Eric Van Rompuy, My last five years

Life begins at sixty

30Oct09

November is voor mij tegelijk een droevige en een mooie maand.
Droef omdat 5 jaar terug in november 2004 mijn lieve ouders haast samen stierven. Deze morgen bracht ik chrysanten naar hun graf op het kerkhof van Sint-Stevens-Woluwe en mijmerde bij hun grafschrift :
                                                SAMEN LEVEN
                                                SAMEN STERVEN
                                                SAMEN IN ALLES
                                                SAMEN VOOR ALTIJD

Met de jaren maakt droefheid plaats voor dankbaarheid en voor al het goede en mooie dat we met hen mochten beleven. Ouders sterven niet. Ze blijven bij ons voor altijd.
Op 12 november vieren we de verjaardag van Heidi. Ze wordt dan 16 en is helemaal in de ban van muziek en musicals. Volgende week geeft ze in onze kelder een try out met haar muziekgroepje GESTOORD. Eindelijk een Van Rompuy op het podium voor muziek en niet voor de politiek of haiku’s!
Zelf word ik 60 op 23 november. Op die leeftijd valt er niet veel te vieren tenzij dat ik voortaan als senior door het leven ga. Dat zal mij niet beletten om nog strijdbaar op het politieke toneel te staan. Zondag neem ik op RTBF deel aan Mise au Point (11.45 uur) in een duel met FDF-voorzitter Maingain over (natuurlijk) BHV. Ambiance verzekerd. Ook ben ik zondagmiddag te gast op Controverse (RTL) met opnieuw een debat met franstalige politici over (natuurlijk) BHV.
Ook wordt ik dit weekend geinterviewd door Polspoel op TV-Brussel en geef ik mijn kijk op de week in de Kroonraad van ACTUA-TV.
Ik krijg soms het verwijt dat ik politiek van mijn scherpte verloren ben sinds Herman premier is. Maar wie bij CD&V durft het aan om openlijk stelling te nemen over de Maddens-doctrine ( zie mijn dagboek over vechtfederalisme), gaat het debat aan in het Vlaams Parlement over een onderzoekscommissie over de BAM en wil op de franstalige televisiezenders gaan debatteren over de Vlaamse standpunten m.b.t. BHV en de Vlaamse Rand? Het is zoveel gemakkelijker naar Bachten de Kupe te trekken…
Ik beloofde dat ik in My last five years niet van plan ben uit te bollen maar op mijn manier aan politiek te blijven doen. Als “broer van de premier” is dat niet simpel maar ook dat zal ik wel overleven.
Ook Herman verjaart morgen. Op 31 oktober wordt hij 62. Deze morgen hoorde ik op de radio dat zijn naam wordt genoemd voor President van de Europese Unie.
Iemand zei in De Ochtend: “als je België kunt bijeenhouden moet dit ook kunnen in het Europa met 27 lidstaten”. Een mooi argument maar of dit veel indruk maakt op Merkel en Sarkozy weet ik niet. In elk geval maakte zijn Haiku over het TRIO hem Europees beroemd. Hij blijft zichzelf en dat is het mooiste compliment.
Ben ik in 2010 de broer van de Europese President, de Belgische Eerste Minister of de ex-premier (als zijn regering valt over BHV)?
In elk geval, Herman, een gelukkige verjaardag en voor de Van Rompuy’s : life begins at sixty!

 

 

Voorlopig geen onderzoekscommissie

29Oct09

Na het debat in de plenaire vergadering besloot het Vlaams Parlement voorlopig geen speciale onderzoekscommissie op te richten over de BAM. Er bleek met de oppositiepartijen (VB,LDD en VB) geen vergelijk mogelijk over hun moties die de onmiddellijke oprichting vroegen van een onderzoekscommissie.
Het debat wees uit dat sommige partijen en actiegroepen als ademloos en de stRaten-generaal nog eens het referendum wilden overdoen in het Vlaams Parlement en helemaal niet bezig zijn met het zoeken naar duurzame oplossingen voor de verkeersinfarct rond Antwerpen. Het risico dat de onderzoekscommissie ontaardt in een partijpolitieke afrekening,infiltratie van de actiegroepen en Antwerpse toestanden is op dit ogenblik te groot.
Toch sloot CD&V bij monde van fractieleider Ludwig Caluwé niet uit dat er in de toekomst toch wordt besloten tot de oprichting van een onderzoekscommissie: “CD&V is ervan overtuigd dat een onderzoekscommissie kan leiden tot waardevolle beleidsaanbevelingen met het oog op het beheren van toekomstige grootschalige projecten. Vanuit die optiek verzet CD&V zich niet per definitie tegen de oprichting ervan, maar er mag op geen enkel moment een hypotheek worden gelegd op het hangende dossier. De Regering nam het initiatief om in 7 werkgroepen het BAM-dosssier bij te sturen en op korte termijn te werken aan oplossingen. Intussen kan de parlementaire controle gebeuren via de vooruitgangsrapportages van de BAM in de commissie Openbare Werken in het VP.” Ook mijn collega en BAM-specialist Carl Decaluwé zei dat “als de Regering binnen enkele maanden niet tot duurzame oplossingen komt en men enkel dreigt te eindigen op grote schadeclaims, een onderzoekscommissie over de Oosterweelverbinding op zijn plaats is.”
Tijdens dit debat in het VP deed ik de hiernavolgende tussenkomst:

De heer Eric Van Rompuy:
Mijnheer de voorzitter, ik ben misschien de enige hier die nog de twee onderzoekscommissies in dit Vlaams parlement heeft meegemaakt. De eerste was in 1993, zestien jaar geleden, over de Kempense Steenkoolmijnen (KS). In 2000 zat ik op de beschuldigdenbank bij de onderzoekscommissie over de scheepskredieten. Die commissies, en zeker de KS-commissie, zijn toen tot stand gekomen in consensus tussen meerderheid en oppositie. We hebben toen heel duidelijk gezegd wat de doelstellingen waren en uit die commissies zijn ook beleidsvoorstellen gekomen die sturend waren voor de problematiek. Zo heeft de KS-commissie geleid tot het uiteenrafelen van de Gewestelijke Investeringsmaatschappij voor Vlaanderen (GIMV) en tot een nieuw economisch instrumentarium voor Limburg.De onderzoekscommissie naar de scheepskredieten verliep bij de aanvang misschien wat woeliger, maar heeft uiteindelijk ook geleid tot het opdoeken van Gimvindus en tot het einde van de overheidsinterventies in de zgn. nationale sectoren. Toenmalig minister Van Mechelen was daar trouwens de uitvoerder van.
Een onderzoekscommissie moet kunnen verlopen in consensus tussen meerderheid en oppositie. Als ik uw moties lees, de commotie die errond wordt gemaakt en de intentieverklaringen die in de overwegingen staan, dan zie ik op dit ogenblik geen politiek draagvlak om de commissie sereen te laten verlopen. Het moet inderdaad de bedoeling zijn van een onderzoekscommissie om in de toekomst oplossingen mogelijk te maken, in de zin dat er een groot en nieuw infrastructuurdecreet moet komen dat heel de procedure inzake ruimtelijke ordening en leefmilieu omvat, waardoor het mogelijk moet zijn om grote infrastructuurwerken te realiseren in voorwaarden niet zoals nu dat men er 8 à 9 jaar voor nodig heeft om tot besluitvorming te komen. Er moet ook budgettaire klaarheid komen,  over de imputatie van infrastructuurwerken op de begroting. We hebben al dikwijls gediscussieerd over wat ESR-matig kan of niet, over wat er wel of niet in de begroting moet, over de constructie van de meerderheid binnen BAM - nu is het 100 percent overheid -, over de verantwoordelijkheid van de administratie die, omdat ze het zelf niet kan doen, delegeert naar een instelling met een eigen raad van beheer die een eigen leven gaat leiden. Al die dingen zijn zaken die enorm belangrijk zijn voor de toekomst.
Ik heb daarnet nog een communiqué van vier bladzijden gekregen van Straten Generaal en van de heer Wim Van Hees van ademloos, waarin zij zeggen wat er allemaal zou moeten gebeuren in de onderzoekscommissie. Ik heb altijd gezegd dat een onderzoekscommissie niet mag worden uitgesloten, maar het mag geen onderzoekscommissie worden die het referendum gaat overdoen, op een toon die geen enkele sereniteit creëert om de zaken duurzaam op te lossen.
Het gaat niet alleen over BAM. Er zijn zo veel aspecten aan, dat dit in een sereen klimaat moet kunnen gebeuren. En ik vrees, op basis van de drie voorliggende moties, die de onderzoekscommossie zomaar willen starten zonder te weten wat de context en de finaliteit is, voor verdere polarisatie van het dossier.
Het principe van een onderzoekscommissie is belangrijk. Het verleden heeft uitgewezen dat een onderzoekscommissie kan leiden tot nieuwe paden, die anders niet mogelijk zouden zijn. Nu zie ik echter dat de actiegroepen van de onderzoekscommissie een forum willen maken om de discussie nog eens over te doen. Een onderzoekscommissie moet een antwoord bieden op de vraag hoe we een decretaal en budgettair draagvlak kunnen creëren om grote infrastructuurwerken in Vlaanderen tot een goed einde te brengen. Dat is de filosofie. In 1993 en 2000 bestond er een consensus tussen meerderheid en oppositie om dat te bereiken, maar nu zie die helaas niet.

Onderzoekscommissie niet uitsluiten

25Oct09

Het Vlaams Parlement heeft zijn start niet gemist: pittige debatten, stevige interventies en een parlementair halfrond dat steeds goed gevuld is. Voorzitter Jan Peumans kan een tevreden man zijn. Nu VLD de oppositierangen van VB, Groen! en VLD heeft vervoegd, krijgt het Vlaams Parlement opnieuw meer spankracht.
Ook de nieuwe fractieleiders (Vereeck van LDD en Wattheew van Groen) hebben duidelijk geen pleinvrees. Bij de VLD is de regeringsbladzijde omgedraaid en gaan de ex-ministers samen met Gatz en Annick Deridder onmiddellijk ten aanval. Met N-VA en SP.A, die van het forum van het Vlaams Parlement ongetwijfeld zullen gebruik maken om de federale regering te bekampen, is ambiance verzekerd.
De echte test van het nieuwe elan komt echter als het werk te gronde moet gebeuren. In november komen de bespreking van de begroting 2010 en de beleidsnota’s 2009-2014 er aan. Als voorzitter van de Commissie Algemeen Beleid, Begroting en Financiën ben ik benieuwd hoe de debatten zullen verlopen. Hier zijn geen camera’s in de buurt en kunnen de parlementsleden (40% zijn nieuw) bewijzen dat ze inhoudelijk iets in hun mars hebben.
Woensdag a.s. staan op de agenda van de plenaire vergadering de moties van Groen, LDD en VB over de oprichting van een onderzoekscommissie in het Vlaams Parlement over de werking van de BAM en het Antwerps Masterplan.
De Vlaamse Regering Peeters heeft beslist om in 7 werkgroepen te zoeken naar oplossingen voor het Duurzaam Antwerps Mobiliteitsprobleem. Maar voor het Vlaams Parlement is hier blijkbaar geen rol weggelegd. Dit roept vragen op.
Alle politieke partijen hebben in dit dossier boter op hun hoofd en zijn terecht bang van partijpolitieke en persoonlijke afrekeningen in een gemediatiseerde parlementaire onderzoekscommissie .Hierbij wordt verwezen naar de jongste Fortis-onderzoekscommissie in de Kamer die niet verder kwam dan wat persoonlijke verdachtmakingen zonder beleidsrelevantie.
Toch zijn er andere voorbeelden. De laatste twee onderzoekscommissies in het Vlaams Parlement (KS in 1993 en Scheepskredieten in 2000) verliepen op een serene manier en resulteerden in een grondige aanpassing van het economisch beleidsinstrumentarium. Zelf was ik bij beide Commissies nauw betrokken ( bij KS als CVP-fractieleider en bij de scheepskredieten als “beschuldigde” minister van Economie in de jaren negentig) en mijn ervaring is dat, eens men loskomt van partijpolitieke spelletjes, een onderzoekscommissie een belangrijk middel kan zijn om het bord van een periode af te vegen en een nieuw beleid uit te tekenen.
Voor het Antwerps dossier bieden zich hier ook opportuniteiten aan.
Iedereen is het erover eens dat met de huidige Vlaamse decreetgeving inzake ruimtelijke ordening en leefmilieu het nagenoeg onmogelijk is in Vlaanderen grote infrastructuurprojecten te realiseren. Steeds weer kunnen individuen en belangengroepen hun gelijk halen bij de Raad van State en dossiers eindeloos blokkeren. Ligt hier geen grote taak voor het VP om onze decreten aan te passen?
Ook begrotingstechnisch moet het Parlement nagaan hoe de overheid moet omgaan met Private-Publieke Samenwerking. De BAM is opgericht om de werken in Antwerpen buiten de Vlaamse Begroting te houden, maar van Europa moeten ze volgens haar begrotingsregels in de begroting worden opgenomen als de Vlaamse Regering de projecten stuurt en de risico’s draagt. In het Vlaams Parlement kwam deze problematiek al herhaaldelijk aan bod maar de Vlaamse regering bleef doorgaan met haar financieringstechniek die voor Europa niet aanvaardbaar is en op termijn de reguliere Vlaams begroting zwaar zal belasten als het project op kruissnelheid komt.
Moet de Vlaamse regering voor infrastructuurwerken terug werken met de eigen administratie of zoals nu met een delegatie naar afzonderlijke vennootschappen met leden van een raad van bestuur die zich in naam van de Vlaamse Regering engageren voor mega-projecten die mee worden gefinancierd met belastinggeld? Wie is hier uiteindelijk verantwoording verschuldigd?
Wat is het lot van de bestedingen die gebeurden in voorbereiding van de werken aan het BAM -tracé (75 miljoen euro)? Wat met de mogelijke schadeclaims t.a.v. de Vlaamse overheid (bij niet uitvoering van het BAM-tracé) die worden geraamd op 300 miljoen euro?
Al deze vragen verdienen meer dan een oppervlakkig debat tussen meerderheid en oppositie in de plenaire vergadering. Het gaat hier over de manier waarop we in de toekomst als Parlement en Vlaamse overheid budgettair en decretaal zullen omgaan met grote infrastructuurwerken.
Het verleden heeft bewezen dat onderzoekscommissies een dynamiek kunnen creëren waar het overheidsbeleid een nieuwe en aangepaste structuur kan krijgen die duurzame oplossingen mogelijk maakt.
Ik hoop dat het Vlaams Parlement woensdag niet zomaar de voorstellen van Groen, VB en LDD wegstemt maar in consensus tussen alle partijen van meerderheid en oppositie zoekt naar een manier waarop het Vlaams Parlement kan bijdragen tot een nieuw decretaal en budgettair beleidskader. Overhaasting ruikt naar partijpolitieke exploitatie maar een onderzoekscommissie nu al a priori uitsluiten zou fout zijn. Ook Carl Decaluwé (CD&V) en Bart Dewever (N-VA) deelden die mening tijdens het jongste BAM-debat in het VP.
Daarom is het best zijn tijd te nemen om precies te omschrijven wat de doelstellingen zijn van een dergelijke commissie.
Een onderzoekscommissie is het machtigste wapen waarover een Parlement beschikt. Het moet dan ook met de nodige ernst en sereniteit worden aangepakt.

Het vechtfederalisme van Maddens

21Oct09

Inleiding van Eric Van Rompuy op het boek van Bart Maddens
“Omfloerst separatisme”.


Ik ben blij dat de uitgeverij Pelckmans mij de kans biedt als inleider te fungeren van een boek dat voor een stukje ook mijn eigen politieke geschiedenis is van de jongste jaren.“Splits BHV nu” en de institutionele “Big Bang” zijn mijn politieke handelsmerken maar van beide communautaire streefdoelen is voorlopig niets terechtgekomen. Wat liep er fout en welke is van Vlaamse zijde de strategie om de huidige institutionele impasse te doorbreken?
Professor Maddens is een academicus die in zijn boek glashelder de communautaire geschiedenis van de jongste 10 jaar in dit land analyseert maar hij doet meer dan dat. Hij geeft een strategie aan hoe de Vlaamse doelstellingen (vervat in de 5 resoluties van het Vlaams Parlement) kunnen worden gerealiseerd. Zijn visie heeft al zijn weg gevonden in het politieke milieu als de “Maddens-doctrine”. Het boek geeft inzicht in deze vernieuwde opstelling van de Vlaamse Beweging.
Professoren in de politicologie krijgen in Vlaanderen de jongste jaren - tot grote frustratie van de parlementsleden - ruime media-aandacht en beroepen zich hierbij op hun academische “wetenschappelijkheid” maar ook zij hebben natuurlijk een politieke overtuiging. Zo is professor Maddens een overtuigd Vlaams-nationalist die niet wakker ligt van de ultieme communautaire blokkering en zijn boek besluit: “Op dat moment moet Vlaanderen klaar staan om zelf te nemen waar het recht op heeft, waar zoveel generaties flaminganten voor hebben gestreden en wat vandaag meer dan ooit voor het grijpen ligt: de souvereine Vlaamse Staat”.
Tien jaar terug werden in dit Vlaams Parlement de vijf resoluties goedgekeurd die Vlaanderen moesten leiden naar het confederalisme.
Professor Maddens schetst hoe de Vlaamse paars-groene partijen met de Lambermontakkoorden in 2001 een eerste historische kans hebben gemist op een grote staatshervorming: “door de geldnood van de Franse Gemeenschap structureel te lenigen speelde Vlaanderen zijn enige communautaire hefboom kwijt en werd het akkoord van 2001 - naar woorden van Yves Leterme - maxi-geld voor mini-bevoegdheden.”
Maar de paarse toegevingen hadden in Vlaanderen wel een positief neveneffect. CD&V radicaliseerde en sloot in 2004 een kartel met N-VA dat de 5 resoluties van het Vlaams Parlement als basis nam voor zijn communautaire strategie. Toen Luc Van den Brande en ik - medeauteurs van de Schrikkelnota van 1996 - tijdens de Vlaamse kiescampagne in 2004 deze resoluties de “Big Bang” noemden kregen we striemende verwijten van Yves Leterme maar dat belette niet dat de “5 geboden” ook in 2007 het communautair verkiezingsprogramma van het Vlaams kartel vormden en dit niettegenstaande Koning Albert ze in 2006 had omschreven als “omfloerst separatisme”. 
De kern van het boek van Maddens vormt de toetsing van de “Van Rompuy-doctrine”. Herman - niet Eric - verklaarde immers op 21 december 2005 in Knack:
“Bij de volgende regeringsonderhandelingen zal men niets bekomen als niet alle Vlaamse partijen eensgezind zeggen: we treden alleen in een federale regering wanneer die essentiële punten van de staatshervorming worden goedgekeurd. Geen staatshervorming, geen Belgische regering.”
Maddens gebruikt het beeld van het “chicken game” om aan te tonen waarom deze strategie heeft gefaald. Twee chauffeurs rijden op een smalle weg in volle vaart naar elkaar toe en de chauffeur die het eerst uitwijkt is verloren. Het zijn de Vlamingen geweest die in het najaar van 2008 finaal zijn uitgeweken en “het chicken game” hebben verloren.
 
De CD&V heeft lang op het gaspedaal gedrukt maar door in de Regering Verhofstadt te stappen wisten de Franstaligen dat de Vlamingen niet bereid waren tot het ultieme dreigement: “geen staatshervorming, geen Belgische regering.”
CD&V heeft “verrassend” lang blufpoker gespeeld maar volgens Maddens heeft de staatsraison het gehaald onder druk van de Belgische realpolitici, het ACW, de machtsgeilheid van Leterme, die te snel het Vlaams eisenpakket heeft afgezwakt en niet heeft durven dreigen met het stopzetten van de financiële transfers en separatisme: “waar de staatsman Leterme is mislukt, had de flamingant Leterme misschien kunnen slagen.” 
De Van Rompuy-strategie is in 2007 mislukt omdat men hem niet volgde als Verkenner. Toen wou hij ook al een stapsgewijze benadering maar men wou een grote staatshervorming in oranje-blauw met een gewone meerderheid. Fatale fout. Ook De Wever erkent dit. Het is dus niet volledig de chicken game.
Het boek van Maddens gaat er impliciet van uit dat “separatisme” een voor Vlaanderen kosteloos en realistisch alternatief vormt voor het huidig Belgisch institutioneel kader. Zijn visie ligt in de lijn van het Warande-manifest. Dat separatisme ook een zware economische kostprijs kan hebben voor Vlaanderen, de schuldovername een enorme budgettaire last zal meebrengen en een totale bestuurlijke chaos zal veroorzaken, blijft onbesproken. Zolang België bestaat is het ook in het belang van de Vlamingen dat er op federaal vlak bestuurd wordt. Over de jongste financiële en economische crisis lees ik in het boek amper 2 lijnen terwijl de ineenstorting van de financiële markten en de economische en budgettaire gevolgen CD&V moreel hebben verplicht om de leiding van de Belgische regering te nemen zonder staatshervorming. Zonder Belgische regering waren 3 banken failliet gegaan en het spaargeld van miljoenen Vlamingen in rook opgegaan. Zolang België bestaat en de sociale zekerheid, de belastingpolitiek en de gezagsdepartementen federaal worden beheerd, kunnen we niet doen alsof het federaal bestuur een anti-Vlaams beleidsniveau is waar de Vlaamse politici hun verantwoordelijkheid niet moeten opnemen. Hiervoor abdiceren en streven naar het “uitroken” van de Belgische Staat is het welvaartsniveau van de Vlamingen hypothekeren.
De uitslag van de Vlaamse verkiezingen en de jongste opiniepeilingen wijzen uit dat de bevolking heeft gewaardeerd dat CD&V op federaal en Vlaams niveau haar bestuursverantwoordelijkheid heeft opgenomen in moeilijke tijden. Er was geen andere keuze.
Hoe moet het nu verder?
Bij het falen van de “Van Rompuy-doctrine” (die ook Maddens’ eerste keuze was) pleit de auteur nu resoluut voor de Maddens-doctrine. Deze strategie vraagt te wachten met nieuwe onderhandelingen over een staatshervorming tot Wallonië, Brussel en de federale Regering budgettair vragende partij zijn want deze stevenen volgens de auteur - in tegenstelling tot Vlaanderen - af op een budgettair failliet en zullen vroeg of laat bij ons moeten aankloppen. Hier doet Maddens een zware gok want met het stabiliteitspact hebben de verschillende overheden in dit land juist een traject goedgekeurd om tegen 2015 naar evenwichten te gaan. Opent hij hiermee niet de communautaire frigo?
De Vlamingen zijn voortaan ook “demandeurs de rien”. Wel geeft Maddens intussen de raad aan de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement het federaal niveau te bestoken met belangenconflicten om de federale Regering permanent onder communautaire hoogspanning te zetten. Maddens geeft in zijn boek een academische handleiding voor het “vechtfederalisme”. Zo zou het Vlaams Parlement alles in het werk moeten stellen om in het najaar de stemming van de federale begroting- en programmawet te verhinderen via belangenconflicten en te procederen tegen het budgettair “incivieke” gedrag van Wallonië.
Verder lees ik in het boek dat er in de volgende jaren volgens het “explosief” Vlaams Regeerakkoord geen sprake kan zijn van een communautaire dialoog. Hierbij is het uitgesloten dat “op federaal niveau zou worden onderhandeld omdat N-VA dan communautair buiten spel wordt gezet. Met andere woorden: mochten CD&V en SP.A op federaal niveau, achter de rug van N-VA gaan onderhandelen over de staatshervorming dan is het crisis in de Vlaamse regering.”
Dit geldt ook voor BHV waar volgens Maddens een onderhandelde oplossing er toch op neer zou komen dat het effect van de splitsing grotendeels wordt gedaan door Vlaamse toegevingen. “Daarom laat ons gewoon stemmen en bij weigering van de Franstaligen om zich hierbij neer te leggen gaan naar illegale verkiezingen. Dat wordt een boeiend juridisch experiment en het ultieme bewijs dat de Belgische instellingen niet meer werken.”
Hij besluit: “Laten we rustig toekijken hoe de federale regering zonder Vlaamse meerderheid verder aanmoddert. Ofwel zullen de Franstaligen over een paar jaar zelf smeken om een nieuwe staatshervorming ofwel implodeert het Belgisch systeem. In beide gevallen winnen de Vlamingen.”
Wie het boek leest kan zich niet van de indruk ontdoen dat Maddens niet langer gelooft dat de Belgische instellingen op een ordentelijke en onderhandelde manier kunnen worden aangepast aan de confederale realiteit. Zijn “vechtfederalisme” is een “omfloerste” strategie voor separatisme. En zijn interpretatie van het “explosief” Vlaams regeerakkoord is duidelijk deze van De Wever en N-VA en niet van Kris Peeters en CD&V.
De lakmoesproef van de Maddens-doctrine zal er vroeger komen dan gedacht. In maart 2010 dient er zich met BHV opnieuw een “chicken-game” aan. Komt er een voor Vlaanderen aanvaardbare onderhandelde oplossing of gaan we naar een clash die leidt tot onwettige verkiezingen? Volgt de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement de Maddens-doctrine en ontketenen ze in het najaar belangenconflicten tegen de federale begrotingsontwerpen?
Dit boek heeft de verdienste dat Maddens nu een academisch handboek heeft geschreven voor het “vechtfederalisme”. Zijn pleidooi voor een institutionele status-quo zal evenwel niet lang standhouden.  Persoonlijk verwacht ik met BHV opnieuw een elektroshock die het communautaire stof terug zal doen opwaaien en het Belgisch vraagstuk weer op tafel zal leggen.
De regimecrisis in België is niet voorbij. En de “nieuwe” Van Rompuy-doctrine kennen we ook: “rustige vastheid, stap voor stap, festina lente.” Maar ik vermoed dat Maddens dit keer zijn doctrine superieur zal vinden aan de stap-voor-stap benadering (“piecemeal engineering”) van federaal premier Van Rompuy.
Aan de lezer om te oordelen maar in elk geval heeft Bart Maddens met zijn boek een steen in de Belgische en Vlaamse kikkerpoel gegooid.

Eric VAN ROMPUY
Vlaams volksvertegenwoordiger

My last five years

10Oct09

Vandaag bij het begin van het parlementair jaar 2009-2010 start ik met mijn nieuw dagboek My last five years.

Vorige maand werd Be Free afgesloten. Ik sta nu voor de uitdaging om van mijn laatste Vlaams mandaat opnieuw iets boeiends te maken. Dit dagboek zal met dezelfde vrijmoedigheid politieke standpunten innemen en u rapporteren over mijn parlementaire activiteiten. Ook over Heidi en haar musicals, mijn geliefde sport- en literaire idolen en het dagelijkse wel en wee van een politicus zal ik jullie blijven berichten.

Het worden zeker geen “uitboljaren”. Integendeel: de politieke tijden worden ongetwijfeld stormachtig. De budgettaire, economische, gerechtelijke en communautaire problemen in dit land zijn torenhoog. Ook voor Vlaanderen zijn het moeilijke tijden en dringen keuzes zich op. Mijn politieke acties voor meer Vlaamse autonomie en het Vlaams karakter van de Rand (“splitsen NU”) hebben de afgelopen jaren geen enkel resultaat gehad. Dat blijft voor mij een zware ontgoocheling. Maar ik ben niet van plan mij hierbij neer te leggen.

Een dagboek bijhouden op internet is geen gemakkelijke opdracht en niet zonder risico. Steeds opnieuw moet je durven standpunten innemen en je wordt er op afgerekend maar dat heeft mij in mijn politieke loopbaan nooit afgeschrikt. Naamloos meefietsen in het parlementaire peloton is niet aan mij besteed. Ook de volgende jaren zal ik mij blijven inzetten op mijn manier. Going my way. Als je weet dat het je laatste parlementaire mandaat is ga je die periode nog intensiever beleven. Ook met Herman als Premier ga ik mij nog meer betrokken voelen bij de politieke actualiteit. In het Vlaams parlement ben ik voorzitter van de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën en Begroting en Staatshervorming. Ik heb de ambitie om van deze Commissie opnieuw de sleutelcommissie te maken van het Vlaams Parlement en ik zal mij hierbij niet beperken tot een bloempotfunctie…De Vlaamse Regering is bij deze gewaarschuwd.

5 jaar is een eeuwigheid in de politiek. Hoe zal België er uitzien in 2014? Hierbij blijft mijn fundamentele overtuiging: ofwel wordt dit land in de volgende 5 jaar grondig hervormd ofwel zal het sterven. Herman heeft gekozen voor een stapsgewijze aanpak ( “piece-meal engineering” ) en niet voor de Big Bang. Krijgt hij hiermee dit land opnieuw in beweging?

Die periode zal ik met jullie actief meemaken op dit dagboek. Welkom op My last five years.

Recente artikels

Links

Categorieën

Maandelijks archief

Syndicatie