Eric Van Rompuy, My last five years

Eric over Marianne

28Apr10

Thyssen mogelijk eerste vrouwelijke premier (Eric Van Rompuy)

Bekijk het interview van Eric Van Rompuy hierover in VILLA POLITICA

Druk op de balk hieronder
http://www.deredactie.be/permalink/1.769318
       
BRUSSEL 28/04 (BELGA) = Eric Van Rompuy, Vlaams parlementslid voor CD&V,
heeft een “heel goed gevoel” bij de beslissing van partijvoorzitster
Marianne Thyssen om als CD&V-boegbeeld naar de verkiezingen te
trekken. “Als we de verkiezingen winnen, dan is Thyssen natuurlijk onze
kandidaat-eerste minister”, zei hij in de wandelgangen van het Vlaams parlement.
  Van Rompuy looft hoe Thyssen als de voorbije dagen “kordaat” reageerde
op de federale regeringscrisis. “Zij is erg gegroeid in haar
functie. Ze heeft de voorbije dagen duidelijk getoond dat wij niet met ons
laten sollen.”
  Volgens Van Rompuy is Thyssen een “heel sterke troef” voor de
partij, die mogelijk de eerste vrouwelijke premier van België wordt. “Zij
kan misschien de rustige vastigheid brengen”, verwijst hij met een
kwinkslag naar de periode dat zijn broer, Herman Van Rompuy,
federaal premier was.
  Van Rompuy reageert begripvol op de stap opzij van Yves Leterme.
“Hij heeft drie jaar lang het beste van zichzelf gegeven. Dat hij nu
een deel van de verantwoordelijkheid neemt, heeft hij zelf beslist.”
Toch wil hij Leterme zeker nog niet afschrijven in de Belgische
politiek. “Onderschat hem niet, hij is de man van de tegenaanval. Hij
zal zijn rol nog wel spelen”, besluit hij. PIM/GEJ/

Interview Knack over regeringscrisis en BHV

28Apr10

.
ERIC VAN ROMPUY INTERVIEW IN KNACK OVER REGERINGSCRISIS
Hij is aan zijn laatste vijf jaar in het Vlaams Parlement bezig. Tegen de volgende Vlaamse verkiezingen is hij haast 65 en houdt hij het voor bekeken. Maar dat betekent allerminst dat Vlaams Parlementslid Eric Van Rompuy (CD&V) aan het uitbollen is. Al een paar jaar lang schrijft hij op zijn weblog precies waar het op staat. En sinds zijn broer voorzitter van de Europese Raad is, en geen hoofdrol meer speelt in de nationale politiek, heeft hij al helemaal geen reden meer om een blad voor de mond te nemen.
Zeker niet nu de discussie over Brussel-Halle-Vilvoorde in totale chaos dreigt te eindigen. Want als schepen van Zaventem ligt dat dossier hem bijzonder na aan het hart. Vorige week dacht hij nog even dat er een oplossing in zicht was, maar toen gaf koninklijk opdrachthouder Jean-Luc Dehaene (CD&V) zijn klus terug, stapte de Open VLD uit de onderhandelingen en bood premier Yves Leterme (CD&V) de koning het ontslag van zijn regering aan.

Waarom was u begin vorige week nog zo optimistisch?

Eric Van Rompuy: Voor het eerst in jaren had ik echt het gevoel dat er een onderhandelde oplossing mogelijk was voor het kluwen van Brussel-Halle-Vilvoorde. Jean-Luc Dehaene negotieerde binnen aanvaardbare krijtlijnen, en voor het eerst sinds 2007 lag er echt een soort plan op tafel. Voilà du concret , dacht ik. Eindelijk. Belangrijk was dat Dehaene weer aansluiting zocht bij een spoor dat we jaren geleden hadden verlaten: de oplossingen die eind jaren tachtig werden bedacht voor de faciliteitengemeente Voeren. Ik heb die gebeurtenissen destijds van heel nabij meegemaakt als rapporteur van de parlementaire commissie voor Institutionele Hervormingen. Het grote probleem was toen dat José Happart (PS), de burgemeester van Voeren, weigerde Nederlands te spreken. Dat had natuurlijk een grote symbolische betekenis. In 1988 hebben we dan de zogenaamde Pacificatiewet gestemd, die het bijzondere statuut van de faciliteitengemeenten bevestigde en voorschreef dat burgemeesters er Nederlands moesten spreken. Het is een heel goede zaak dat net Dehaene, een van de architecten van die wet, de afgelopen maanden de onderhandelingen over B-H-V heeft geleid.


Toch heeft ook Dehaene dit keer geen akkoord uit de brand kunnen slepen. Heeft hij zijn eigen autoriteit overschat?

Van Rompuy: Ik dacht aanvankelijk ook dat zijn gedegen reputatie de onderhandelingen meer vooruit zou helpen. Wie had gedacht dat de Franstaligen hem voor flamingant zouden verslijten? Onbegrijpelijk gewoon. Als ze niet met Dehaene kunnen discussiëren, met wie dan wel?

Wanneer had u door dat ook hij de knoop niet zou kunnen ontwarren?

Van Rompuy: Vorige week dinsdag. Ik zat de commissie Financiën voor in het Vlaams Parlement toen Vlaams minister-president Kris Peeters (CD&V) me een bericht liet lezen op zijn BlackBerry: Olivier Maingain (FDF) had Dehaenes voorstellen in een interview inbuvable genoemd . Toen voelde ik de bui natuurlijk al hangen.

Het is Olivier Maingain en niet Open VLD-voorzitter Alexander De Croo die de onderhandelingen heeft gekelderd?

Van Rompuy: Wie is au fond verantwoordelijk voor de communautaire problemen? De Franstaligen natuurlijk! Zij willen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde niet. Zij willen geen staatshervorming. Al drie jaar lang blijven ze zich vastklampen aan hun eigen gelijk. Wat zich de voorbije week heeft afgespeeld, doet denken aan de onderhandelingen op Hertoginnedal in 2007. Pure déjà vu. En zolang de MR het FDF niet loslaat, zal er ook niets veranderen en is een onderhandelde oplossing voor B-H-V zogoed als onmogelijk. Want wat blijft Maingain zeggen? Dat die kieskring niet kan worden gesplitst zonder een uitbreiding van Brussel. En de MR fluit hem niet terug, hè, als hij dergelijke uitspraken doet. Meer nog: dan radicaliseren álle Franstalige partijen plots hun standpunten.

Hoe moet het nu verder?

Van Rompuy: Het slechtste scenario is dat er onwettige verkiezingen worden georganiseerd. En zolang B-H-V niet is gesplitst, zijn wettige federale verkiezingen uitgesloten. Maar toch leken onder meer de Vlaamse liberalen op zo’n scenario aan te sturen.

Voor de Open VLD zijn vervroegde verkiezingen wellicht niet zo’n slechte zaak.

Van Rompuy: (fel) Daar wordt werkelijk niemand beter van. Het zou echt een historische blunder zijn van de Vlamingen om onwettige verkiezingen te organiseren. Want eens die plaats hebben gevonden, wordt B-H-V natuurlijk nooit meer gesplitst. Bovendien zullen we dan gegarandeerd weer in een communautaire patstelling belanden: de Vlamingen zullen vinden dat die verkiezingen onwettig zijn en de Franstaligen zullen volhouden dat die wettig zijn. Wat schieten we daarmee op?

Mij lijkt het trouwens zeer twijfelachtig dat we die verkiezingen georganiseerd krijgen. Of denkt u dat de burgemeesters uit de Vlaamse Rand rond Brussel bereid zijn om daaraan mee te werken? Het is ook niet erg waarschijnlijk dat de Vlaamse partijen veel zin hebben om kieslijsten in te dienen in een onwettige kieskring. Bovendien is de kans groot dat verscheidene kiezers en politici uit protest naar de rechtbank zullen stappen en daar nog gelijk zullen krijgen ook.

Hebt u begrip voor de houding van de Vlaamse liberalen, die de onderhandelingen vorige week opbliezen?

Van Rompuy: Ik spreek me niet uit over wie of wat de directe aanleiding is geweest voor het afbreken van de onderhandelingen. Heeft premier Yves Leterme (CD&V) ons in deze chaos gestort? Is de Open VLD verantwoordelijk? De echte oorzaak ligt zonder enige twijfel bij de Franstaligen. Elio Di Rupo (PS) en Joëlle Milquet (CDH) blijven wel herhalen dat ze de bonne vo-lonté zijn, maar in de praktijk merken we daar niet veel van. Ze zeggen wel dat ze Dehaenes plan aanvaardbaar vinden, maar ondertussen willen ze constant nieuwe eisen op tafel gooien.

Uw broer, Europees president Herman Van Rompuy, pleitte vorige week voor de voortzetting van de huidige regering.

Van Rompuy: En gelijk heeft hij. Er is gewoonweg geen alternatief. De SP.A is in de huidige omstandigheden natuurlijk niet bereid om in de federale regering te stappen, en ook van Vlaamse partijen als Lijst Dedecker of Vlaams Belang valt geen hulp te verwachten. Dus kan men niet anders dan met de huidige coalitie voort te werken.

Gelooft u echt dat er nog een onderhandelde oplossing uit de bus kan komen?

Van Rompuy: De Franstaligen zullen de feiten zo onderhand toch eens onder ogen moeten zien. Ze moeten beseffen dat het onwettig is om nu verkiezingen te organiseren én dat de Vlamingen niet bereid zijn om inschrijvingsrechten voor de Nederlandstalige gemeenten in de Vlaamse Rand of een uitbreiding van Brussel te slikken. Als ze dat aanvaarden, zullen ze zich aan de onderhandelingstafel misschien eindelijk wat realistischer op-stellen.

In de zomer van 2007 beweerde u nog dat de kieskring gesplitst moest worden zonder dat daar een prijs voor werd betaald. Wanneer bent u van gedacht veranderd?

Van Rompuy: Ondertussen sleept die discussie al drie jaar aan en wordt het hele land erdoor verlamd. Nu heeft de premier zelfs het ontslag van de regering aangeboden en kunnen er geen wettige federale verkiezingen meer plaatsvinden. In die omstandigheden vind ik het aanvaardbaar om met de Franstaligen over een oplossing te onderhandelen. Maar er zijn natuurlijk grenzen. Zo is de uitbreiding van Brussel onbespreekbaar, net als elk scenario dat de hele opzet van de splitsing teniet zou doen.

Jean-Luc Dehaene zou onder meer hebben gedacht aan een vorm van apparentering tussen de kieskringen Brussel, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant. Is dat voor u geen brug te ver?

Van Rompuy: Helemaal niet, want dat is vooral een Vlaamse eis. Ook in het wetsvoorstel van Herman Van Rompuy, Michel Doomst en Bart De Wever over de splitsing van B-H-V is er sprake van apparentering tussen Brussel en Vlaams-Brabant. Vergeet niet dat het voor de Vlamingen heel moeilijk wordt om nog zetels binnen te halen in Brussel eens de kieskring is gesplitst. Voor één zetel heb je daar 25.000 stemmen nodig, terwijl geen enkele Vlaamse partij er meer dan 10.000 behaalt. Apparentering tussen Brussel en Vlaams-Brabant zou ons dus kunnen helpen om toch nog verkozenen te hebben in de Brusselse kieskring.
Jammer genoeg gooien sommigen dezer dagen al die dingen op één hoop. N-VA-voorzitter Bart De Wever maakt er zelfs echt een karikatuur van. Als Halle-Vilvoorde en Leuven na de splitsing samensmelten, kan ik me inderdaad voorstellen dat ook Franstalige partijen in die nieuwe kieskring een lijst zullen indienen. Maar dat doet de Union des Francophones (UF) nu ook al bij de Vlaamse verkiezingen, en daardoor zit Christian Van Eycken al jaren in het Vlaams Parlement.


Nog een denkspoor van Dehaene: in de faciliteitengemeenten zou een gebetonneerd inschrijvingsrecht ingevoerd worden, in andere gemeenten in de Rand een uitdovend recht.

Van Rompuy: Ik heb geen weet van een voorstel in die richting. Over de faciliteitengemeenten doe ik geen uitspraken. Maar inschrijvingsrecht kan natuurlijk niet in gemeenten zonder faciliteiten, zoals Halle, Vilvoorde en Zaventem. Als alle inwoners daar in Brussel kunnen gaan stemmen, heeft het amper nog zin om B-H-V te splitsen. De bedoeling is net om te vermijden dat de kiezers in die gemeenten op Brusselse kandidaten kunnen stemmen. Of waarom denkt u dat we er zo op gebrand zijn om B-H-V te splitsen?

Om eindelijk terug te kunnen keren naar de orde van de dag?

Van Rompuy: Maar nee! Wij willen de splitsing van B-H-V omdat we de Franstaligen in Vlaams-Brabant duidelijk willen maken dat ze in Vlaanderen wonen en dus ook moeten stemmen op kandidaten die in Vlaanderen opkomen. Welk signaal geven we als we mensen uit pakweg Zaventem toelaten om in Brussel te gaan stemmen? Dan zeggen we: jullie wonen hier wel, maar eigenlijk horen jullie ook nog een beetje bij het Brussels Gewest.

Jean-Luc Dehaene zou ook hebben voorgesteld dat een college van gouverneurs de voogdij krijgt over de faciliteitengemeenten.

Van Rompuy: Dat klopt niet helemaal. Dat voorstel is gebaseerd op de oplossing die destijds voor Voeren werd uitgedokterd. Daar is het de Limburgse gouverneur die de algemene voogdij heeft en bevoegd is voor de taalwetgeving. In tweede orde kan een paritair samengesteld comité van gouverneurs tussenbeide komen in zaken die buiten de taalwetgeving vallen. Iets soortgelijks zou kunnen worden overwogen voor de faciliteitengemeenten in de VlaamseRand rond Brussel. Dat zou betekenen dat de gouverneur van Vlaams-Brabant daar bevoegd is voor de taalwetgeving, en dat is tot nader order nog altijd een Vlaming die is benoemd door de Vlaamse regering. Dehaene heeft nooit overwogen om de voogdij over de faciliteitengemeenten weer federaal te maken, zoals Bart De Wever nu insinueert.

Maar de Vlaamse regering zou hoe dan ook de voogdij over de faciliteitengemeenten verliezen?

Van Rompuy: Zou dat zo erg zijn? Kijk naar Voeren: die gemeente ligt na al die jaren nog altijd in Vlaanderen en heeft tegenwoordig zelfs een Nederlandstalige burgemeester. Wie had dat ooit gedacht?
Zoveel zou er trouwens niet veranderen. Het taalstatuut van de faciliteitengemeenten zou worden behouden, de omzendbrief-Peeters zou er van kracht blijven, en de Vlaamse regering blijft bevoegd voor de benoeming van de burgemeesters. Dat er dan bestuurlijke tussenstructuren worden gecreëerd op provinciaal niveau, is echt geen drama.

Volgens Louis Tobback (PS) maakt uw partij zich op om Kris Peeters op te offeren. Het plan van Dehaene zou namelijk onverteerbaar zijn voor de Vlaamse regering.

Van Rompuy: Onzin. Geen enkel voorstel dat ernstig is besproken, gaat tegen het Vlaamse regeerakkoord in. Er is bijvoorbeeld geen sprake van dat de Franse Gemeenschap de bevoegdheid zou krijgen om scholen op te richten of cultuurinitiatieven te nemen in de Vlaamse Rand. Het is ook een kwakkel dat er zou worden nagedacht over een rechtstreekse verkiezing van de burgemeesters. Want dat zou betekenen dat er in faciliteitengemeenten een burgemeester kan aantreden die geen Nederlands kan of wil spreken. Met andere woorden: binnen de kortste keren zitten we dan met een nieuwe Happart.

Kris Peeters hoeft zich dus geen zorgen te maken?

Van Rompuy: Het gaat hier niet over de carrière van Kris Peeters maar over de belangen van álle Vlamingen. Zolang we in deze Belgische staat leven, is het in het voordeel van de Vlamingen dat er een regering is, dat de kieskring B-H-V wordt gesplitst om de taalhomogeniteit te bewaren, en dat een regimecrisis wordt vermeden. Kris Peeters zal dat allemaal wel overleven.


Zal ook de Vlaamse coalitie de B-H-V-discussie overleven, of stapt de N-VA straks op?

Van Rompuy: Ik denk niet dat de N-VA op dit moment dergelijke plannen heeft. Wel is die partij tegen elke onderhandelde oplossing voor B-H-V. Maar als er toch een akkoord wordt bereikt, zullen De Wever en zijn partijgenoten wellicht het resultaat beoordelen. Net als de CD&V schuift de N-VA een aantal principes naar voren waaraan niet kan worden geraakt. Maar ik heb vandaag geen enkele aanwijzing dat daar gevaar voor zou zijn.

In de zomer van 2007 zei u in Knack dat Vlamingen en Franstaligen verregaande gesprekken moeten voeren over wat hen nog bindt. Dat komt aardig in de buurt van wat MR-voorzitter Didier Reynders vorige week verkondigde.

Van Rompuy: Op dit moment wil ik een verdedigbare oplossing voor B-H-V. Meer niet. Als die er niet komt, is een nieuwe staatshervorming uitgesloten. Pas als die kieskring eindelijk is gesplitst, wordt er weer veel mogelijk. Dan liggen de taalgrenzen definitief vast en kunnen de Franstaligen die niet meer betwisten.

Bent u als politicus uit de Vlaamse Rand niet opgelucht dat u zich niet meer aan de kiezer hoeft aan te bieden?

Van Rompuy: De volgende Vlaamse verkiezingen vinden pas plaats in juni 2014. Wie kan vandaag voorspellen in welk land we dan zullen leven? Misschien bestaat de Belgische staat dan al niet meer en ligt niemand nog wakker van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. (lacht)


© 2010 Roularta Media Group ANN PEUTEMAN KNACK


Verkiezingen onwettig

26Apr10

Bij de aanvang van het CD&V -partijbestuur l vanochtend legde ik de hierbijgevoegde verklaring af ( druk op de balk)
http://www.deredactie.be/permalink/1.767723
“Wij organiseren geen onwettige verkiezingen” ma 26/04/2010 - 12:04

Als er geen onderhandelde oplossing wordt gevonden voor BHV, zijn volgens enkele Vlaams-Brabantse CD&V-parlementsleden de verkiezingen in de Vlaamse rand rond Brussel onwettig. Dat was te horen bij aanvang van het CD&V-partijbureau.
Als er geen oplossing wordt gevonden voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, komen er mogelijk binnenkort vervroegde federale verkiezingen.
“Ziet u burgemeesters in de rand meewerken aan verkiezingen die niet wettig zijn? Ziet u Vlaamse partijen kandidatenlijsten indienen terwijl de verkiezingen onwettig zijn?”, reageert Vlaams parlementslid Eric Van Rompuy.
Ook senator Hugo Vandenberghe deelt die mening. “Ik geloof niet dat het politiek geloofwaardig is dat Vlaamse politici in Vlaams-Brabant naar de kiezer gaan om te zeggen: we hebben ons zeven jaar lang vergist, Maingain heeft gelijk.”
Op de kans dat een onderhandelde oplossing de Vlaamse regering in nauwe schoentjes brengt nu N-VA blijft dreigen om uit die regering te stappen, willen de meeste CD&V’ers nog niet vooruitlopen. Voor Eric Van Rompuy is het Vlaams regeerakkoord niet tegenstrijdig met het pakket-Dehaene.

DEBAT Mise au Point

25Apr10

Deze voormiddag nam ik voor CD&V deel aan het RTBF-debat Mise au Point over BHV. Ik verdedigde daar de stelling van CD&V : de onderhandelingen snel heropstarten en zoeken naar een onderhandelde oplossing binnen de krijtlijnen vooropgesteld in de denkpistes van Dehaene. Een uitbreiding van Brussel en een bevoegdheidsoverdracht van de Franse gemeenschap naar de faciliteitengemeenten zijn hierbij totaal uitgesloten. Als er geen onderhandelde oplossing komt, stemmen . Wanneer: daarover moeten de Kamerleden zelf beslissen en niet de ministers of partijvoorzitters.
Het RTBF-debat werd het zoveelste dovemansgesprek. Maingain mocht van Reynders niet meedoen; sommigen beschouwen dit als een goed teken. Kan Reynders wat Dehaene niet kon. Ik heb daar mijn twijfels over maar het wordt ongetwijfeld weer een bewogen BHV-week Und kein ende?

De helden van Eric Van Rompuy

25Apr10

DE HELDEN VAN ERIC VAN ROMPUY
Het Nieuwsblad op Zondag (25 april 2010): Mensen & Verhalen door Luk Alloo


Dé echte superheld van Vlaams parlementslid Eric Van Rompuy (60) is waarschijnlijk de man die ooit BHV zal splitsen, maar zo ver zijn we nog lang niet. Van een raspoliticus verwacht je uitsluitend politieke helden, maar gelukkig is Eric een ruimdenkende man.


- Eric, ik ben heel benieuwd naar je eerste grote helden?
Ik keek nogal op naar sportmannen. Naar wielrenner Rik Van Looy en voetballer Jef Jurion bijvoorbeeld, maar ook naar de Amerikaanse politicus Robert – Bobby - Kennedy. Hij was senator, minister van Justitie onder zijn broer JF Kennedy, presidentskandidaat en hij werd net als zijn broer neergeschoten. Hij was amper 42 jaar oud. Pas later vernam ik dat hij vader was van maar liefst elf kinderen. De impact van Robert werd overvleugend door het charisma van zijn broer JFK, maar Robert heeft toch heel wat gerealiseerd o.m. inzake burgerrechten . En zijn speeches zijn nog steeds zeer actueel. “One-fifth of the people are against everything all the time”, is nog steeds een waarheid als een koe.

- Was er geen enkele dame die je wild maakte?
Toch wel hoor. Vooral de Amerikaanse zangeres Melanie kon mij bekoren en doen wegdromen. Beautiful People, Lay Down en de cover van Bob Dylan Mr. Tambourine Man waren bij ons thuis grote hits. En Melanie was met haar lange zwarte haren een mooie verschijning. Zelfs op haar 63 blijft ze charmeren.

- Heb je ooit posters van helden op het behang van je tienerkamer gekleefd?
Jazeker, vele van Rik Van Looy en een paar Melanie. Maar Melanie kreeg steeds de mooiste plaatsen op het behang naast mijn bed.

- Heb jij als kind ooit een held nagespeeld?
Als jonge voetballer voelde ik mij Jef Jurion, lange tijd de patron van Anderlecht en de Mister Europe na zijn legendarische goal tegen Real Madrid. Jurion was technisch enorm begaafd en zorgde altijd voor hemelse momenten. Tijdens de wedstrijden speelde ik zijn dribbels en solo’s na.

- Heb jij een van je helden aangeschreven?
Ik beken zonder blozen dat ik in 1963 een brief heb geschreven naar Rik Van Looy. Tijdens het wereldkampioenschap verloor Rik tijdens de eindsprint van zijn knecht Benoni Beheydt. De Belgische ploeg had afgesproken dat Rik als kopman alle steun zou krijgen en tegen de afspraak in spurtte Beheydt tegen Van Looy. Ik was daar echt kapot van en heb hem dat zwart op wit bevestigd.

- Hebben helden je ooit ontgoocheld?
Nooit! Na 50 jaar heb ik nog geregeld telefonisch contact met mijn helden Rik Van Looy en Jef Jurion. Ik heb ze pas veel later leren kennen en ze blijven helden.

- Voor welke helden blijf je thuis om ze live of op televisie te zien?
Ik ben een fervent supporter van Anderlecht sinds mijn kinderjaren. Die matchen wil ik niet missen. Ook voor Manchester United blijf ik thuis. Toen ik in Manchester studeerde ging ik geregeld kijken op Old Trafford naar Bobby Charlton en Georges Best. Dat MANU gevoel heb ik nog steeds: “I’m a Mancunian”.
Ook alle grote wielerwedstrijden met Philippe Gilbert in het peleton tracht ik te zien. Ik hou van de vastberadenheid van Gilbert. Na de Amstel Gold Race is hij definitief wereldklasse.

- Als je even wegdroomt in wie zijn schoenen zou je een jaar lang willen staan?
In die van mijn broer Herman Van Rompuy als president van Europa. Dat moet een ongelooflijke rijke ervaring zijn.

- Wie zou je meteen een standbeeld willen geven?
De voormalige eerste minister Leo Tindemans, een klasbak. Leo Tindemans heeft àlles : talent, visie, intelligentie, de taalvaardigheid en overtuigingskracht.Voor hem ging ik door een vuur.

- Hoe sta jij tegenover het gegeven dat jij voor velen een held bent?
Ik heb nooit de ambitie gehad om een held te zijn. Ik wil wel mensen inspireren en doen wat van mij wordt verwacht, ten goede.

- Welke drie mensen wil je in 2090 in de hemel opzoeken om samen te wiezen?
Mijn vader, wielrenner Rik Van Steenbergen en voetballer Paul Van Himst.

- Welke heldin mag je bellen om je rond te leiden in het mooie New York?
Ik wil wel eens Julia Roberts als gids. Ze blijft naturel, behoudt haar onweerstaanbare flair en kiest ook steeds de juiste hoofdrollen. Ik vond ze zeer sterk acteren in Erin Brockovich en Pretty Woman natuurlijk. En die lach van haar is onmiskenbaar de mooiste lach op deze planeet.


KORT

- Lievelingsheld: alle moeders
- Fictieve held : Ivanhoe (Roger Moore)
- Historische held : Nelson Mandela
- Nationale held : Eddy Merckx
- De antiheld : Nero
- De nephelden : De Bin Ladens van deze wereld

BHV und kein ende

22Apr10

Gisteren gaf ik vanuit het Vlaams Parlement kommentaar in VILLA POLITICA en TERZAKE op de toestand rondom BHV. Ik was hierbij niet optimistisch over de afloop van de onderhandelingen. Inmiddels dreigt Open VLD de stekker uit de Regering Leterme te trekken.Hun deadline is niet gehaald en het is weer crisis. BHV und kein ende.

VILLA POLITICA druk op deze balk:          http://www.deredactie.be/permalink/1.764276

TERZAKE   druk op deze balk:              http://www.deredactie.be/permalink/1.764350

Laatste rechte lijn

11Apr10

Vanochtend nam ik deel aan een debat op DE ZEVENDE DAG over de laatste rechte lijn naar de splitsing van BHV
Om dit debat te herbekijken klik hieronder:

http://www.deredactie.be/permalink/1.756583

DEADLINE BHV KOMT DICHTERBIJ
De Vlaamse partijen zullen de splitsing van de kieskring BHV in de Kamer goedkeuren als koninklijk bemiddelaar Jean-Luc Dehaene niet tot een onderhandelde oplossing komt. Maar een onderhandelde oplossing geniet duidelijk de voorkeur. Dat blijkt uit een debat in De zevende dag.
De klok tikt ongenadig voor Dehaene, die als koninklijk opdrachthouder na de paasvakantie, over een week dus, met een voorstel wil komen om het probleem rond de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde op te lossen.
Maar door de recente communautaire spanningen is het nog lang niet zeker of Dehaene met een oplossing op de proppen komt. In dat geval ligt het wetsvoorstel over de splitsing van BHV half mei ter stemming voor in de Kamer.
“Als we op een punt komen dat er geen oplossing komt, dan gaan we over het voorstel stemmen in de Kamer”, verklaarde Eric Van Rompuy (CD&V). “Dat is altijd het standpunt geweest van de Vlaamse partijen.”
Eenzelfde geluid was te horen bij Marino Keulen (Open VLD) en Bruno Tobback (SP.A). “We gaan voluit voor een onderhandelde oplossing, maar als dat niet lukt, dan zullen we stemmen”, klonk het unisono.

Maar volgens Mark Demesmaeker (N-VA) is er wel maar heel weinig marge voor een onderhandelde oplossing. “Het komt er eigenlijk gewoon op aan woord te houden. In 2004 is al beloofd om “onverwijld” het splitsingsvoorstel op de agenda te plaatsen.”
.
De andere partijen mogen dan een onderhandelde oplossing verkiezen, ook zij laten niet veel ruimte om te onderhandelen. “Van een uitbreiding van Brussel of de aanhechting van de faciliteitengemeenten bij Brussel kan geen sprake zijn”, aldus Van Rompuy. “Maar we moeten Dehaene alle krediet geven, hij weet wat voor ons niet door de beugel kan.” Ook voor Keulen zijn bepaalde zaken “no pasaran”.
“We moeten de rug recht houden en stemmen als er moet worden gestemd, maar op het einde van die stemming is er geen gesplitst BHV”, aldus nog Tobback. “En wat is het belangrijkste: een splitsing van BHV of tonen wie de rechtste rug heeft?”.
Waarna hij niet kon laten om op de dag van Parijs-Roubaix wat wielerjargon te gebruiken. “Ik ben voor de theorie van de flandriens. Als je je moet dubbel plooien om ervoor te gaan en een oplossing te vinden, plooi je dan dubbel en werk twee keer zo hard in plaats van met een rechte rug te staan en op het einde achterover te vallen.”
“En ik woon al 30 jaar als een echte flandrien in de Rand van Brussel, en ik zou graag mijn carrière eindigen met de splitsing van BHV. We zijn nu bijna op de piste in Roubaix. Ik ben klaar voor de spurt”, besloot Van Rompuy in dezelfde stijl.

Respect voor taalwetgeving

08Apr10

In 2007 paste ik als schepen van grondbeleid in Zaventem als eerste gemeente in Vlaanderen een gemeentereglement toe waarbij aan kopers van sociale kavels een taalvereiste werd gesteld. Het leverde de gemeente Zaventem een waarschuwende brief op van het United Nations Committee on the Elimination of all Forms of Racial Discrimination waarbij de UN stelde : “ The Committee is concerned that the Municipality of Zaventem, near Brussels, adopted a regulation restricting the acquisition of public lands to Dutch speakers or to persons committing themselves to learn it”. Ook de Europese Commissie stelde ons vragen of die taalvoorwaarde geen onrechtstreekse vorm van discriminatie inhield op vlak van nationaliteit en vrijheid van vestiging.
De gemeente Zaventem antwoordde uitvoerig op deze kritiek door o.m. te stellen dat deze maatregel kaderde in het sociale beleid van de gemeente waarbij gemeentelijke kavels aan de helft van de marktprijs ter beschikking werden gesteld van jonge gezinnen voor wie het wonen in eigen streek onbetaalbaar is geworden. Als tegenprestatie van deze financiële stimulus van de overheid vroeg de gemeente Zaventem een minimale kennis van de streektaal om in deze sociale verkaveling de sociale cohesie en de integratie te bevorderen. Op basis van Europese arresten (o.m. het arrest Groener over de kennis van de Ierse taal) verdedigde de gemeente Zaventem dat in een publieke verkaveling met sociaal oogmerk het niet onredelijk is een zekere kennis van de taal te eisen of een inspanningsverbintenis te vragen om de taal te leren omdat deze essentieel is voor de communicatiemogelijkheden tussen de burgers.
De toepassing van ons reglement leverde in de praktijk geen enkel probleem op en niemand van de 150 kandidaat-kopers diende een klacht in tegen deze taalvereiste. Ook van de Europese Commissie en de United Nations werd niets meer vernomen. De voogdijoverheid, m.n. de Gouverneur van Vlaams Brabant, uitte ook geen enkel bezwaar.
Het wezenlijk verschil met de huidige polemiek over de afspraken tussen sommige gemeentebesturen en private bouwpromotoren is dat het hier gaat over mondelinge afspraken die niet gebaseerd zijn op enige wettelijke regeling. De beoordeling van kandidaat-kopers gebeurt door een schepen of burgemeester op basis van niet-gedefinieerde criteria en heeft geen openbaar karakter. Dit opent de deur naar willekeur en arbitraire keuze over wie zich in een gemeente mag vestigen of niet. Ik lees dat burgemeesters in particuliere gesprekken nagaan of een kandidaat-koper bereid is zich te integreren en op basis hiervan oordeelt of hij een grond of woning mag kopen of niet. Waar is hier de openbaarheid van bestuur en de rechten van de koper of verkoper?
Er bestaat geen enkele wettelijke basis die stelt dat een gemeente mag voorstellen dat verkavelingen of woningen alleen mogen verkocht worden aan Nederlandstaligen. In het publiek domein, m.n. bij de verkoop van sociale woningen of kavels, kunnen volgens de Vlaamse Wooncode taaleisen worden gesteld maar niet in privéverkavelingen. “Screening “ van kandidaat-kopers zonder wettelijke basis en op louter informele basis zal ongetwijfeld stoten op wettelijke bezwaren en aanleiding geven tot juridische betwistingen. In Zaventem worden alle koopovereenkomsten van de gemeentelijke gronden goedgekeurd op de gemeenteraad en elk dossier ligt ter inzage voor het publiek.
De Franstaligen in de Vlaamse Rand zien hier weer een bewijs van discriminatie op basis van taal die niet is gestoeld op expliciete wetgeving. Grondwetspecialisten stellen dat taalvereisten inbouwen in decreten over privéverkavelingen ongrondwettelijk zullen worden verklaard. Daarom kunnen wij ons als Nederlandstalige gemeentelijke overheden in de Vlaamse Rand niet veroorloven schemerzones te laten bestaan die kunnen aanleiding geven tot juridische betwistingen die op termijn weer tot discussies leiden over de toepassing van de taalwetgeving. Hier worden geen “deals” over gemaakt.
Maingain en de Franstalige burgemeesters wachten op het moment dat de Vlaamse besturen de taalwetgeving niet respecteren of een veroordeling oplopen door het Grondwettelijk Hof om heel de taalregeling in de Vlaamse Rand op de helling te zetten. Met de onderhandelingen over BHV voor ogen zou dit een zware tactische blunder zijn.
Ikzelf voer al 30 jaar strijd in de Vlaamse Rand voor het behoud van het Vlaams karakter. Respect voor de taalwetgeving blijft onze grootste troef. We moeten daarom voorzichtig omspringen met ons taalbeleid dat helder, duidelijk en doorzichtig moet zijn. Het debat van de jongste dagen wijst uit dat we ook onder Vlamingen klaarheid moeten scheppen en ik reken hierbij op de Vlaamse regering die als voogdijoverheid geen schemerzones mag laten bestaan. En dat men ook eens ophoudt met het opbod om de strafste Vlaming te zijn. Op dat vlak heb ik van niemand lessen te ontvangen.

ERIC VAN ROMPUY   Opniestuk verschenen in De Standaard 8 april 2010

Reactie op Panorama-uitzending

06Apr10

Hierbij mijn reactie op de Panorama-uitzending van zondag over de Vlaamse Rand.

Voor mijn commentaar op Eén tijdens het TV-journaal, druk hieronder:

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/regio/vlaamsbrabant/100405_reacties_Rand

ZAVENTEM - Eric Van Rompuy,Vlaams parlementslid en Schepen van Ruimtelijke Ordening en Grondbeleid van Zaventem, zegt dat er in zijn gemeente geen mondelinge afspraken bestaan met privé-bouwpromotoren om nieuwe woningen bij voorkeur te verkopen aan Nederlandstaligen. Hij is bovendien van oordeel dat dit niet wettelijk is. Zaventem kent wel een gemeentelijk reglement waarbij een taalvereiste wordt gesteld bij de verkoop van gemeentelijke sociale kavels.
Dit reglement werd in 2007 in alle openheid en transparantie toegepast bij de verkoop van 75 gemeentelijke kavels in de verkaveling Haerenheide in Sint-Stevens-Woluwe. De verkopen werden unaniem (op de franstaligen na) door de gemeenteraad goedgekeurd en alle dossiers liggen ter inzage.Geen enkele van de kandidaat-kopers diende een klacht in.
Bij belangrijke privé-verkavelingen geldt volgens het grond-en pandendecreet sinds 2009 de verplichting om 10% te voorzien voor sociale kavels en het decreet “Wonen in eigen streek” geldt enkel in nieuw aan te snijden woonuitbreidingszones.
Het toekennen van verkavelingsvergunningen aan privé-promotoren afhankelijk maken van mondelinge afspraken of “gentlemens-agreements” tussen het gemeentebestuur en bouwpromotoren over wie de woningen of gronden mag kopen heeft geen wettelijke basis volgens Van Rompuy.
Zaventem heeft als enige gemeente in Vlaanderen de taalvereiste ingebouwd in haar gemeentereglement en hierdoor een wettelijke basis gelegd voor haar sociaal-en gemeentelijk grondbeleid.
Deze geldt evenwel niet voor privé-verkavelingen waar een gemeente over bouw-en verkavelingsvergunningen moet beslissen op basis van de wettelijke voorschriften (die niet voorzien in taalvereisten) en geen “deals” kan maken met bouwpromotoren die enkel berusten op mondelinge afspraken die niemand kan controleren en de basis kunnen leggen voor willekeur vermits er geen beoordelingscriteria bestaan en er geen openbaarheid is. Niets kan trouwens deze bouwpromotoren verplichten om hun afspraken na te komen en afgewezen kandidaat-kopers kunnen klacht indienen bij de rechtbanken tegen deze mondelinge afspraken.
De Franstaligen zullen hier weer een bewijs inzien van discriminatie op basis van taal die niet gestoeld is op expliciete wetgeving. We verwijten terecht aan de Franstalige Burgemeesters dat zij de decreten en omzendbrieven niet toepassen maar dan moeten de Vlaamse mandatarissen zich ook houden aan de wetgeving terzake.
Op dat vlak kan er geen sprake zijn van schemerzones die kunnen aanleiding geven tot juridische betwistingen die op termijn in het nadeel uitvallen van de Nederlandstalige gemeentebesturen- en inwoners. Het Vlaams karakter is het best gediend met een totaal respect voor de taalwetgeving in de Vlaamse Rand.
Deals maken hierover in bilaterale contacten met bouwpromotoren brengt de toepassing van de taalwetgeving in een grijze zone die zich op termijn tegen ons zal keren.
Van Rompuy stelt dat we met alle wettelijke middelen moeten ijveren om het Vlaams karakter van de Vlaamse Rand te vrijwaren en het Zaventems reglement zou moeten toegepast worden op alle gemeentelijke kavels in Vlaams Brabant. Ook zouden iniatitieven als Vlabinvest meer meer middelen en mogelijkheden moeten krijgen.

Paasinterview in Le Soir

03Apr10

Dit paasweekend heb ik een interview in LE SOIR:

            ERIC LE MILITANT FLAMAND RADICAL DE LA TRIBU VAN ROMPUY

Eternelle mouche du coche du CD&V, tombeur d’un gouvernement Tindemans et adversaire acharné du premier gouvernement Martens (1979), qui fera long feu, Eric Van Rompuy, moins célèbre que Herman, n’a pas la prudence de Sioux de son frère. Mais ils ont en commun le sens aigu de la tribu.

Vous êtes indissociables ?

EVR: Depuis qu’il occupe ses fonctions européennes, nous nous voyons plus rarement encore que lorsqu’il était chef du gouvernement. Entre Herman et moi, on n’a jamais cessé de parler politique. Toute notre vie a tourné autour de ce thème. Quand j’avais 12 ans, je devais déjà lui faire réciter le nom de tous les présidents américains. Dans le bon ordre chronologique. Moi, je suis économiste de formation. J’ai réalisé ma thèse sur l’intégration monétaire en Europe. Mais mon histoire et celle du pays ont orienté mon combat politique vers des thèmes plus communautaires. Et je constate que je suis perçu par les francophones comme le Flamand intransigeant, arrogant, obtus. Le Van Rompuy radical.

Vous niez ?

EVR: Je ne comprends pas. Quand je passe mes vacances en famille dans les Ardennes, à Herbeumont, je m’exprime en français. Un Flamand qui s’établit en Wallonie parlera naturellement le français. Pas les francophones qui, lorsqu’ils se rendent à la côte belge, estiment normal qu’on leur adresse la parole dans leur langue. Quand ils s’établissent dans la périphérie flamande, ils considèrent que tout le monde est censé la parler. Dans ma commune de Zaventem, tous les Flamands me disent bonjour dans la rue. Les francophones ? Ils me connaissent mais la plupart m’ignorent. Francophones et Flamands vivent dans ma commune et dans celles de la périphérie flamande des existences sociales complètement séparées. De nombreux francophones inscrivent leurs enfants dans des écoles néerlandophones à Bruxelles et puis votent, ici, en faveur de partis francophones. Comme s’ils vivaient dans un pays qu’ils n’acceptent pas…

Votre épouse est francophone…

EVR: Non, bruxelloise. Ses parents habitaient Molenbeek et ont pris le statut de francophones. Ses grands-parents parlaient le « brusseleir ». Viviane a étudié les langues germaniques à l’ULB et respecte autant le français que le néerlandais. Mais nous habitons en Flandre dont la langue officielle de l’administration est le néerlandais.

Revenons sur la périphérie. Elle a fait de vous un héros de la cause flamande, il y a plus de trente ans…

EVR: C’était en 1977. L’année du mariage de Herman et de Geertruy. Il était alors conseiller de Léo Tindemans, Premier ministre. Herman comme moi avons milité parmi les CVP Jongeren, dont tous les manifestes prônaient davantage d’autonomie pour les Régions. Les jeunes CVP, c’était la conscience du parti. En octobre, je me suis porté candidat à la présidence. Elu, mon discours d’investiture allait faire voler en éclats le Pacte d’Egmont, une avancée communautaire inacceptable pour la Flandre. L’opposition des jeunes allait créer un schisme au sein du CVP. L’accord proposait aux francophones des six communes à facilités et de sept communes flamandes dont la mienne, de Woluwe-Saint-Etienne (dites Sint-Stevens Woluwe) des droits d’inscription dans une commune bruxelloise. C’était inacceptable. Antoinette Spaak, présidente du FDF, huée à chaque congrès des jeunes – qui entonnaient « Antoinette, niet ! » – a écrit une lettre à Tindemans, devenu en 1979 président du CVP sous le premier gouvernement Martens : elle le priait de me faire taire. J’avais osé déclarer que le gouvernement devait se débarrasser du FDF. Tindemans n’a pas cédé. Et le premier gouvernement Martens a fini par tomber à son tour. Mme Spaak a toujours manifesté une certaine admiration pour mon frère. Mais ne lui parlez pas de moi : elle m’en veut toujours…

Pourquoi ce combat ?

EVR: Ma famille s’est établie en 1949 à Woluwe-Saint-Etienne (dites Sint-Stevens Woluwe) située sur la frontière linguistique. En 1931, elle comptait 5 % de francophones et avait été rattachée à la Flandre. Depuis la fusion, elle fait partie de Zaventem. Unilingue et sans facilités. Deux ans avant notre arrivée, il y eut un recensement linguistique. S’il révélait que le nombre de francophones était supérieur à 30 % dans une commune, elle retournait à la région bruxelloise. Ce fut le cas d’Evere, de Ganshoren et de Berchem. Depuis, on a fixé la frontière linguistique de 1963 : ce principe de territorialité doit être accepté…

Au risque de voir s’étendre la tâche d’huile francophone ?

EVR: Lors de l’élection du conseil de l’Agglomération, en 1971, le FDF a remporté la majorité des sièges. Bruxelles devenait une ville dominée par la francophonie : c’était la période de gloire des bourgmestres FDF : les Outers, Defosset, Lagasse, Persoons, Serge Moureaux… Ils avaient tous l’ambition de conquérir la périphérie. La francisation de Crainhem, Wezembeek s’est accélérée. A Dilbeek, à Zaventem, les francophones se sont installés, de plus en plus nombreux. Nous avons toujours considéré que ce combat en faveur du caractère flamand de la périphérie était capital.

Nous ?

EVR: Oui. Toute une génération d’hommes politiques flamands. Jean-Luc Dehaene s’est aussi opposé au pacte d’Egmont. Comme mon frère. Beaucoup de Flamands ont réalisé qu’ils avaient trop concédé : la francisation de la périphérie se développait beaucoup plus vite dans les communes à facilités que dans celles où elles n’existaient pas. Faire exploser la frontière linguistique, c’est faire exploser la Belgique.

Vous approuvez la décision prise cette semaine par Geert Bourgeois, le ministre N-VA de l’Intérieur, de ne pas nommer les trois bourgmestres de la périphérie bruxelloise…

EVR: Tout le gouvernement flamand approuve cette décision…

Son timing aussi ?

EVR: Il est plus discutable. Cette décision n’avait aucun caractère d’urgence. Marino Keulen, auquel Geert Bourgeois a succédé, avait procédé de la même manière en novembre 2008 au moment du démarrage des négociations de communauté à communauté. A l’époque, Olivier Maingain, encore lui, avait utilisé ce prétexte pour faire capoter le dialogue institutionnel. Le moment choisi par Geert Bourgeois, c’est évidemment du pain bénit pour lui : le FDF ne veut pas de négociations sur la scission de BHV. On assiste aujourd’hui au même scénario. Geert Bourgeois et la N-VA ne veulent pas, eux non plus, de négociations. Et le FDF ne veut pas de scission. Ce sont des « alliés objectifs », tous deux en faveur du statu quo. Sur le timing, le CD&V n’est pas sur la même longueur d’onde.

Mais sur le fond ?

EVR:  Que les francophones ne se fassent aucune illusion : tant que ces bourgmestres ne respecteront pas les décrets et les circulaires flamands, ils ne seront pas nommés.

Lorsque le président du FDF qualifie ces pratiques de « dignes de l’Occupation allemande (…) où l’on désignait les bourgmestres parce qu’ils étaient les alliés de l’occupant »…

EVR: C’est inacceptable. J’ai constaté qu’Elio Di Rupo, Philippe Moureaux et Joëlle Milquet ont d’ailleurs réagi de la même manière. Ce type de propos est indigne d’un homme politique. J’étais un jour invité, voici plusieurs années, à un débat avec Olivier Maingain. J’avais comparé l’annexion des six communes à facilités à Bruxelles à un « Anschluss ». Mes propos ne référaient ni à la guerre ni à la période nazie. Mais je me suis excusé. C’était un lapsus, un pont trop loin. Philippe Moureaux aussi a un jour traité Luc Van de Brande, ministre-président flamand à l’époque de « Gauleiter » – terme désignant le chef d’une branche régionale du parti nazi. En précisant ensuite que c’était ironique et qu’il n’avait pas eu la moindre intention de blesser. Il y a des mots qui peuvent vous échapper… Mais ici, Maingain les a répétés, persiste et signe. Avec agressivité. Il veut pourrir le climat, rien de plus, histoire d’organiser des élections législatives sans la scission de BHV. Pour lui et le FDF, ce serait une victoire éclatante. Et le rêve de Bart De Wever, le président de la N-VA, ce sont des élections anticipées, sans réforme de l’Etat. Il en recueillerait les fruits électoraux. D’où la sortie de Geert Bourgeois.

Vous avez été mis au courant ?

EVR: Ni moi ni le groupe CD&V du Parlement flamand…
                    N’y voyez donc pas une manoeuvre de mon parti.

Jean-Luc Dehaene a-t-il encore une chance de réussir, après ces nouvelles turbulences communautaires ?

EVR: Une partie de la réponse dépendra du MR : Reynders suivra-t-il Maingain ou non ? Mais la solution paraît de plus en plus difficile. La semaine qui vient de s’écouler a en tout cas été désastreuse pour le climat communautaire.

Vous êtes abonné au « Gordel », cette promenade autour de Bruxelles qui veut réaffirmer le caractère flamand de la périphérie ?

EVR: Je fêterai mon trentième cette année…

En arrachant les autocollants que les belgicains apposent sur le parcours ?

EVR:: ils doivent savoir qu’ils sont en territoire flamand, c’est tout…

On vous sent libéré depuis que votre frère a quitté la scène nationale.

EVR: Quand Herman est devenu Premier, la presse a souvent mis dans sa bouche certaines de mes déclarations. Alors, c’est vrai, je me suis imposé un devoir de réserve. Mon rôle était secondaire par rapport à sa fonction. Je n’allais pas tout de même lui créer des problèmes.

Il a été près de quitter la politique…

EVR: En 2003, lors de la défaite du CVP, la perspective d’un retour au pouvoir semblait si éloignée. Herman ne se sentait plus vraiment chez lui au sein du parti où une nouvelle génération se mettait en place. Martens était parti, Dehaene aussi. Il était le dernier de cette génération et avait perdu sa motivation. Je l’ai un peu « reboosté » mais, intellectuellement, il n’a jamais vraiment abandonné la politique. Mais je n’aurais pas imaginé un tel retour. Il a le sens de l’écoute, l’art de l’analyse et de la synthèse. Moi, j’ai une autre personnalité, j’ai assumé d’autres rôles. Je suis un militant.

Dirk Vanoverbeke LE SOIR 3-4 april 2010

- 1 / 2 - volgende pagina

Recente artikels

Links

Categorieën

Maandelijks archief

Syndicatie