Dit verklaart alvast de uitzichtloze patstelling van de federale regeringsonderhandelingen, die meer en meer beginnen te lijken op het vredesproces in het Midden-Oosten. Het zijn geen echte onderhandelingen, maar een ‘proces’ waarvan het einde nog lang niet in zicht is en dat de ganse legislatuur kan duren. Sire, geef mij 1461 dagen.
De oorzaak van deze pantomime ligt in de pertinente weigering om echte conclusies te trekken uit de electorale aardverschuiving van juni 2010, namelijk de noodzakelijke herstructurering van het Belgische huishouden. Hoewel onze huidige staatsstructuur amper 18 jaar oud is, zorgt de onvolmaaktheid ervan voor wederzijdse obstructies, onwerkzame compromissen en voordurende conflicten. Er moet dan ook een debat ten gronde gevoerd worden over wat Vlamingen en Franstaligen nog samen willen doen op het Belgische niveau. De rest komt logisch en grondwettelijk (art. 35) toe aan de gewesten. De lijst met nationale bevoegdheden werd echter nooit opgemaakt, waardoor artikel 35 van de Grondwet tot op heden dode letter bleef. Hoog tijd dus om resoluut de kaart van het confederalisme te trekken en de uitzichtloze situatie te deblokkeren.
Chicken game
In de huidige patstelling houden N-VA en PS echter het been stijf in de hoop zo meer uit de brand te kunnen slepen. Na één jaar blijven ze echter met lege handen achter. Een klassiek, speltheoretisch voorbeeld van een ‘chicken game’ waarbij niemand als eerste wil toegeven met het slechtst mogelijke resultaat als gevolg (het zogenaamde Nash-evenwicht). Wie wel toegeeft, is een ‘chicken’. Hoe kan men uit zo’n impasse geraken en een constructief onderhandelingsproces opstarten?
De ervaringen uit 2007 en 2010-2011 leren alvast dat de institutionele en sociaal-economische onderhandelingen niet achter elkaar, maar gelijktijdig moeten worden gevoerd. Zo niet, dreigt ofwel een vleugellamme regering (2007) ofwel geen regering (2010-2011). Maar ook bij parallelle besprekingen blijft de vraag wat er gebeurt indien er in het ene domein sneller een akkoord wordt gevonden. Toch maar weer wachten…?
Een ‘chicken game’ kan worden opgelost door een derde partner in het spel te betrekken. Het werkt zo: “Alle andere partijen nemen samen met N-VA en PS deel aan sociaal-economische onderhandelingen over pensioenen, werkloosheid, gezondheidszorg, justitie, immigratie, enzovoort. Indien meerderheden in elke taalgroep het met elkaar eens raken, dan wordt het akkoord uitgevoerd op federaal niveau; zoniet, dan wordt de bevoegdheid geregionaliseerd.” Dit zal de compromisbereidheid van N-VA én PS bevorderen. Want indien De Wever echt onredelijke eisen zou stellen, dan dreigt een akkoord zonder N-VA. En indien Di Rupo er niet in slaagt om een redelijk akkoord te smeden tussen de taalgroepen, dan raakt de federale staat haar bevoegdheid kwijt. N-VA en PS hebben dus belang bij een wederzijds compromis of ze dreigen buiten spel te worden gezet. Ook de derde speler (de andere partijen) moeten zich redelijk gedragen. Met deze aanpak komt er hopelijk een einde aan een uitzichtloze patstelling die onze welvaart begint te ondermijnen.
Lode Vereeck (LDD)
Vlaams volksvertegenwoordiger en fractieleider
16Jun11
Deze morgen was ik te gast bij RTL-INFO over de politieke actualiteit.
Voor een weergave in video van het interview druk op onderstaande balk.
http://www.rtl.be/info/belgique/politique/803009/van-rompuy-s-en-prend-a-di-rupo-et-de-wever-videos
Van Rompuy s’en prend à Di Rupo et De Wever (vidéos)
Invité de 7h50 sur Bel RTL, le député CD&V et frère du président du Conseil européen Herman Van Rompuy n’a pas pratiqué la langue de bois, comme à son habitude. Les lois belges, Elio Di Rupo et même Bart De Wever en ont pris pour leur grade.
Eric Van Rompuy, interrogé sur le fait que Geert Bourgeois a illégalement refusé de nommer la bourgmestre francophone de Crainhem, a rappelé que cela était normal puisque les règlements de la Flandre priment sur les lois belges ! Puis il s’en est pris à Elio Di Rupo, accusé de renier le travail de Wouter Beke (président du CD&V) et d’avoir créé un nouveau clivage gauche-droite à côté du clivage nord-sud alors que tant qu’il ne s’accorde pas avec la N-VA, rien n’est possible. Enfin, il a jugé incompréhensibles les attaques de De Wever envers le CD&V ce week-end et a rappelé que son parti ne veut pas d’un front privilégié avec la N-VA ou la droite flamande. « On veut se concerter avec la N-VA comme on le fait avec le sp.a ».
« La loi fédérale est en contradiction avec la circulaire Peeters »
Pour le député, fervent défenseur de la périphérie flamande de Bruxelles, la nouvelle non-nomination d’un bourgmestre francophone de la périphérie (l’actuelle échevine de Crainhem, Véronique Caprasse), alors qu’elle n’a pas (encore) contrevenu aux lois linguistiques flamandes, n’est pas de la provocation. « C’est la logique que le gouvernement flamand a appliquée depuis quelques années. La logique que la circulaire Peeters doit être appliquée et qu’on doit la respecter. Et naturellement du côté francophone, on dit que la Cour d’appel de Mons… (a cassé cette circulaire, ce qui n’empêche pas la Flandre de continuer à l’appliquer, contrevenant ainsi aux lois fédérales, ndlr). »
Le fédéral, dans la conception flamande des choses, ne l’emporte donc pas sur le régional selon Eric Van Rompuy : « C’est toute la discussion qu’on mène depuis quelques années. Du côté francophone on ne respecte pas le pouvoir décisionnel du gouvernement flamand dans les communes à facilités. » Mme Caprasse n’avait pourtant pas encore contrevenu aux lois linguistiques flamandes, « mais elle a dit qu’elle avait l’intention d’appliquer les lois fédérales », rappelait M. Van Rompuy, ajoutant: « Et les lois fédérales sont en contradiction avec le circulaire Peeters. »
« Elio fait fausse route »
« Je ne comprends pas que M. Di Rupo, comme méthode maintenant, s’attaque aux problèmes socio-économiques », assénait ensuite le député flamand sur Bel RTL. Premièrement, parce que cela renie le travail des précédents chargés de mission par le roi. « Tout le travail de Beke est mis de côté », a-t-il dit, rappelant qu’il « a travaillé deux mois sur les problèmes institutionnels et Vande Lanotte trois mois. » Deuxièmement, parce qu’il « faut naturellement un accord entre PS et N-VA sur l’institutionnel ». C’est donc une condition préalable au socio-économique « car sans cet accord-là, on ne peut pas former un gouvernement et trouver des solutions pour les problèmes budgétaires et économiques », expliquait-il encore.
Elio Di Rupo fait-il dès lors fausse route ? « Oui », répondait le député CD&V. « Il a changé de méthode. Beke a essayé de rapprocher les deux grands partis sur l’institutionnel mais n’a pas réussi. Maintenant, Di Rupo s’en prend aux problèmes socio-économiques et cela donne lieu à un clivage entre droite et gauche et entre nord et sud, ce qui nous mène à plus de difficultés encore », regrettait-il. « Ça nous mène à une atmosphère de clivage droite-gauche non seulement dans le pays, mais aussi au sein des régions. »
« On a été choqués par De Wever »
Concernant le front flamand voulu par Bart De Wever et pour lequel les présidents du CD&V et de l’Open Vld rencontreront le président des nationalistes ce jeudi, Eric Van Rompuy a rappelé que « le CD&V n’a jamais parlé de front. On veut se concerter avec la N-VA comme on le fait avec le sp.a et les autres partis flamands. »
Par contre, « ce qui nous a vraiment choqué, c’est que ce week-end De Wever a dit qu’il était méfiant vis-à-vis du CD&V. Que le CD&V ne voulait pas avancer », a-t-il révélé en fin d’interview. « Il s’en est pris à Beke, a dit qu’à terme, la N-VA doutait que le CD&V ne la lâche », expliquait-il, ajoutant que De Wever a insinué que Wouter Beke, le président du CD&V, avait dit qu’un gouvernement « Leterme 3 après l’été était possible, un gouvernement à plein pouvoir sans la N-VA. ». « Il a insinué ça dans la presse et Beke s’est fâché parce qu’on a fait tout » pour coller à la N-VA justement.
POUR VAN ROMPUY: PAS QUESTION DE LETERME III SANS LA N.VA.
M. Van Rompuy « ne comprend pas De Wever qui s’en prend maintenant au C&V » qui a pourtant été loyal. C’est incompréhensible », disait-il, rappelant que son parti « a même été accusé d’être scotché à la N-VA ». D’autant plus qu’il est hors de question pour le CD&V de lâcher le parti dans le vent en Flandre : « On ne sait pas le lâcher. Est-ce que l’opinion publique francophone accepterait qu’on lâche le PS ? La N-VA dans les sondages est à 33% et c’est impossible de trouver un accord institutionnel et de former un gouvernement sans la N-VA. »
12Jun11
Beste Bart,
We zien mekaar elke woensdag voor de stemmingen in het Vlaams Parlement, maar sinds 13 juni 2010 hebben we tegen mekaar haast niet meer gesproken. Dat was vroeger anders. We zaten in de jaren 2004-2007 op dezelfde rij in het Vlaams Parlement en ik herinner mij nog onze kartelgesprekjes met je (toen al) “pessimistische” analyse van het politieke gebeuren.
In de periode van de breuk in het kartel hadden we een dubbelinterview in het Nieuwsblad (27 december 2008) over de verhoudingen tussen onze partijen. Je zei toen: “we stonden zo dicht bij mekaar dat we uiteindelijk de scherpste concurrenten werden.” Waarop ik stelde: “vroeg of laat vindt de N.VA in ons weer een bondgenoot”.
Je waart toen al scherp voor Leterme: “De Franstaligen spelen catenaccio. Ik vind het dan ook cynisch dat Leterme Kris Peeters in het moeras stuurt door de communautaire onderhandelingen naar hem door te schuiven. Ik had verwacht dat Peeters zijn schoenen zou gooien naar Leterme, zoals die Iraakse journalist”. Enkele maanden later heb je die schoen zelf geworpen naar Dehaene toen die poogde een compromis te maken over BHV. Voor jou moest er over BHV niet worden onderhandeld: “stemmen en de kous is af ”. CD&V werd verweten “haar broek te laten zakken tot op de enkels en dat was geen schoon zicht zeker niet bij Dehaene”. Toen ik hierover een opmerking maakte in het Vlaams Parlement kreeg ik van een jou een sneer terug. Ons laatste “gesprek”.
Inmiddels zijn we meer dan een jaar verder. Tijdens de jongste onderhandelingen vroeg Wouter Beke mij een paar keer om als BHV-specialist deel te nemen aan de onderhandelingen maar veel verder dan Dehaene zijn we ook niet geraakt. In september zal ik bij de Gordel mijn truitje “Splitsen nu” best uit eerlijke schaamte weer in de kelder laten liggen. En wie spreekt nog over de “onverwijlde” splitsing? We riskeren weer “onwettige” verkiezingen in het najaar maar wie zal daar nog aan tillen als de verkiezingsuitslag schitterend is voor jouw partij zoals in 2010?
Ik lees in je weekendinterviews dat je opnieuw je pijlen richt tegen CD&V. “ Het echte probleem is dat Di Rupo en de Franstalige partijen geen enkele druk voelen. Zeker omdat CD&V verwarrende signalen geeft. Ze zeggen dat ze geen Vlaams Front met N.VA willen, maar ook geen Regering zonder N.VA en geen verkiezingen. Als ik dat dan als Franstalige naast elkaar zou leggen, dan zou ik alleen kunnen concluderen: Yves Leterme gaat door als premier”. “ Wat willen ze dan, Leterme III?”
“Wouter Beke wil geen Vlaams Front. Wil CD&V alleen het leven van de huidige Regering Leterme verlengen? De diverse ministers doen hun job veel te graag”.
Maar wat wil jij, Bart? Dat Leterme ontslag neemt in lopende zaken? Dat we de begroting laten ontsporen? En ben je niet blij dat Leterme en onze CD&V-ministers weer kunnen lachen?
Ligt de schuld van de politieke impasse weer bij CD&V? Heeft Beke er niet alles aan gedaan om tot oplossingen te komen in nauw overleg met jou? Waar zijn wij deloyaal geweest t.a.v. de Vlaamse stellingen en Octopus? Kris Peeters krijgt van de Franstaligen zelfs het verwijt dat hij “Vlaamser” is dan N.VA. Haast iedereen binnen CD&V heeft gesteld dat we niet in een nieuwe en volwaardige Regering stappen zonder grote staatshervorming en splitsing? De Franstaligen verwijten ons zelfs “ d’être scotché au N.VA” (vastgeplakt) .
Ik lees dat je geërgerd bent door mijn zinsnede op mijn jongste Blog: “de jeugd ziet al 4 jaar lang totale stuurloosheid en inertie”. Voor dat communautair immobilisme hebben we electoraal een verschrikkelijk hoge prijs betaald maar mogen wij niet zeggen dat jij en Di Rupo de hoofdverantwoordelijken zijn voor het immobilisme van het laatste jaar?
Je stelt ook: “Neem uw verantwoordelijkheid: ik ben het beu om dat zinnetje te horen”. Waarna Leterme een sneer krijgt: “alles wat goed gaat is blijkbaar dankzij Leterme. De impasse is de verantwoordelijkheid van Di Rupo en De Wever. Ik zou van CD&V graag een engagement zien om echt druk te zetten op de Franstalige politici”. Heeft Beke dan niet het maximum gedaan om tot akkoorden te komen? Di Rupo vond zelfs dat hij teveel de Vlaamse stellingen poneerde als basis van de onderhandelingen.
In dat interview in december 2008 zei je in je slotbeschouwing : “Het is niet onze ambitie om maagd te blijven. Dat zou zielig zijn. Neen, je moet terug in bed. En als je zoekt naar partijen die verantwoordelijkheid willen nemen kom je automatisch bij CD&V terecht”.
In deze onderhandelingen hebben we geen frontvorming nodig, wel loyale samenwerking tussen de Vlaamse partijen. N.VA en CD&V zijn hierin meer dan ooit bondgenoten. We moeten samen slagen anders komt er niets. Je hebt hierover dit weekend twijfels gezaaid die de Franstaligen nog altijd de hoop geven dat CD&V overstag gaat en toch stapt in een nieuwe “bric-à-brac” Leterme III zonder staatshervorming en splitsing BHV. Ik vraag je dan ook op te houden met het zaaien van wantrouwen ten aanzien van CD&V. We hebben de indruk dat je weer op de electorale toer bent.
Als het voor jou een geruststelling kan zijn, dan kan ik je verzekeren dat op een eventueel CD&V-congres over regeringsdeelname (zonder staatshervorming en splitsing BHV) ook mijn schoenen klaar zullen staan om te gooien naar het podium en ik zal hierbij zeker niet alleen zijn…
Veel succes, onze loyale samenwerking en hopelijk een ontknoping met een communautair akkoord deze zomer,
Eric Van Rompuy