Eric Van Rompuy, My last five years

Waarheden van Tindemans

22May11

In Reyers Laat nam ik deel aan een gesprek met Rik Torfs over de christendemocratie naar aanleiding van mijn blog.
Druk hierop om Reyers Laat te herbekijken:
http://www.deredactie.be/permalink/1.1030700


Als men mij vraagt voor welke Belgische politicus ik het meest bewondering heb, is mijn antwoord al sinds meer dan 35 jaar: Leo Tindemans.
Tindemans zat als Eerste Minister op de eerste rij bij mijn maidenspeech als nationaal CVP-Jongerenvoorzitter op het Congres in Blankenberge in oktober 1977. Hijzelf was bij de stichters van de CVP-Jo in de jaren vijftig en was er nationaal ondervoorzitter van geweest. Hij hechtte veel belang aan de CVP-Jo als politieke leerschool en “als levend geweten van de Vlaamse christendemocratie”.
CVP-Jongeren waren voor hem “studie, actie en overtuiging”.
Jongeren vonden destijds hun weg naar de CVP via de gemeentepolitiek, de sociale bewegingen en vooral via de Jongerenbeweging.  Als nationaal voorzitter van de CVP-Jo mocht ik in de sporen treden van latere CVP-partijvoorzitters als Wilfried Martens en Frank Swaelen en Tindemans waakte er later als CVP-Voorzitter over dat wij als Jongeren onze autonomie en spreekrecht konden bewaren t.a.v. de moederpartij. Nooit gaf hij commentaar op onze standpunten maar hij zei ons vaak dat “politiek een serieuze zaak was en standpunten steeds moesten worden onderbouwd en gebaseerd op een christendemocratische grondovertuiging”.
Toen ik dit weekend het interview met Tindemans in De Morgen Zeno las erkende ik hierin mijn boegbeeld als de man met een overtuiging, een oprechtheid en een bezieling die ik nadien in mijn partij niet meer heb teruggevonden.
Tindemans wordt volgend jaar 90, geeft nog zelden interviews maar als hij spreekt slaat hij nog steeds nagels met koppen.
Zijn analyse van de jongste nota van het duo Torfs-Vervotte over de partijvernieuwing (“ de essentie van CD&V is enerzijds,anderzijds”) is ontluisterend. “Ik erger mij als ik die nieuwe partijgenoten als Rik Torfs hoor. Hij zegt dat het wezen van de Christelijke Volkspartij erin bestaat dat we per definitie naar het compromis zoeken. Ik zeg: pas op voor een politicus die alleen maar over een compormis spreekt. Dat is een teken dat hij aan het proberen is zijn opvattingen buiten te dragen. Natuurlijk moet je op tijd en stond naar een compromis toewerken. Maar een politicus die het compromis voorstelt als een basishouding verbergt die niet dat hij weinig te zeggen heeft? Het zoeken naar een levenshouding lijkt niet meer zo belangrijk te zijn.”
Ik volg hier helemaal Tindemans: de christendemocratie moet meer zijn dan een werkmethode; het is een grondhouding over mens en maatschappij. Die vind ik bij de jonge generaties in CD&V al te weinig.
Tindemans was van een generatie voor wie politiek een roeping was en geen beroep. “Nu zeggen jongeren die lid worden van een partij vlakaf: ik wil minister worden. Als dat binnen 4 jaar niet kan, ben ik weer weg. En op hun veertigste zijn ze uitgekeken op de politiek”.
Tindemans en Herman Van Rompuy werden voor het eerst minister op hun 46; nu is leeftijd en ervaring eerder een “handicap” in de politiek.
De tijden zijn natuurlijk veranderd maar politici als Tindemans herinneren ons aan een aantal essentiële grondwaarden in de politiek. Hij besluit het interview met het verhaal van de komst van Herman Van Rompuy naar Edegem: “men vraagt mij om de Europese President in te leiden. Het is vrijdagavond en regende. In die zaal zat wel zeshonderd man. 600 voor een dorp als Edegem! Zonder een speciale attractie, zonder kluchtzanger of danseres. Ik denk dus niet dat er een geheim is voor politiek succes. Mensen appreciëren oprechtheid en wie vecht voor een serieuse zaak.”
Over de huidige politieke situatie en regeringsonderhandelingen is hij vernietigend : “ze moeten stoppen met dit Mobutu-achtige spektakel. Het doet mij denken aan de jarenlange onderhandelingen met Zaïre over de contentieux. Dat duurde en duurde, beloftes werden gemaakt en weer ingetrokken”.
Tindemans suggereert dat Di Rupo als formateur naar het Parlement stapt met een fair voorstel zelfs als er geen akkoord is en “ laat de parlementsleden dan maar ja of neen zeggen. Dan weet het hele land wie wat goedkeurt of afkeurt, en waarvoor of waartegen men is.”
Ik vrees evenwel dat zijn boodschap niet zal doordringen tot de Wetstraat. Niemand weet precies wat de voorstellen Beke precies inhouden en welke “de interplanetaire verschillen tussen Noord en Zuid” zijn waar De Wever het over heeft. Di Rupo bestudeert dit weekend de voorstellen van Beke maar nam er in een brief vorige week al afstand van. Deze week gaat hij in bilaterale gesprekken nagaan hoe de 9 partijen staan t.o.v. de 17 miljard euro die moeten worden bespaard om naar een nultekort op de begroting te gaan in 2015. Alsof de politieke partijen op een A4 hun besparingen of belastingverhogingen op papier gaan zetten vooraleer een globaal communautair akkoord is bereikt en ze weten of ze al dan niet tot de nieuwe Regering Di Rupo kunnen toetreden. Elio nam weer een valse start en riskeert binnen enkele weken weer naar af te gaan. Zijn methode leidt tot nog meer conflicten want budgettair zijn de tegenstellingen tussen de partijen even onoverbrugbaar als op het communautair vlak. Wie gaat zijn besparingen op tafel leggen vooraleer hij weet wat de nieuwe financieringswet inhoudt voor de begrotingen van de nationale en regionale overheden en niet weet of BHV wordt gesplitst? De stratego-spelletjes zullen gewoon doorgaan.
Donderdag ging ik in Gent naar “Sois belge et tais-toi”. Op de programma-brochure staat : “Je me presse de rire de tout, de peur d’être obligé d’en pleurer.”  « Ik verplicht mezelf om met alles te lachen ; ik vrees dat ik er anders om zal wenen ».
De publieke opinie reageert spottend en cynisch op het “zielig” spektakel in de Wetstraat. Ik stel mij evenwel meer en meer de vraag: is het onwil of onkunde? Tindemans heeft het steevast over “sérieux” in de politiek. Niemand vraagt naar staatslieden uit de vorige eeuw; hun tijd is voorbij. Maar we kunnen van hun waarheden nog steeds iets leren als het gaat over politieke moed, visie en daadkracht.

Sois Belge et tais-toi!

19May11

Vanavond ga ik in het Capitole in Gent kijken naar de Franstalige revue “Sois Belge et tais-toi” die voor het eerst in Vlaanderen te zien is. Ik ging al op 5 februari 2011 kijken in Brussel in le Cirque Royal. Grandioos!
Het is een satire op de huidige politieke impasse met schitterende imitaties van o.m. Di Rupo, De Wever, Milquet, Reynders,Onkelinkx, Leterme, K. Peeters, Verhofstadt, Herman Van Rompuy.
Théatre Royal de Belgique op zijn best… Beter dan in de Wetstraat-realiteit van vandaag want daar is het een triestig en belachelijk spektakel geworden waar we “enkel nog onze ogen hebben om te schreien” .
“Ik verplicht mezelf met alles te lachen;
ik vrees dat ik er anders om zal wenen” (uit de Barbier van Sevilla)

Tobback en hoeperdepoepjongeren

15May11

Na de waarheden van Tindemans gaat dit dagboek over de waarheden van Louis Tobback. Deze kranige zeventiger is strijdvaardiger dan ooit en laat zich in de media bijzonder laagdunkend uit over de jeugd van tegenwoordig. “Verwend. Ik begrijp ze niet meer; ik weet niet goed meer waar de jongeren nu tegen zijn en wat ze willen. Het is een generatie die protesteert van negen tot vijf maar het weekend met Ryanair op Citytrip gaat”.


De jonge generaties kennen Tobback als de Burgemeester van Leuven en grappenmaker in de Slimste Mens. Ikzelf heb Tobback nog gekend in de jaren zeventig toen ik als 27-jarige nationaal voorzitter werd van de CVP-Jongeren; hij was toen fractieleider van de SP in de Kamer.


Het waren toen ook crisisjaren in de Belgische politiek: verkiezingen in april 1977 en opnieuw naar de stembus (na 1,5 jaar) in december 1978 als gevolg van de communautaire crisis na het ontslag van Tindemans over het Egmontpakt.


Daarna 4 Regeringen W. Martens (van april 1979 tot maart 1981) en 1 Regering M. Eyskens (“overzomerde” in 1981) met na 3 jaar opnieuw verkiezingen in november 1981. Het waren de jaren van het “malgoverno” van de Regeringen Martens-Claes-Spitaels met als bilan: begrotingstekorten van 15% van het BNI in 1981, een competitiviteitshandicap van 15%  t.o.v. onze buurlanden (die leidde tot de devaluatie van de BF in 1982), een verlies van 100.000 arbeidsplaatsen in de industrie, een jeugdwerkloosheid van 25%,  massale staatssteun aan verlieslatende ondernemingen.


Als voorzitter van de CVP-Jo trok ik toen ten strijde tegen dit sociaal-economisch wanbeleid. Wij stelden dat deze torenhoge publieke schuldenlast en de hoge jeugdwerkloosheid een onaanvaardbare hypotheek legde op de toekomst van de jonge generaties.


We pleitten toen voor besparingen en inleveringen, tegen arbeidstijdverkorting, tegen staatssteun aan verlieslatende ondernemingen en investeringen in toekomstgerichte bedrijven in Vlaanderen (later uitgemond in “Flanders’ Technology”).


Binnen de toenmalige CVP heeft de generatie Martens en het ACW mij dit nooit vergeven. Na de Open Brief van de CVP-Jo aan het ACW in mei 1981 kreeg ik in dertig jaar nooit meer een uitnodiging voor Rerum Novarum… Niettemin werden bijna alle door ons voorgestelde maatregelen in de jaren tachtig doorgevoerd door de Regeringen Martens met de liberalen en de steun van het ACV van Jef Houthuys!


Wie in die jaren - buiten mijn partij - de grootste kritikaster van de CVP-Jo was heette Louis Tobback. Hij speelde in de jaren 1977-1981 als fractieleider helemaal de kaart van de socialistische Regeringsleden Willy Claes, Guy Spitaels en Guy Marthot, PS-Voorzitter André Cools en ABVV-vakbondsleider Georges Debunne. Deze verzetten zich tegen elke sociaal-economische herstelmaatregel, besparing of inlevering. Het dwong mij tot de uitspraak: “de jongeren van vandaag willen geen generatie opofferen aan het steriel etatisme en immobilisme van de Waalse en Vlaamse socialisten.”


Tobback noemde de CVP-Jo “hoeperdepoepjongeren”, “reactionairen”, ” buiksprekers van Tindemans”, een rechtse elitaire groep die niet representatief was voor de jonge generatie die in zijn ogen uiteraard “links” was en massaal protesteerde (op zondag…) tegen de kruisraketten.


Als voorzitter van de CVP-Jo heb ik nooit de pretentie gehad te spreken namens mijn generatie of namens DE jeugd. DE jongeren bestaan niet en hebben nooit bestaan. Ideologie is geen kwestie van leeftijd. Ik was student in Leuven in mei ‘68 maar heb mij evenals de meeste van mijn generatiegenoten nooit marxist-leninist gevoeld.


Partijpolitiek engagement in jongerenbewegingen is steeds beperkt gebleven tot een selecte groep. Verhofstadt (PVV-Jo) en ik waren de bekendste jongerenvoorzitters in die periode en hadden ruim toegang tot de massamedia maar op debatten aan de universiteiten waren er meestal niet meer dan 100 aanwezigen. Op de SHAME-betoging waren duizenden jonge betogers maar stellen dat hier een milleniumgeneratie op straat kwam is niet correct. In alle generaties heeft men een veelheid van meningen. Dat zal altijd zo zijn en niemand heeft het recht te spreken namens hen.


De verbitterde reactie van Tobback heeft misschien meer te maken met het feit dat van langsom minder jongeren zich kunnen terugvinden in de socialistische remedies. Sinds het gratisverhaal van Stevaert hebben de Vlaamse socialisten op het sociaal-economisch terrein haast alle geloofwaardigheid verloren en wordt het moeilijk om een verhaal van harder werken, matiging en sanering te verkondigen met het oog op het vrijwaren van de welvaart van de toekomstige generaties.


De zgn. Generatie Y is terecht bezorgd over het politiek systeem in dit land. Het immobilisme en de totale blokkering van de afgelopen jaren beletten urgente keuzes te maken die noodzakelijk zijn gelet op de vergrijzing en de internationalisering van de economie. De huidige politieke crisis heeft niets te maken met generaties, ideologie of tegenstellingen tussen links-rechts wel met het onvermogen om de communautaire tegenstellingen te overbruggen. De noodkreet is een oproep om een regering te vormen die het land door een grondige staatshervorming opnieuw bestuurbaar maakt om de grote economische, sociale en maatschappelijke uitdagingen te kunnen gaan. De jeugd ziet nu al 4 jaar lang totale stuurloosheid en inertie. Dat maakt hen angstig. Het is niet aan hen om voorstellen te doen over hoe uit die communautaire impasse te geraken.


Alle elementen zijn door Beke en Vande Lanotte op tafel gelegd; het is nu aan De Wever en N.VA en Di Rupo en P.S. om hun verantwoordelijkheid te nemen. Tobback legt de schuld van de onwil en de onkunde om tot een akkoord te komen louter bij De Wever maar durft het niet aan om ook Di Rupo zijn deel van de verantwoordelijkheid te geven. Schieten op de Vlaamse jeugd is gemakkelijk maar de PS wijzen op hun verpletterende verantwoordelijkheid is blijkbaar niet aan Louis besteed.


Ook ik vind het taalgebruik van “blaaskaak”  Van Aelst beneden alle peil maar is het aan Tobback om hem terecht te wijzen, hij die ooit Eerste Minister Wilfried Martens de koosnaampjes gaf “strontvlieg, kwakzalver, Caligula”?  Zijn aanvallen op De Wever doen denken aan zijn scheldpartijen op Tindemans toen deze in 1979 1 miljoen stemmen haalde en Tobback hem een “volksverlakker” noemde. Tobback was de sterkste fractieleider ooit maar ook de brutaalste. Wie zou vandaag in volle Parlement het nog aandurven om Leterme of Peeters af te schilderen zoals Tobback deed: “Wilfried Martens is erger dan Janus die had maar twee gezichten”. En niet te vergeten: “CVP’ers zijn kwallen”. Misschien is dat koosnaampje vandaag van toepassing op de “verwende” jeugd van tegenwoordig?


Ik ben zelf 61 en wordt ook al bij de oude krokodillen gerekend maar ik heb nooit de ambitie gehad DE jongeren de les te lezen. Ik heb zelf een dochter van 17 en ik ervaar deze generatie absoluut niet als verwend of individualistisch. Integendeel. Ik vind ze positiever en opener dan “in onzen tijd”. Maar ook ik moet mij hoeden voor veralgemeningen. Ik merk dat de jonge generatie en ook de nieuwe generatie journalisten helemaal niet meer weten wat Tobback vroeger over een aantal thema’s heeft gezegd. Nochtans verklaart dit veel.


Ook moet je in de politiek soms rekening houden dat sommigen niet vergeten welke stellingen je vroeger hebt ingenomen. Daarom dit Dagboek voor het collectieve geheugen. Be FREE!


Als Tobback bv. zegt dat de welvaart van de huidige generatie mede te danken is aan hem en zijn politieke generatiegenoten dan is hij blijkbaar vergeten dat hij als oppositieleider een staalharde oppositie voerde tegen het herstelbeleid van de jaren tachtig dat de jeugdwerkloosheid fors terugdrong en het Belgisch begrotingstekort terugbracht van 15% onder de regering met de socialisten tot 7% in 1988. De schuldenlast van de jonge generaties was voor hem toen duidelijk geen prioriteit. Toen ik in 1986 mijn maidenspeech in de Kamer hield waren Tobback en Willockx speciaal blijven luisteren hoe ik het ervan afbracht. De SP had nachtenlang de Kamer gegijzeld om zich te verzetten tegen de saneringsplannen van Martens-Verhofstadt en ze waren er op uit om de gewezen voorzitter van de “hoeperdepoepjongeren” in het Parlement eens goed te pakken. Ook toen was Tobback ontgoocheld over mijn gebrek aan visie of beter ZIJN VISIE…


De waarheid volgens Louis Tobback. Het is blijkbaar van alle tijden!

La périphérie

14May11

In LE VIF l’Express verscheen dit weekend een artikel over la périphérie. “Tout ce qu’on ne vous a jamais dit”. Hierin word ik uitvoerig geciteerd over hetgeen ik en enkele collega’s hierover heb gezegd in een debat in de Commissie voor Brussel en de Vlaamse Rand in het Vlaams Parlement. Le Vif poogt in zijn artikel te bewijzen dat “la déflamandisation”( de ontnederlandsing”) onomkeerbaar is en met de jaren versnelt. “Les Flamands ont déjà perdu la périphérie” is de conclusie van de auteur Pierre Havaux.

Comment la Flandre perd sa périphérie
Bruxelles, métropole multiculturelle et bombe démographique en puissance, aura le dernier mot en périphérie. La déflamandisation accélérée force la Flandre à revoir son manuel de survie : le bourgeois francophone n’est plus son pire cauchemar. Lui ôter les facilités ou même scinder BHV n’y changera pas grand-chose.

Le projet ne manque pas de toupet. Les députés régionaux flamands n’apprécient que modérément ce qui n’a pourtant rien d’une plaisanterie. Encore moins d’un énième coup bas de francophones provocateurs. Quelle mouche a bien pu piquer le Voka ? L’organisation patronale très flamande se met en tête d’ouvrir en périphérie flamande un guichet capable d’accueillir… en anglais les investisseurs étrangers. Sympa et pratique : l’homme d’affaires éviterait d’avoir à se plier à l’usage du néerlandais qu’exigent des autorités locales particulièrement chatouilleuses sur la question. Business, business : l’argent n’a pas d’odeur, pas même celle du Flamand. Sauf que la courtoisie linguistique a ses limites : avec tout le mal que la Flandre se donne pour maintenir un cachet flamand à son territoire en bordure de Bruxelles…

Absurde, n’est-il pas ? Le député régional Eric Van Rompuy (CD&V), échevin au long cours à Zaventem, a eu tôt fait de carboniser l’idée. « Il n’est jamais arrivé que le CEO de l’une ou l’autre grosse entreprise se présente en personne à la commune et pose ses questions en anglais. Ce n’est pas comme cela que ça se passe. Ce sont des architectes ou des intermédiaires locaux qui gèrent le dossier d’investissement au niveau communal. Le Voka et son projet de guichet donnent l’impression qu’il existe un problème là où il n’y en a pas. J’ai bien plus de difficultés avec l’Arménien de Zaventem qui veut installer une véranda et s’adresse à la commune, plein de bonne volonté, qu’avec une société comme Toyota qui a besoin d’un permis d’environnement. » Ministre de tutelle de la périphérie flamande, le N-VA Geert Bourgeois a vigoureusement opiné du bonnet. Une pointe de contrariété dans la voix : « Nous ne pouvons empêcher le Voka de promouvoir davantage Bruxelles et le projet Brussels Metropolitan. » Mais de là à cautionner une exception à la règle : très mauvais signal…

Il ne manquait plus que ça. Si même le Voka se met à saper les fondations de la fragile digue érigée pour contrer la marée montante. Décidément, le « Vlaamse Rand » donne du fil à retordre au monde politique flamand. Qui doit même user d’un mot bizarroïde pour qualifier le mal qui le ronge : « ontnederlandsing », « dénéerlandisation ». Faut dire que ça déménage, en périphérie flamande ! Geert Bourgeois en attraperait presque le tournis, lorsqu’il fait rapport aux parlementaires : « On observe un apport net, en périphérie flamande, de Bruxellois francophones, dans la trentaine et diplômés en français, ainsi que d’étrangers. Et une sortie nette de Flamands vers le Brabant flamand et le reste de la Flandre : essentiellement des gens dans la vingtaine et diplômés en néerlandais. » Bref, le va-et-vient ne fait pas l’affaire de la cause flamande.

Décourageant, au bout d’années d’efforts. La Flandre investit gros pour préserver le caractère flamand de son sol : désignation d’un ministre coordinateur ; fondation d’une ASBL et d’une task force « De Rand » ; circulaires administratives Peeters, Martens et autres Keulen ; une centaine d’initiatives en tout genre, subsidiées chaque année à coups de millions d’euros. 4,3 millions d’euroseuro versés à l’ASBL « De Rand » en 2011 ; 10 millions d’euros dégagés pour Vlabinvest, un bras financier créé pour capter en périphérie des jeunes familles flamandes dans des logements à des prix abordables ; autre gros coup de pouce venu de la province du Brabant flamand, qui consacre au Rand flamand près de 700 000 euros par an.

Rien n’est trop beau pour le Vlaamse Rand. Mais la lutte paraît bien inégale pour inverser la tendance lourde. Irréversible, selon tous les indicateurs (voir l’encadré ci-contre) La déflamandisation de la périphérie est en marche, elle déborde des 19 communes qui y sont officiellement recensées, pour gagner l’ensemble des arrondissements de Hal-Vilvorde et de Louvain. Geert Bourgeois en détecte des traces bien visibles jusqu’Alost, Denderleeuw. Et même La Panne, qui appelle les experts du Vlaamse Rand à la rescousse ! « La situation est sérieuse », admet le ministre. Elle force la Flandre à réviser son manuel de survie. A revoir ses réflexes d’autodéfense.

Sus aux francophones, ces empêcheurs de flamandiser en rond ? « Ce combat est dépassé. Il ne s’agit plus de francisation, mais d’internationalisation », soupire Luckas Vander Taelen. Ce député régional Groen ! invite à tourner la page, sans plus tarder. « Je n’éprouve aucune sympathie pour ces fransquillons arrogants qui se sont installés en périphérie dans les années 1960-1970 et qui n’ont jamais eu que mépris pour la langue locale. Mais le danger de la dénéerlandisation de la périphérie provient de plus en plus de la migration multiple qui part de Bruxelles vers la périphérie, en Flandre et en Wallonie. » Bruxelles, épicentre d’un séisme qui secoue le nord du pays. Bruxelles, « cet éléphant dans le magasin de porcelaine », dixit Vander Taelen, qui est promise à une explosion de sa population multiculturelle : 200 000 habitants de plus sont attendus en moins de dix ans. Déjà, les territoires flamands les plus proches n’en sortent plus indemnes. « Il n’est plus minuit moins cinq, il est passé minuit pour gérer cette bombe démographique », s’inquiète le député Groen !. « La donne change dramatiquement, spectaculairement. » Non sans occasionner des dégâts collatéraux qui ne facilitent pas l’osmose.

Panique au village. « La problématique de la capitale ne cesse de se déplacer vers la périphérie. A Zaventem, la population a le sentiment de devenir un nouveau Schaerbeek, Evere ou Haren. » En trente ans d’échevinat à l’Urbanisme, Eric Van Rompuy (CD&V) a pu mesurer la métamorphose du biotope flamand, et s’en ouvre régulièrement à ses collègues parlementaires. « Les jeunes familles ne restent plus en périphérie, beaucoup d’entre elles déménagent vers Louvain ou Alost. Les habitations libérées sont occupées par des gens qui viennent de la Région bruxelloise. » Chaque année, Zaventem encaisse ainsi un apport net de 500 non-néerlandophones, Vilvorde en est à 600. « Le solde migratoire externe des deux communes a quadruplé en huit ans. Le phénomène est étonnamment rapide. » Il est déstabilisant pour la population locale. Qui prend souvent peur face à l’inconnu. Surtout quand il change de visage. « Nous connaissons ces dix dernières années une affluence croissante d’allochtones dans les communes de la périphérie, elle est visible notamment dans les quartiers d’habitations sociales. Il s’agit surtout de migrants de la deuxième et troisième génération, qui sont souvent belges, disposent de bons revenus et achètent massivement des maisons. » Eric Van Rompuy veut positiver. Il croit à l’énorme potentiel de ces migrants « qui savent qu’ils habitent en Flandre, qui veulent s’intégrer, qui s’inscrivent dans des clubs sportifs et dans toutes sortes d’associations ». L’échevin prend souvent à témoin ces 150 familles d’Araméniens, des Turcs chrétiens, concentrées à Zaventem : « Elles ne sont pas le moteur de la francisation. » Et ça, ça n’a pas de prix pour un Flamand de la périphérie. « Ce ne sont pas des enfants de Maingain… »

Un gisement aussi prometteur ne demanderait qu’à être exploité. Grosse déception : « Pas d’offre, pas de politique », s’irrite Van Rompuy. Pour défendre la culture néerlandophone, des instruments d’un autre âge, qui remontent aux années 1990. Ce jour-là, en commission parlementaire, le député-échevin CD&V en jette un échantillon à la face du ministre Bourgeois : « Chaque année à Zaventem, toute la communauté internationale, entre autres des Allemands, des Américains et des Japonais, est invitée à prendre l’apéro : c’est totalement dépassé. Une politique d’accueil ne peut se limiter à une soirée-sangria. Il faut devenir professionnel. » Enseignement, politique immobilière, intégration : passer à la vitesse supérieure suppose d’abord des remises en question. Et des obsessions à abandonner.

«Les révolutions mentales ont leurs limites. Celles de la réalité politique et des calculs électoraux. « Ils empoisonnent tout. Tant du côté francophone que flamand, certains politiques font de l’absence de solution leur fonds de commerce électoral. Bien sûr que les facilités linguistiques ne remettent pas en cause le caractère flamand de la périphérie ! Bien sûr que scinder BHV ne changera rien à l’évolution sociologique ! Même s’il faut cette scission : il faut pouvoir finir des combats symboliques », confie Vander Taelen. Eric Van Rompuy n’en démord pas : « Scinder BHV, c’est le signal nécessaire pour couper toute aspiration francophone à créer des zones liées à Bruxelles. »

« Dilbeek, waar Vlamingen thuis zijn ». Placardé à l’entrée de la commune en guise de mot de bienvenue, le slogan a fait longtemps fureur dans ce fief flamingant de la périphérie. Tout passe, tout casse, tout lasse. « C’était une réponse aux problèmes des années 1970. Officiellement, nous ne l’employons plus depuis les années 1990. De telles actions sont encore difficilement faisables en périphérie. La dénéerlandisation n’est plus liée à des francophones têtus mais au caractère international d’un nombre croissant de non-néerlandophones. Ce qui demande une tout autre approche », vient de confier le député-échevin de Dilbeek, le N-VA Willy Segers, à la revue de son parti. Lucidité douloureuse.

© 2011 Roularta Media Group
LE VIF Pierre Havaux 14 mei 2010

Geen paniek over VRT

09May11

Dit weekend had ik op Kanaal Z een debat o.l.v. G.Polspoel met Bart Tommelein over de toekomst van de VRT. Sommigen slaan in paniek over de VRT bij de overname door VT4 door Woestijnvis, Corelio en Sanoma.
Bij de nieuwe beheersovereenkomst moet de VRT haar mission-statement van 1996 getrouw blijven en blijven opteren voor een zender voor het grote publiek met prioriteit voor informatie, nieuws en duiding maar ook ruime programmatie voor ontspanning, fictie, drama en sport. De VRT heeft elk jaar een budget van 500 miljoen euro. Dit zal zo blijven ook na de komst van de nieuwe zender. Zij heeft de middelen en de capaciteit om die nieuwe uitdaging tegemoet te gaan. Het zal wel creativiteit en goed productiemanagement vragen. De publieke omroep mag niet in een krimpscenario terecht komen en moet leidinggevend blijven. Ze doet het de jongste 10 jaar uitstekend. Waarom zou ze de nieuwe uitdagingen niet aankunnen?
Parlementsleden moeten mijns inziens ophouden om opnieuw de VRT te willen sturen. Een beheersovereenkomst wordt onderhandeld tussen de VRT en de Regering. Het is niet aan het Vlaams Parlement om bij monde van resoluties opnieuw de VRT te gaan bevoogden. Hoeveel kanalen, welke programma’s, hoeveel sport: dat zijn zaken waar de VRT en de Vlaamse Regering moeten beslissen rekening houdend met de beschikbare middelen en conform de mission statement.
Druk op deze balk om het debat op Kanaal Z te herbekijken:
http://kanaalz.rnews.be/z-talk-polspoel-eric-van-rompuy-bart-tommelein-07052011

De klas van Eric

03May11

Vanavond was ik in duo met Mark Vanlombeek te gast op VRT Eén in de Klas van Frieda. Onder het motto “deelnemen is belangrijker dan winnen” moesten we de duimen leggen voor de twee jonge actrices van Ella Darya Gantura en Amaryllis Uitterlinden. Winkelen en gynaecologie waren duidelijk niet onze specialiteit…Mark zei dat je ziet welke brave jongens we zijn omdat we niets kennen van drank en vrouwen…

De foto (zie hieronder) -getoond in de uitzending -met de mooie witte tropenhelm is genomen in 1957-1958 toen ik in het derde leerjaar zat op de lagere school in het College Koning Albert in Leopoldstad.

Eric en zijn broer Herman op weg naar hun school ‘s morgens thuis in Lovanium bij het vertrek.

PETER VAN ROMPUY OVER CD&V “ We’re back”

03May11

Dit is mijn bijdrage aan het ideologische debat binnen CD&V, waar Vervotte en Torfs dit weekend het startschot toe geven.

Inhoud
Ik begin bij dé grafiek die elke politicus van mijn generatie in zijn binnenzak moet hebben zitten

De voorbije halve eeuw verveelvoudigde de welvaart in het Westen, maar trappelde het geluksgevoel ter plaatse. Dat geldt niet enkel in de VS, maar ook in Europa, België en Vlaanderen. We beleven als het ware een ‘gelukscrisis’. Maar sinds de kredietcrisis worden we daarenboven geconfronteerd met een economische crisis, de grootste sinds de Tweede Wereldoorlog.
Deze dubbele crisis overwinnen, vormt dé uitdaging voor de huidige generatie politici. Hoe kunnen we de grafieklijnen van welvaart én welzijn terug omhoog doen lopen?

Wel, daarvoor zijn de christendemocraten van nature het best gewapend. Socialisten vragen zich enkel af hoe we de taart zo gelijk mogelijk kunnen verdelen. En liberalen vragen zich af hoe we de taart zo groot mogelijk kunnen maken. Christendemocraten daarentegen kiezen voor de middenweg tussen beide, maar voegen daar de vraag aan toe met wie we de taart gaan eten en hoe we er een gezellig etentje of gelukkig samenzijn van kunnen maken. De christendemocratie zit – zonder dat we het vaak goed beseffen – op een berg ideologisch goud. Het is geen toeval dat Guy Vanhengel na de verkiezingsnederlaag in 2009 van mening was dat de VLD zich ‘te mercantiel’ opstelde, door enkel te focussen op belastingverlaging (cfr. jobkorting, die trouwens werd omgezet in meer vakantiedagen!). De overheid moet niet alleen de fiscale en administratieve lasten drastisch verlagen, maar ook de emotionele lasten. Vlaanderen is wereldrecordhouder in het slikken van antidepressiva. En mensen die een uitkering ontvangen omwille van stress of depressie krijg je heus niet terug aan het werk door enkel een belastingverlaging. En ook niet enkel door het terugbetalen van een bezoek psycholoog, zoals Stevaert ooit voorstelde. Al helemaal niet door prozac aan het leidingwater toe te voegen.

Het is mijn overtuiging dat welvaart en welzijn als Siamese tweelingen met elkaar verbonden zijn. De sociale zekerheid kan enkel overeind blijven op de brede schouders van een sterke economie. Zoals Churchill zei ‘the economy is the strong horse that pulls the whole chart.’ En een economisch dividend is enkel duurzaam als ook een geluksdividend volgt. Adam Smith (sic!) was de eerste om te benadrukken dat onderwijs bijdraagt tot welvaart én levenskwaliteit. Iemand die op jonge leeftijd begint te werken, draagt al vroeg bij tot de welvaart. ‘But when he is grown up, he has no ideas with which he can amuse himself.’ Geen economisch kapitaal zonder sociaal kapitaal, en omgekeerd. [Hierover dien ik binnenkort een resolutie in de Senaat in. Ik diep deze materie ook verder uit in een boek dat ik aan het schrijven ben.]

Je raakt nooit uit een crisis door te kiezen voor meer zekerheid. Zekerheid is niets meer dan krampachtig vasthouden aan een beeld van het verleden dat toch niet meer terugkomt. Neen, het enige gepaste antwoord op een crisis is het hernieuwen van vertrouwen. Vertrouwen in instellingen, tussen partners, gemeenschappen, landen, … Christendemocraten zijn bij uitstek de bouwmeesters van vertrouwen.

Als christendemocraten hebben we een unieke inhoudelijk positie, die niet voorbijgestreefd is, maar integendeel een verhaal is dat in de toekomst alleen aan kracht zal winnen. En alle pogingen van andere partijen ten spijt om deze positie te kapen, het origineel blijft beter dan de kopie!

Methode
Maar daarnaast beschikt CD&V ook over een unieke methode, de met name het stap-voor-stap-overlegmodel. Ik vergelijk deze aanpak graag met de bouw van de Notre Dame kathedraal in Parijs. 200 jaar lang werd er aan de Notre Dame gebouwd, door even veel architecten. Dit leidde niet tot een warrig gedrocht, wel integendeel. De Notre Dame is veruit het mooiste gebouw van Parijs. Tijdloos. Niet veel verder liggen enkele wijken die uitgedacht zijn volgens een diametraal tegengesteld concept. Ze uitsproten aan de geest van één enkele geniale architect, die zijn eenzijdig concept compromisloos doordrukte. De wijken die gebouwd werden door Le Corbusier zijn nu - nog geen eeuw later – vervallen tot Parijse stadskankers.
De beste wijze om een doel te bereiken is altijd niet de meest directe. (de rijkste mensen zijn vaak niet de meest materialistische) Vaak is de middenweg de beste weg. En als je dreigt met de kop tegen de muur te gaan, is soms zelfs de omweg de snelste weg;-)  Voor die pragmatische en resultaatgerichte aanpak worden we als Belgen op international vlak geroemd. Zo zien wij Vlamingen oplossingen, waar Nederlanders vaak blokkeringen zien. Het is ditzelfde overlegmodel dat aan de basis ligt van de ongeziene Europese succesverhaal van vrede en groei gedurende de voorbije halve eeuw. Het is dat model dat nog altijd een ongelooflijke aantrekkingskracht heeft op de rest van de wereld, zelfs in het Midden-Oosten.

We’re back
Maar het is geen toeval dat het initiatief van Vervotte en Torfs net nu gelanceerd wordt onder de titel ‘geloven in eigen kracht’. CD&V verschuilt zich niet langer achter de brede rug van een andere partij. CD&V heeft de de boodschap van de kiezer goed begrepen. Maar het boetekleed van 13 juni is nu afgeworpen. We geloven terug voluit in de eigen kracht. Als CD&V’ers weten we waar we vandaan komen, waar we voor staan, waar we naartoe willen, en ook hoe we er kunnen geraken. Het tij keert. We’re back.

 

Recente artikels

Links

Categorieën

Maandelijks archief

Syndicatie