28Feb10
Na 10 jaar discussie is er eindelijk een akkoord over de lawaaihinder rond Zaventem. Zelden is een dossier zo verknoeid door de politiek als dit. De opeenvolgende ministers Durant, Anciaux en Landuyt hebben met hun opeenvolgende concentratie- en spreidingsplannen het maatschappelijk draagvlak van de luchthaven totaal ondermijnd. Elke zone had zijn eigen actiegroep en poogde zijn gelijk te halen via politieke druk en – als dat niet lukte - zelfs via gerechtelijke uitspraken.
Het is de verdienste van Etienne Schouppe dat hij het afgelopen jaar met experten van de luchthaven - ver weg van de actiegroepen en de Brusselse Regering - oplossingen heeft gevonden die maximaal rekening houden met de veiligheid, technische haalbaarheid, historisch baangebruik en rechtvaardige spreiding. Dit akkoord zal nog steeds op kritiek stuiten van sommigen maar op een bepaald moment moet het beleid beslissen. Dat heeft Schouppe gedaan en het is de verdienste van de Regering Leterme dat de discussie die begon in 2000 met de nefaste maatregelen van Durant nu is beslecht. Uit de eerste reacties blijkt dat iedereen is opgelucht dat er eindelijk een regeling is die de basis kan vormen voor de verdere ontwikkeling van de luchthaven waarbij rekening wordt gehouden met de leefkwaliteit van de omwonenden.
Schouppe heeft ervaring met delicate dossiers van infrastructuur. In de jaren tachtig heeft hij als spoorbaas samen met de toenmalige Minister van verkeer Dehaene ook zware contestatie gekend met de beslissingen over het TGV-tracé tussen Halle en Leuven. Herinnert u zich nog de uitspraken van Tobback (“ik zal mij voor de sporen werpen”) , Willy Kuypers in Herent (“over mijn lijk”) en Francis Vermeiren (die als Burgemeester een tunnel eiste voor de TGV op Zaventems grondgebied)? Zelfs Karel Van Miert was openlijk tegen. Na al die jaren spreekt niemand nog over geluidshinder van de TGV. Integendeel is iedereen blij met deze realisatie en alle gemeenten op de spoorlijn tussen Halle en Leuven kregen intussen nieuwe treinstations tot grote fierheid van hun “beruchte” Burgemeesters.
Zoals over Zaventem heeft de discussie over de Lange Wapper ook 10 jaar geduurd. Ook hier moet er beslist worden. Het compromisvoorstel van een Lange Wapper met een tunnel en brug ter hoogte van het Sportpaleis lijkt mij een aanvaardbaar tracé waarbij de essentie van het BAM-tracé en de Oosterweelverbinding wordt behouden. Patrick Janssens heeft na 10 jaar debat woordbreuk gepleegd en het project afgeschoten dat door zijn eigen peetvader Steve Stevaert is gestart. Hij zal moeten inbinden en bereid zijn tot een compromis. Op zoek gaan naar dure en technisch onhaalbare alternatieve tracés is tijdverlies en biedt geen oplossing voor de mobiliteitsproblemen van Antwerpen.
Kris Peeters moet zich spiegelen aan de daadkracht van een Etienne Schouppe. Zolang over de Lange Wapper niets is beslist zal de Vlaamse Regering in een crisissfeer blijven werken. Als sp.a haar electorale positie in Antwerpen belangrijker vindt dan de realisatie van het belangrijkste infrastruuctuurwerk uit de jongste Vlaamse geschiedenis moeten de socialisten hieruit maar de nodige conclusies trekken. Een Regering moet besturen en beslissingen nemen. Daarvoor is ze aangesteld. Toen Louis Tobback in 1988 minister werd in de Regering Martens hebben we hem ook nooit meer gehoord over de TGV en hij heeft daarna nog vele verkiezingen gewonnen.
Wie bang is om zijn verantwoordelijkheid te nemen verliest altijd. Een les voor Patrick Janssens. Kijk naar het duo Dehaene - Schouppe: zij hebben vaak zware beslissingen genomen en zijn er politiek nog altijd. Dat is deze week nogmaals gebleken.
28Feb10
In de Commissie Economie in het Vlaams Parlement was er deze week een interessant debat over de toekomst van het industriebeleid in Vlaanderen.Bart Haeck bracht hierover het volgende verslag uit in de TIJD Weekend.
‘Ik wil een vraag over al deze vragen stellen’, zei Vlaams Parlementslid Eric Van Rompuy donderdagnamiddag plots in de commissie Economie van het Vlaams Parlement. Lode Vereeck (LDD), Lydia Peeters (Open VLD), Chris Janssens (VB), Bart Van Malderen (sp.a) en Robrecht Bothuyne (CD&V) hadden minister-president Kris Peeters net verzocht uit te leggen hoe dat nu zat met Vlaamse steun voor nieuwe modellen bij Ford Genk.
Van Rompuy, van 1995 tot 1999 Vlaamse minister van Economie, merkte op dat iets aan het veranderen is. Enkele jaren geleden werd het in het Vlaams Parlement zelfs niet toegestaan dat vragen werden gesteld over overheidssteun aan individuele bedrijven. En wat Ford Genk betreft, zei hij, gaat de discussie over de mogelijke komst van drie nieuwe modellen. Die zijn belangrijk voor de toekomst van het bedrijf, maar het gaat tot nader order niet over een Opel-scenario.
Hangt protectionisme in de lucht? Nogal wat politici vrezen van wel. Sinds de financiële crisis hebben de meeste regeringen hun nationale banken gered. En daarna barstte in Europa een schaduwgevecht los over staatssteun aan bedrijven als Opel. Waar eindigt dat, vragen Vlaamse politici zich af. Want als buurlanden als Duitsland en Frankrijk de kraan met staatsgeld blijven opendraaien, kan Vlaanderen nooit op niveau meespelen.
Niet dat de Vlaamse regering het niet wil proberen. Dat laat zich het best zien in de plannen om overheidssteun te geven voor de ontwikkeling van een elektrische auto. Peeters wil zo’n ‘groot project’ als voortrekker en als voorbeeld voor bredere plannen als Vlaanderen in Actie. Het zou meteen toestaan ook de link te leggen met ontwikkelingen voor betere batterijen of materialen.
De filosofie achter dat plan is nieuw. Voor het eerst in jaren heeft de Vlaamse regering weer de ambitie zelf te bepalen in welk soort bedrijfsactiviteit ze geld wil investeren. Zo is er bij heel wat werkgevers ook ongerustheid over de opdracht die de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI) kreeg om ‘regiegroepen’ uit te werken. Daarmee moet ze het kader schetsen waarin Vlaanderen innovatie bij voorkeur wil stimuleren. Peeters reageerde al dat hij niet van plan is een ‘etatistisch’ beleid te voeren.
In dezelfde lijn ligt de staten-generaal voor de industrie. Ook daar heerst de discussie over hoe ver de Vlaamse overheid kan gaan om een deel van de economie een duw in de rug te geven. De bedoeling lijkt vooral te focussen op die fabrieken waar ook een onderzoekscentrum aan verbonden is. En een laatste voorbeeld van de nieuwe benadering ligt in de clusters van Vlaanderen in Actie, zoals het Medisch Centrum Vlaanderen. Dat moet de koepel worden boven projecten in medische innovatie.
Qua filosofie is dat een ommekeer. Eric Van Rompuy legt uit hoe in 1987, onder Gaston Geens (CVP), de Vlaamse regering voor 375 miljoen euro ‘expansiesteun’ gaf, een subsidie voor investeringen. Onder zijn bewind als minister van Economie werd dat afgebouwd tot de helft. Toen paars-groen aan de macht kwam, werd het nog strenger. Investerende bedrijven kregen de steun niet meer automatisch, maar moesten in een wedstrijdformule naar een brok uit het kleinere budget dingen. De impact op sectoren en investeringen nam daarmee af. Tegelijk trok de Vlaamse regering zich ook uit terug uit de zogenaamde ‘nationale sectoren’, zoals textiel en staal.
Bovendien nam het zogenaamde flankerend beleid een hoge vlucht. Een onderneming kreeg niet langer subsidies omdat ze een textielbedrijf was of tot de juiste sector behoorde, maar omdat ze geld uittrok voor opleiding of voor milieuvriendelijke technologie. De expansiesteun ging uiteindelijk helemaal op in de ecologiepremie. De overheid investeerde niet langer in bedrijven en machines, maar in vaardigheden van werknemers en in groene technologie.
Die opleidingssteun heeft overigens het voordeel zowel wortel als stok te zijn. Als een bedrijf saneert, kan de Vlaamse overheid doorgaans ook een deel van de opleidingssteun terugvorderen of blokkeren. Dat laatste gebeurde gisteren overigens voor Carrefour.
Donderdagnamiddag kwam Carrefour overigens al ter sprake in de commissie Economie van het Vlaams Parlement. Want nu de Vlaamse overheid in het kapitaal van KBC zit, weer een sectorbeleid op poten zet en aan een overheidsinstelling vraagt de regie voor innovatie over te nemen, rijst de vraag wat de grenzen van die overheidssturing zijn.
Van Rompuy waarschuwde alvast voor te hoge verwachtingen voor de Vlaamse overheid als redder en regisseur van de economie: ‘Straks moeten we de bevolking gaan uitleggen waarom we Carrefour niet redden.’
© 2010 Mediafin
25Feb10
In het Vlaams Parlement kwam ik deze week tussen tijdens de vragen over het inschrijvingsbeleid van de nederlandstalige scholen in Brussel en de treinramp in Buizingen.
De heer Eric Van Rompuy:
40 jaar terug zei de toenmalige socialistische burgemeester van Antwerpen Lode Craeybeckx : “Vlaanderen laat Brussel niet los!” Dat was de tijd van de ‘liberté du père de famille’. Hierdoor zijn vele Nederlandstalige kinderen in het Franstalige onderwijs terechtgekomen en verfanst. Nu zitten we in een andere historische situatie. Het Nederlandstalig onderwijs bloeit meer dan ooit maar Vlaamse ouders in Brussel kunnen hun kinderen niet meer naar een Nederlandstalige school sturen. Als we de cijfers mogen geloven, verkeert er een duizendtal ouders in dat geval.
Dat is een belangrijk moment. Het is in Brussel natuurlijk de bedoeling niet alleen om onderwijs te geven maar ook om onderwijs te geven in onze taal. De mensen die naar ons onderwijs komen, moeten ook in die taal worden onderricht. Daarvoor hebben we de gemeenschapsvorming in het onderwijs en de Nederlandstalige taal-en cultuur. De bedoeling is toch dat we als Vlamingen in Brussel aanwezig blijven en dat onze eigen kinderen daar naar school kunnen gaan in onze taal.
Ik ben lid van een schoolraad van een Brusselse school in Sint-Pieters-Woluwe. Ik hoor van sommige collega’s van VLD en Groen dat het geen probleem zou geven als 70 tot 80 percent van de ouders niet Nederlandstalig zijn. Dat is niet juist. De heer Vandenbroucke, hier aanwezig, heeft het meermaals gezegd. En hij had het niet alleen over onderwijs maar ook over werk: taal is essentieel, ook in een opvoedingsproject. Als in een school 70 tot 80 percent niet-Nederlandstalig is, dan vormt dat een probleem, niet alleen voor de leerlingen maar ook voor de leerkrachten. Ik woon in een randgemeente, waar ik vaststel dat die problematiek zich in een aantal lagere scholen voordoet.
Ik vind het een belangrijke problematiek. Capaciteitsuitbreiding is een andere discussie. Ik steun de xcollega Delva daarin. Maar dat is een ander debat. Maar nu, minister, moeten wij een oplossing vinden voor die aanmeldings- en inschrijvingspolitiek. Wij kunnen in Vlaanderen niet verantwoorden dat wij zwaar investeren voor een onderwijs in Brussel waar uiteindelijk onze taal niet meer de onderwijstaal zal zijn. Want zo gebeurt het. Ik zie de twee dames van VLD en Groen daar vooraan het hoofd schudden, zij lijken te zeggen dat taal geen element is van de kwaliteit van het onderwijs. Wel, ik denk dat u niet goed weet wat er zich op dit ogenblik in heel wat Brusselse scholen afspeelt. Ga eens naar Evere of Molenbeek.
Voorzitter, ik vind dit een belangrijk debat over onze aanwezigheid in Brussel en over taal als instrument van opvoeding. Ik steun de vraag van de heer Delva volledig. Maar ik vraag ook aan u, minister Pascale Smet, dat u er iets aan doet want deze problematiek wordt becht problematisch op het terrein als de toestand niet verbetert.
De heer Eric Van Rompuy over de treinramp in Halle en de verklaring hierover door de Minister-president: “een zwarte dag voor Vlaanderen”.
Mijnheer Van Eyken, met deze actuele vraag insinueert u eigenlijk dat de minister-president Peeters door te stellen dat het ongeluk in Vlaanderen heeft plaatsgevonden niet solidair zou zijn met de Franstalige slachtoffers . U bekijkt alles vanuit een communautaire invalshoek. U probeert een dramatische situatie om partijpolitieke redenen te exploiteren. U bent een FDF’er die allen erop uit is de Vlamingen te discrediteren.
Ik vind uw vraag aan de minister-president zeer persoonlijk en pijnlijk. U wekt de indruk dat hij niet solidair zou zijn met alle slachtoffers. Ik betreur dat u deze actuele vraag op deze manier in het Vlaams Parlement hebt gesteld. (Applaus bij CD&V, de N-VA, het Vlaams Belang en LDD)
21Feb10
Dit jaar geen sneeuwvakantie in Adelboden maar een citytrip naar Londen. Door het ongeval in Buizingen reed de Eurostar niet tussen Brussel-Zuid en Lille maar via speciaal ingelegde autobussen tot Rijsel en de Kanaaltunnel kwamen we toch veilig (en dat is het voornaamste dezer dagen) ter bestemming.
London bezoeken met Heidi en Viviane is steeds een feest. Er stonden weer twee musicals op het programma: Hairspray in the Shaftesbury Theatre en Sister Act in the London Palladium Theatre. Stampvolle zalen met veel jonge mensen en een razend enthousiast publiek.
Heidi heeft ons in de ban van het musicalgebeuren gebracht en daarom ben ik ook ingegaan op de vraag van Geert Allaert om lid te worden van de nieuwe raad van bestuur van Musical van Vlaanderen. Allaert haalde zijn inspiratie in Londen en was met “Les Misérables” in de jaren negentig de pionier van de musical in Vlaanderen. Hij heeft een onwrikbaar geloof in het genre en biedt een nieuwe generatie van podiumkunstenaars een kans.
Dinsdag is het startfeest van de nieuwe Musical van Vlaanderen in Capitole Gent en worden de nieuwe producties voorgesteld: Notre Dame de Paris, Tell me on a Sunday, Oliver, Dans der Vampieren, La Bohème en Spamalot. Vlaanderen krijgt hiermee de kans musicals te leren kennen die in het verleden niet konden gebracht worden. Krijgen Antwerpen en Gent dezelfde musicalcultuur als Londen? Het zou Vlaanderen sieren.
Ik was in de jaren ’70 vaak in Londen. Ik studeerde in die tijd aan de universiteit van Manchester en volgde enkele seminaries aan The London School of Economics. Ik promoveerde in 1975 aan de K.U.Leuven met een proefschrift (o.l.v. prof.Theo Peeters) over: “ Groot-Brittannië en de Europese monetaire integratie. Een onderzoek naar de gevolgen van de Britse toetreding op de geplande Europese Monetaire Unie”. Ik verdedigde in die tijd de stelling dat de Britten alle belang hadden om zich in te schrijven in het economisch en monetair integratieproces om oplossingen te vinden voor hun economische problemen. De spelregels van de EMU zouden het V.K. de discipline kunnen opleggen waar het zelf niet toe in staat was.
Meer dan 35 jaar later is het Britse pond nog steeds niet in de euro opgegaan en blijft het V.K. zijn eigen koers varen. Ik las in The Daily Telegraph dat het Britse begrotingstekort met 12,8% zelfs hoger ligt dan in Griekenland en dubbel zo hoog als in België. Economen discussiëren er over het tempo van de noodzakelijke sanering maar voelen niet de druk van de euro. Ze mikken in tegenstelling met de Eurolanden op een halvering van het deficit tegen 2015 terwijl de eurozone de ambitie heeft om dan terug in evenwicht te zijn. De president van de EU moet er bijgevolg niet op rekenen dat ze in London spoedig de euro zullen invoeren. Mijn doctoraat blijft nog steeds actueel en de Britten zijn sinds 1975 duidelijk niet veranderd.
Terug in België nam ik de kranten door over de ramp in Buizingen. Iedereen geeft elkaar de zwarte piet door. Niemand acht zich nog verantwoordelijk. Dat was ook zo met de rellen in Brussel, met de ontsnapte gevangenen, de toestand van onze wegen, het Fortis-dossier, de werking van politie, justitie en financiën. Triestig en ontmoedigend. Deze generatie politici en bewindvoerders heeft gewoon geen methode van werken meer om problemen op te lossen en denkt hierbij nooit op termijn. Gouverner, c’est prévoir. De ambitie schijnt niet verder te gaan dan enkele quotes in de media en ballonnetjes op te laten over zijgaaien of zgn. “ideeën” die niet verder reiken dan het laatste interview.
Als je een paar dagen uit het land bent en je tracht de “nieuwsachterstand” wat op te halen, valt dit nog meer op: dit land blijft ernstig ziek en met de problemen die op ons afkomen vind ik dit beangstigend. Moet de politiek niet terug naar haar essentie nl. de nobele kunst van het besturen?
14Feb10
Het blijft wennen om Herman als Europees President te zien naast Sarkozy, Merkel en Barroso. Maar in zijn optreden bleef hij volkomen zichzelf. Het is nooit zijn aard geweest om zich op de eerste rij te wringen op politieke bijeenkomsten of recepties. “Van Rompuy op de tweede rij achter de staatshoofden” titelden sommige kranten. Verhofstadt zou wellicht ostentatief twee meter voor Sarkozy en Merkel hebben gelopen om te tonen dat hij de baas is, maar zo zit Herman niet in elkaar. Integendeel: hij wordt liever gevraagd om vooraan plaats te nemen. Dat siert hem en beschouw ik veeleer als een compliment dan als een vernedering zoals ik in een (Vlaamse) krant moest lezen.
Zijn eerste top was een enorm moeilijke evenwichtsoefening om een akkoord te vinden over de aanpak van het Griekse probleem. De geloofwaardigheid van de eurozone stond op het spel. Voor Herman telt het resultaat en niet wie hiervoor de pluimen op zijn hoed mag steken. Volgens de meeste insiders is hij geslaagd in zijn opdracht. In De Tijd weekend lees ik hierover: “Van Rompuy nam een groot risico op de top. Een mislukking had hem niet alleen monddood gemaakt als voorzitter van de Europese Raad maar ook de geloofwaardigheid van de eurozone fel aangetast. En was er van zijn ambitie om meer coördinatie in de Europese Unie en de Europese Raad op termijn te doen uitgroeien tot een economische Europese regering nooit iets in huis gekomen. Van Rompuy is niet de lakei van Frankrijk en Duitsland maar hij werkt stap voor stap. Als hij nu veel leiderschap en ambitie toont, en hij wordt niet gevolgd, waar staat hij dan?”
Sommige journalisten (o.m. Paul Goossens) zijn meer bezig met de vraag “wie is de baas van Europa” dan met de oplossingen die worden gegeven. Herman is echt niet bezig met machtsverhoudingen maar hij zal ervoor zorgen dat het Europees systeem werkt en tot besluitvorming komt.
Wie dezer dagen bewijst geen goede keuze te zijn als Europese President is Guy Verhofstadt.
Waarom moest hij enkele dagen voor zijn eerste Top een open brief aan Herman schrijven met als boodschap “het gaat slecht met Europa”. In Le Monde ging hij dan weer de Fransen schofferen (“quelque chose de pourri en France”). In de Ochtend op Radio 1 vrijdag jl. noemde hij de Top een “totale mislukking”, de methode van doelstellingen voor Europa 2020 totaal achterhaald en voorspelde hij het einde van de euro als er geen sancties komen op het niet-nakomen van de objectieven van het Europees economisch beleid.
Verhofstadts provocatieve stijl en open debatcultuur en zijn “visionair” voluntarisme hebben in de Belgische politiek de boodschap totaal ondergeschikt gemaakt aan de feitelijke realisaties en hierdoor de geloofwaardigheid van de politiek zwaar ondermijnd. Hij tracht nu op Europees vlak dezelfde stijl te hanteren maar zoals de Franse minister Kouchner zei: “le ridicule ne tue pas”.
Ook in de Belgische politiek is de paarse open debatcultuur terug. Laurette Onkelinx legt in DS en Le Soir een Saint-Amour liefdesverlaring af aan Yves waarin ze resoluut stelt: “ Nood breekt wet. Faisons un pact comme après guerre.” Bij nadere lectuur blijkt het om niet meer te gaan dan oude socialistische ideëen zoals meer middelen voor de sociale zekerheid door o.m. hogere belasting op kapitaal, milieutaksen, fraudebestrijding, milieubelastingen, meer belasting op de hogere inkomens.
Geen woord over besparingen in de sociale zekerheid (kinderbijslagen, ziekteverzekering, werkloosheid), een tijdelijke inkomensstop of een wijziging van de financieringswet van gemeenschappen en gewesten. Ook niets over een overheveling van sociaal-economische hefbomen naar de deelstaten (o.m. arbeidsmarktbeleid, vennootschapsbelasting) of responsabilisering van de gewesten en gemeenschappen.
Binnen een week spreekt hier niemand meer over maar Laurette heeft weer een mooie scoop gehad in de media.
Quickie kan natuurlijk niet achterblijven. Deze man is al enkele jaren minister van Economie en komt in volle economische recessie en massaal jobverlies in het nieuws met de afschaffing van dokterbriefjes, het invoeren van electronische maaltijdcheques en zijn twittergedrag. Zijn boodschap als verantwoordelijke economie-minister luidt: “Als je failliet gaat, begin je toch gewoon opnieuw”. Het doet denken aan vroegere Mathot-verklaringen. Q is nooit volwassen geworden en zal altijd een politiek “kind” blijven.
Wie zich aan dit alles ongetwijfeld ook dood ergert is Frank Vandenbroucke. Zijn sérieux staat haaks op de Q-cultuur. Hij durft de zaken benoemen en stelt ook concrete alternatieven voor: geen sociale hervorming zonder institutionele hervorming, de middengroepen zullen meer moeten betalen voor dienstencheques, activeringsbeleid van werklozen, een saneringsinspanning die hoger ligt dan in de jaren negentig. In zijn eigen partij heeft hij het Cassandra-imago dat ook Herman had in de oppositiejaren van CD&V. Comebacks zoals Herman zijn evenwel uitzonderlijk in de politiek. De plaatsen aan de top bij sp.a zijn nu ingenomen door Gennez, Crombez, B.Tobback, Lieten en P.Smet en zij kunnen zijn voorstellen missen als kiespijn.Voor Frank is er geen plaats meer in de herberg. Als een generatietrein binnen een partij vertrokken is, kan je er zelf niet meer opspringen tenzij men je echt nodig heeft. Herman was in dat geval en als zich dit bij sp.a zou voordoen, wordt het ongetwijfeld Vande Lanotte. Frank komt niet meer terug. Hij maakt zich best geen illusies.
Terwijl Herman zijn eerste Europese top voorzat, sprak ik (in alle bescheidenheid) voor OKRA-Kalmthout voor 150 senioren over BHV. Bij het terugrijden, geraakte ik verstrikt in de files op de Antwerpse Ring ter hoogte van het Sportpaleis. Ik dacht in het lange wachten aan BHV en BAM : na het Krokusverlof moeten hierin beslissingen vallen. Het worden spannende weken.
Vijf jaar terug (op 15 februari 2004) begon ik mijn eerste blog BE FREE met volgende waarschuwing:
“De maand maart wordt ongetwijfeld een gevaarlijke maand voor de Belgische politiek. In de jaren zeventig en tachtig vielen enkele regeringen van Martens en Tindemans bij het begin van de lente. In het toneelstuk van Shakespeare waarschuwt een waarzegger Julius Caesar voor de iden van maart ( “Beware of the ides of March”).”
Yves en Kris zijn hierbij gewaarschuwd en de iden vallen in de Wetstraat zoals in het oude Rome nog steeds op 15 maart. BHV en BAM: het zijn maar drie letters maar ze zijn explosieven voor de Belgische en Vlaamse politiek. Bestaan er nog haalbare compromissen? Ik heb er mijn twijfels over maar ik behoor waarschijnlijk tot de generatie van de Cassandra’s…
07Feb10
De periode van “Sancto Subito” van de “heilige” president Herman is voorbij. “Gedaan met de Rustige Vastheid. Schiet in gang!” roept de CD&V- Jongerenvoorzitter Pieter Marechal. Een groep jonge politici van diverse partijen smeken om actie en willen “standvastige rusteloosheid”: “grijp in, al doet het pijn”.
Zelfs vice-premier Vanhengel wordt samen met Alexander Decroo “onrustig” van de Rustige Vastheid. Nu Herman weg is in de Wetstraat 16 is het motto: eindelijk aan het werk!
Een groot probleem: verder dan enkele kreten over besparen en langer werken komt men niet.
De woordvoerder van de jonge generatie 20’ers en 30’ers S.PA’er John Crombez is, na een aantal jaren kabinetchef te zijn geweest van Vandelanotte en Freya VDB, nu de grote man van de budgettaire discipline in de Wetstraat maar staat in de eerste rij om de sale-en-lease-backoperaties van de paarse Regeringen te verdedigen die in de komende 25 jaar de federale begroting zullen bezwaren met meer dan 500 miljoen euro… Ook vond Crombez enkele maanden terug dat de Regering Van Rompuy te weinig relancemaatregelen nam en pleitte hij voor een volkslening om massaal publieke investeringen te financieren en hierdoor de staatsschuld fors te doen toenemen. In de Vlaamse begroting moet er volgens Crombez ruimte komen voor 25.000 bijkomende plaatsen in de kinderopvang. Nergens heb ik in zijn voorstellen één besparingsmaatregel kunnen bespeuren tenzij zijn verzet tegen de aankoop van een nieuw gebouw voor de Kamer maar daar was hij niet op de hoogte dat zijn collega Landuyt dit had goedgekeurd en achteraf moest hij toegeven dat hij dit dossier totaal verkeerd had ingeschat.
Ik stond destijds zelf ook op de barricade als CVP-Jongerenvoorzitter tegen de hoge begrotingstekorten (toen 12% van het B.N.P.) maar wij waren concreet en durfden op CVP-partijcongressen en - besturen ingaan tegen de partijleiding. Zelfs Jef Houthuys en Willy D’Have riepen mij toen op het matje over voorstellen als privatisering van kleine risico’s in de ziekteverzekering, het koppelen van het kindergeld aan de hoogte van het inkomen, tijdelijk geen indexaanpassingen van de lonen van de ambtenaren en de sociale uitkeringen en indexsprongen in de privé-sector om de concurrentiekracht te herstellen, enz. Het waren toen heilige huisjes maar ze zetten de regeringen Martens onder druk om achteraf echte besparingen door te voeren. Nu wordt wat vrijblijvend gefilosofeerd maar zonder enig politiek risico. “Als ge bijt moet ge vlees hebben” zei Jan Verroken mij ooit. Die raad wil ik op mijn beurt aan Jong CD&V meegeven.
Ik lees dit weekend in De Tijd een interessante suggestie van Urbain Vandeurzen, gewezen Voka-voorzitter en topman van softwarebedrijf LMS : “ Met de 500 miljoen euro steun die Vlaanderen veil heeft voor de redding van Opel Antwerpen kan je in een klap het jaarbudget van het IWT ( Agentschap voor Innovatie, Wetenschap en technologie) verdubbelen en de innovatie van de bedrijven in Vlaanderen een enorme impuls geven”. Toen ik dat vorige week ook stelde in mijn Dagboek en Het Nieuwsblad, kreeg ik heel de Vlaamse Regering over mij maar waar bleven de jongeren uit de VLD, CD&V, S.PA, N.VA? Is het niet hoogtijd om te stellen dat er nu resoluut moet geïnvesteerd worden in sectoren die toekomst hebben in Vlaanderen?
Waar ik mij ook aan erger is de steekvlampolitiek die deze week weer in de Wetstraat is opgedoken. De brand in Luik en binnen de 48 uur pleit Reynders voor een verplichte brandverzekering in elk gebouw in België. Volgens verzekeraars is dit voorstel evenwel onuitvoerbaar.
Over de toestand in Brussel was er een opbod over nultolerantie, snelrecht, politiezones, jeugdinstellingen, maatregelen tegen spijbelen en jeugdwerkloosheid, zelfs boot camps. Iedereen ging in de clinch met iedereen. De beledigingen vlogen in het rond: ” faits divers, brugpensioen, zeveraar, etc”. Vlamingen en Franstaligen stelden nogmaals vast dat ze het nooit meer eens zullen worden en rechters zeggen nu al dat ze geen tandje meer kunnen bijsteken maar woensdag zal er in het licht van de camera’s nog eens een grote Brusselse veiligheidsconferentie worden gehouden waar al die scheldende heren aanwezig zullen zijn om naar “oplossingen” te zoeken.
Herman was erin gelukt om terug enige sereniteit in de Wetstraat te brengen met respect voor elkaars mening. Hij trachtte stapsgewijs beweging te brengen in dossiers als de begroting (het stabiliteitspact dat het tekort tegen 2012 zal halveren tot 3% van het B.N.P.), het beheersen van de bankencrisis, meer ruimte en middelen voor een hervorming van justitie.
Zijn stapsgewijze aanpak was op de duur niet houdbaar gelet op de omvang van de problemen maar er was tenminste vooruitgang in een aantal dossiers. Inmiddels dreigen we opnieuw te belanden in de paarse methode om in een open debatcultuur en publieke scheldcultuur à la Pascal Smet en Thielemans de maatschappelijke problemen te “bespreken”. Iedereen weet dat deze methode verder zal leiden tot een totale blokkering met nul op het rekwest.
Dat geldt ook voor de begroting en de economie waar we geen nood hebben aan hoogmissen van Regeringen, betogingen van vakbonden en petitieacties van werkgevers maar aan concrete maatregelen.
Ik begin heimwee te krijgen naar Poupehan waar enkele moedige mannen in de beslotenheid van een Ardenese chalet zonder camera’s en persoonlijke profilering de basis legden van de economische relance van de jaren tachtig.
Nu schijnt de ambitie er nog enkel in te bestaan om op de sofa te zitten bij Phara en in Terzake en het nieuws te beheersen van De Ochtend tot de krantenkoppen van morgen. Zelfs “der” Rudi Kennis zat met zijn vrouw te koketteren in De Laatste Show want als ik de kranten mag geloven is zijn verkiezingscampagne als BV op de S.PA-lijst van 2011 al begonnen.
Rond Jan Peumans was het geen bingo deze week. De debatten in het Vlaams parlement verliepen zonder incidenten. Opmerkelijk was wel zijn interview in Le Soir waar hij zegt: “si je pouvais, je renaîtrais Wallon sans hésiter!” Hij vindt de Waal ”veel vriendelijker, verdraagzamer en meer ontspannen. De Vlaming staat altijd onder druk”. Beeld u in dat een CD&V’er dit zou durven zeggen…Het N.VA- kot zou te klein zijn geweest.
Peumans geeft wel toe dat N.VA geen enkel contact heeft met de Franstaligen. Hij vindt dit ook niet nodig want er komt toch geen staatshervorming vóór 2012. Intussen citeer ik Bart De Wever op zijn nieuwjaarsreceptie: “we laten ons niet in slaap sussen in de wieg van de rustige vastheid. N.VA wil economie in Vlaamse handen. Wij willen dat Vlaanderen wakker wordt. Het is tijd.” Maar ondanks deze state of urgency kunnen onderhandelingen nog minstens 2 jaar wachten. Ondertussen heffen we het glas (“le verre de l’amitié”) met de Walen in afwachting van onze definitieve scheiding want Jan Peumans besluit zijn interview: “l’indépendance de la Flandre se fera attendre mais elle viendra. C’est le principe du volant moteur: quand il est en marche, on ne l’arrête plus jamais”. Hiermee zijn de Walen gerustgesteld: tot 2012 Rustige Vastheid.