25Apr10
DE HELDEN VAN ERIC VAN ROMPUY
Het Nieuwsblad op Zondag (25 april 2010): Mensen & Verhalen door Luk Alloo
Dé echte superheld van Vlaams parlementslid Eric Van Rompuy (60) is waarschijnlijk de man die ooit BHV zal splitsen, maar zo ver zijn we nog lang niet. Van een raspoliticus verwacht je uitsluitend politieke helden, maar gelukkig is Eric een ruimdenkende man.
- Eric, ik ben heel benieuwd naar je eerste grote helden?
Ik keek nogal op naar sportmannen. Naar wielrenner Rik Van Looy en voetballer Jef Jurion bijvoorbeeld, maar ook naar de Amerikaanse politicus Robert – Bobby - Kennedy. Hij was senator, minister van Justitie onder zijn broer JF Kennedy, presidentskandidaat en hij werd net als zijn broer neergeschoten. Hij was amper 42 jaar oud. Pas later vernam ik dat hij vader was van maar liefst elf kinderen. De impact van Robert werd overvleugend door het charisma van zijn broer JFK, maar Robert heeft toch heel wat gerealiseerd o.m. inzake burgerrechten . En zijn speeches zijn nog steeds zeer actueel. “One-fifth of the people are against everything all the time”, is nog steeds een waarheid als een koe.
- Was er geen enkele dame die je wild maakte?
Toch wel hoor. Vooral de Amerikaanse zangeres Melanie kon mij bekoren en doen wegdromen. Beautiful People, Lay Down en de cover van Bob Dylan Mr. Tambourine Man waren bij ons thuis grote hits. En Melanie was met haar lange zwarte haren een mooie verschijning. Zelfs op haar 63 blijft ze charmeren.
- Heb je ooit posters van helden op het behang van je tienerkamer gekleefd?
Jazeker, vele van Rik Van Looy en een paar Melanie. Maar Melanie kreeg steeds de mooiste plaatsen op het behang naast mijn bed.
- Heb jij als kind ooit een held nagespeeld?
Als jonge voetballer voelde ik mij Jef Jurion, lange tijd de patron van Anderlecht en de Mister Europe na zijn legendarische goal tegen Real Madrid. Jurion was technisch enorm begaafd en zorgde altijd voor hemelse momenten. Tijdens de wedstrijden speelde ik zijn dribbels en solo’s na.
- Heb jij een van je helden aangeschreven?
Ik beken zonder blozen dat ik in 1963 een brief heb geschreven naar Rik Van Looy. Tijdens het wereldkampioenschap verloor Rik tijdens de eindsprint van zijn knecht Benoni Beheydt. De Belgische ploeg had afgesproken dat Rik als kopman alle steun zou krijgen en tegen de afspraak in spurtte Beheydt tegen Van Looy. Ik was daar echt kapot van en heb hem dat zwart op wit bevestigd.
- Hebben helden je ooit ontgoocheld?
Nooit! Na 50 jaar heb ik nog geregeld telefonisch contact met mijn helden Rik Van Looy en Jef Jurion. Ik heb ze pas veel later leren kennen en ze blijven helden.
- Voor welke helden blijf je thuis om ze live of op televisie te zien?
Ik ben een fervent supporter van Anderlecht sinds mijn kinderjaren. Die matchen wil ik niet missen. Ook voor Manchester United blijf ik thuis. Toen ik in Manchester studeerde ging ik geregeld kijken op Old Trafford naar Bobby Charlton en Georges Best. Dat MANU gevoel heb ik nog steeds: “I’m a Mancunian”.
Ook alle grote wielerwedstrijden met Philippe Gilbert in het peleton tracht ik te zien. Ik hou van de vastberadenheid van Gilbert. Na de Amstel Gold Race is hij definitief wereldklasse.
- Als je even wegdroomt in wie zijn schoenen zou je een jaar lang willen staan?
In die van mijn broer Herman Van Rompuy als president van Europa. Dat moet een ongelooflijke rijke ervaring zijn.
- Wie zou je meteen een standbeeld willen geven?
De voormalige eerste minister Leo Tindemans, een klasbak. Leo Tindemans heeft àlles : talent, visie, intelligentie, de taalvaardigheid en overtuigingskracht.Voor hem ging ik door een vuur.
- Hoe sta jij tegenover het gegeven dat jij voor velen een held bent?
Ik heb nooit de ambitie gehad om een held te zijn. Ik wil wel mensen inspireren en doen wat van mij wordt verwacht, ten goede.
- Welke drie mensen wil je in 2090 in de hemel opzoeken om samen te wiezen?
Mijn vader, wielrenner Rik Van Steenbergen en voetballer Paul Van Himst.
- Welke heldin mag je bellen om je rond te leiden in het mooie New York?
Ik wil wel eens Julia Roberts als gids. Ze blijft naturel, behoudt haar onweerstaanbare flair en kiest ook steeds de juiste hoofdrollen. Ik vond ze zeer sterk acteren in Erin Brockovich en Pretty Woman natuurlijk. En die lach van haar is onmiskenbaar de mooiste lach op deze planeet.
KORT
- Lievelingsheld: alle moeders
- Fictieve held : Ivanhoe (Roger Moore)
- Historische held : Nelson Mandela
- Nationale held : Eddy Merckx
- De antiheld : Nero
- De nephelden : De Bin Ladens van deze wereld
11Apr10
Vanochtend nam ik deel aan een debat op DE ZEVENDE DAG over de laatste rechte lijn naar de splitsing van BHV
Om dit debat te herbekijken klik hieronder:
http://www.deredactie.be/permalink/1.756583
DEADLINE BHV KOMT DICHTERBIJ
De Vlaamse partijen zullen de splitsing van de kieskring BHV in de Kamer goedkeuren als koninklijk bemiddelaar Jean-Luc Dehaene niet tot een onderhandelde oplossing komt. Maar een onderhandelde oplossing geniet duidelijk de voorkeur. Dat blijkt uit een debat in De zevende dag.
De klok tikt ongenadig voor Dehaene, die als koninklijk opdrachthouder na de paasvakantie, over een week dus, met een voorstel wil komen om het probleem rond de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde op te lossen.
Maar door de recente communautaire spanningen is het nog lang niet zeker of Dehaene met een oplossing op de proppen komt. In dat geval ligt het wetsvoorstel over de splitsing van BHV half mei ter stemming voor in de Kamer.
“Als we op een punt komen dat er geen oplossing komt, dan gaan we over het voorstel stemmen in de Kamer”, verklaarde Eric Van Rompuy (CD&V). “Dat is altijd het standpunt geweest van de Vlaamse partijen.”
Eenzelfde geluid was te horen bij Marino Keulen (Open VLD) en Bruno Tobback (SP.A). “We gaan voluit voor een onderhandelde oplossing, maar als dat niet lukt, dan zullen we stemmen”, klonk het unisono.
Maar volgens Mark Demesmaeker (N-VA) is er wel maar heel weinig marge voor een onderhandelde oplossing. “Het komt er eigenlijk gewoon op aan woord te houden. In 2004 is al beloofd om “onverwijld” het splitsingsvoorstel op de agenda te plaatsen.”
.
De andere partijen mogen dan een onderhandelde oplossing verkiezen, ook zij laten niet veel ruimte om te onderhandelen. “Van een uitbreiding van Brussel of de aanhechting van de faciliteitengemeenten bij Brussel kan geen sprake zijn”, aldus Van Rompuy. “Maar we moeten Dehaene alle krediet geven, hij weet wat voor ons niet door de beugel kan.” Ook voor Keulen zijn bepaalde zaken “no pasaran”.
“We moeten de rug recht houden en stemmen als er moet worden gestemd, maar op het einde van die stemming is er geen gesplitst BHV”, aldus nog Tobback. “En wat is het belangrijkste: een splitsing van BHV of tonen wie de rechtste rug heeft?”.
Waarna hij niet kon laten om op de dag van Parijs-Roubaix wat wielerjargon te gebruiken. “Ik ben voor de theorie van de flandriens. Als je je moet dubbel plooien om ervoor te gaan en een oplossing te vinden, plooi je dan dubbel en werk twee keer zo hard in plaats van met een rechte rug te staan en op het einde achterover te vallen.”
“En ik woon al 30 jaar als een echte flandrien in de Rand van Brussel, en ik zou graag mijn carrière eindigen met de splitsing van BHV. We zijn nu bijna op de piste in Roubaix. Ik ben klaar voor de spurt”, besloot Van Rompuy in dezelfde stijl.
03Apr10
Dit paasweekend heb ik een interview in LE SOIR:
ERIC LE MILITANT FLAMAND RADICAL DE LA TRIBU VAN ROMPUY
Eternelle mouche du coche du CD&V, tombeur d’un gouvernement Tindemans et adversaire acharné du premier gouvernement Martens (1979), qui fera long feu, Eric Van Rompuy, moins célèbre que Herman, n’a pas la prudence de Sioux de son frère. Mais ils ont en commun le sens aigu de la tribu.
Vous êtes indissociables ?
EVR: Depuis qu’il occupe ses fonctions européennes, nous nous voyons plus rarement encore que lorsqu’il était chef du gouvernement. Entre Herman et moi, on n’a jamais cessé de parler politique. Toute notre vie a tourné autour de ce thème. Quand j’avais 12 ans, je devais déjà lui faire réciter le nom de tous les présidents américains. Dans le bon ordre chronologique. Moi, je suis économiste de formation. J’ai réalisé ma thèse sur l’intégration monétaire en Europe. Mais mon histoire et celle du pays ont orienté mon combat politique vers des thèmes plus communautaires. Et je constate que je suis perçu par les francophones comme le Flamand intransigeant, arrogant, obtus. Le Van Rompuy radical.
Vous niez ?
EVR: Je ne comprends pas. Quand je passe mes vacances en famille dans les Ardennes, à Herbeumont, je m’exprime en français. Un Flamand qui s’établit en Wallonie parlera naturellement le français. Pas les francophones qui, lorsqu’ils se rendent à la côte belge, estiment normal qu’on leur adresse la parole dans leur langue. Quand ils s’établissent dans la périphérie flamande, ils considèrent que tout le monde est censé la parler. Dans ma commune de Zaventem, tous les Flamands me disent bonjour dans la rue. Les francophones ? Ils me connaissent mais la plupart m’ignorent. Francophones et Flamands vivent dans ma commune et dans celles de la périphérie flamande des existences sociales complètement séparées. De nombreux francophones inscrivent leurs enfants dans des écoles néerlandophones à Bruxelles et puis votent, ici, en faveur de partis francophones. Comme s’ils vivaient dans un pays qu’ils n’acceptent pas…
Votre épouse est francophone…
EVR: Non, bruxelloise. Ses parents habitaient Molenbeek et ont pris le statut de francophones. Ses grands-parents parlaient le « brusseleir ». Viviane a étudié les langues germaniques à l’ULB et respecte autant le français que le néerlandais. Mais nous habitons en Flandre dont la langue officielle de l’administration est le néerlandais.
Revenons sur la périphérie. Elle a fait de vous un héros de la cause flamande, il y a plus de trente ans…
EVR: C’était en 1977. L’année du mariage de Herman et de Geertruy. Il était alors conseiller de Léo Tindemans, Premier ministre. Herman comme moi avons milité parmi les CVP Jongeren, dont tous les manifestes prônaient davantage d’autonomie pour les Régions. Les jeunes CVP, c’était la conscience du parti. En octobre, je me suis porté candidat à la présidence. Elu, mon discours d’investiture allait faire voler en éclats le Pacte d’Egmont, une avancée communautaire inacceptable pour la Flandre. L’opposition des jeunes allait créer un schisme au sein du CVP. L’accord proposait aux francophones des six communes à facilités et de sept communes flamandes dont la mienne, de Woluwe-Saint-Etienne (dites Sint-Stevens Woluwe) des droits d’inscription dans une commune bruxelloise. C’était inacceptable. Antoinette Spaak, présidente du FDF, huée à chaque congrès des jeunes – qui entonnaient « Antoinette, niet ! » – a écrit une lettre à Tindemans, devenu en 1979 président du CVP sous le premier gouvernement Martens : elle le priait de me faire taire. J’avais osé déclarer que le gouvernement devait se débarrasser du FDF. Tindemans n’a pas cédé. Et le premier gouvernement Martens a fini par tomber à son tour. Mme Spaak a toujours manifesté une certaine admiration pour mon frère. Mais ne lui parlez pas de moi : elle m’en veut toujours…
Pourquoi ce combat ?
EVR: Ma famille s’est établie en 1949 à Woluwe-Saint-Etienne (dites Sint-Stevens Woluwe) située sur la frontière linguistique. En 1931, elle comptait 5 % de francophones et avait été rattachée à la Flandre. Depuis la fusion, elle fait partie de Zaventem. Unilingue et sans facilités. Deux ans avant notre arrivée, il y eut un recensement linguistique. S’il révélait que le nombre de francophones était supérieur à 30 % dans une commune, elle retournait à la région bruxelloise. Ce fut le cas d’Evere, de Ganshoren et de Berchem. Depuis, on a fixé la frontière linguistique de 1963 : ce principe de territorialité doit être accepté…
Au risque de voir s’étendre la tâche d’huile francophone ?
EVR: Lors de l’élection du conseil de l’Agglomération, en 1971, le FDF a remporté la majorité des sièges. Bruxelles devenait une ville dominée par la francophonie : c’était la période de gloire des bourgmestres FDF : les Outers, Defosset, Lagasse, Persoons, Serge Moureaux… Ils avaient tous l’ambition de conquérir la périphérie. La francisation de Crainhem, Wezembeek s’est accélérée. A Dilbeek, à Zaventem, les francophones se sont installés, de plus en plus nombreux. Nous avons toujours considéré que ce combat en faveur du caractère flamand de la périphérie était capital.
Nous ?
EVR: Oui. Toute une génération d’hommes politiques flamands. Jean-Luc Dehaene s’est aussi opposé au pacte d’Egmont. Comme mon frère. Beaucoup de Flamands ont réalisé qu’ils avaient trop concédé : la francisation de la périphérie se développait beaucoup plus vite dans les communes à facilités que dans celles où elles n’existaient pas. Faire exploser la frontière linguistique, c’est faire exploser la Belgique.
Vous approuvez la décision prise cette semaine par Geert Bourgeois, le ministre N-VA de l’Intérieur, de ne pas nommer les trois bourgmestres de la périphérie bruxelloise…
EVR: Tout le gouvernement flamand approuve cette décision…
Son timing aussi ?
EVR: Il est plus discutable. Cette décision n’avait aucun caractère d’urgence. Marino Keulen, auquel Geert Bourgeois a succédé, avait procédé de la même manière en novembre 2008 au moment du démarrage des négociations de communauté à communauté. A l’époque, Olivier Maingain, encore lui, avait utilisé ce prétexte pour faire capoter le dialogue institutionnel. Le moment choisi par Geert Bourgeois, c’est évidemment du pain bénit pour lui : le FDF ne veut pas de négociations sur la scission de BHV. On assiste aujourd’hui au même scénario. Geert Bourgeois et la N-VA ne veulent pas, eux non plus, de négociations. Et le FDF ne veut pas de scission. Ce sont des « alliés objectifs », tous deux en faveur du statu quo. Sur le timing, le CD&V n’est pas sur la même longueur d’onde.
Mais sur le fond ?
EVR: Que les francophones ne se fassent aucune illusion : tant que ces bourgmestres ne respecteront pas les décrets et les circulaires flamands, ils ne seront pas nommés.
Lorsque le président du FDF qualifie ces pratiques de « dignes de l’Occupation allemande (…) où l’on désignait les bourgmestres parce qu’ils étaient les alliés de l’occupant »…
EVR: C’est inacceptable. J’ai constaté qu’Elio Di Rupo, Philippe Moureaux et Joëlle Milquet ont d’ailleurs réagi de la même manière. Ce type de propos est indigne d’un homme politique. J’étais un jour invité, voici plusieurs années, à un débat avec Olivier Maingain. J’avais comparé l’annexion des six communes à facilités à Bruxelles à un « Anschluss ». Mes propos ne référaient ni à la guerre ni à la période nazie. Mais je me suis excusé. C’était un lapsus, un pont trop loin. Philippe Moureaux aussi a un jour traité Luc Van de Brande, ministre-président flamand à l’époque de « Gauleiter » – terme désignant le chef d’une branche régionale du parti nazi. En précisant ensuite que c’était ironique et qu’il n’avait pas eu la moindre intention de blesser. Il y a des mots qui peuvent vous échapper… Mais ici, Maingain les a répétés, persiste et signe. Avec agressivité. Il veut pourrir le climat, rien de plus, histoire d’organiser des élections législatives sans la scission de BHV. Pour lui et le FDF, ce serait une victoire éclatante. Et le rêve de Bart De Wever, le président de la N-VA, ce sont des élections anticipées, sans réforme de l’Etat. Il en recueillerait les fruits électoraux. D’où la sortie de Geert Bourgeois.
Vous avez été mis au courant ?
EVR: Ni moi ni le groupe CD&V du Parlement flamand…
N’y voyez donc pas une manoeuvre de mon parti.
Jean-Luc Dehaene a-t-il encore une chance de réussir, après ces nouvelles turbulences communautaires ?
EVR: Une partie de la réponse dépendra du MR : Reynders suivra-t-il Maingain ou non ? Mais la solution paraît de plus en plus difficile. La semaine qui vient de s’écouler a en tout cas été désastreuse pour le climat communautaire.
Vous êtes abonné au « Gordel », cette promenade autour de Bruxelles qui veut réaffirmer le caractère flamand de la périphérie ?
EVR: Je fêterai mon trentième cette année…
En arrachant les autocollants que les belgicains apposent sur le parcours ?
EVR:: ils doivent savoir qu’ils sont en territoire flamand, c’est tout…
On vous sent libéré depuis que votre frère a quitté la scène nationale.
EVR: Quand Herman est devenu Premier, la presse a souvent mis dans sa bouche certaines de mes déclarations. Alors, c’est vrai, je me suis imposé un devoir de réserve. Mon rôle était secondaire par rapport à sa fonction. Je n’allais pas tout de même lui créer des problèmes.
Il a été près de quitter la politique…
EVR: En 2003, lors de la défaite du CVP, la perspective d’un retour au pouvoir semblait si éloignée. Herman ne se sentait plus vraiment chez lui au sein du parti où une nouvelle génération se mettait en place. Martens était parti, Dehaene aussi. Il était le dernier de cette génération et avait perdu sa motivation. Je l’ai un peu « reboosté » mais, intellectuellement, il n’a jamais vraiment abandonné la politique. Mais je n’aurais pas imaginé un tel retour. Il a le sens de l’écoute, l’art de l’analyse et de la synthèse. Moi, j’ai une autre personnalité, j’ai assumé d’autres rôles. Je suis un militant.
Dirk Vanoverbeke LE SOIR 3-4 april 2010
21Mar10
Just another week. De weken gaan voorbij maar in de politiek lijken ze steeds meer op elkaar: grote plannen, hoogmissen, Staten-Generaals, debatten in de media, parlementaire interpellaties, weekendinterviews van ministers en partijvoorzitters en …op weg naar het volgende “incident”. Om iemand te parafraseren: “ ik word daar zo moe van!”.
Geen enkel probleem wordt fundamenteel aangepakt of opgelost en dit geldt zowel voor de Belgische en Vlaamse Regering. Ook de oppositie bakt er niets van. Deze week ging het weer over pensioenen, wapenbezit, Kongo, bankgeheim, hoofddoeken, schoolgebouwen, de Ring rondom Brussel. Wat voor volgende week? Het is allemaal zo voorspelbaar. De ideeënbus zit vol maar er gebeurt niets. De goedbedoelde samenkomst van 31 ministers in het Egmontpaleis over BE2020 had juist het omgekeerde effect: de beelden van het zgn. samenwerkingsfederalisme straalden enkel machteloosheid uit en de onmogelijkheid om met 6 Regeringen tot reële beslissingen te kunnen komen.
Vedette van de week: Pieter De Crem in de controverse over de aanwezigheid van Congolese militairen op de 21-juli défilé. Wie ligt daar nu buiten de Wetstraat wakker van? Vandaag opent een krant en de radio- en televisiejournaals met het grote debat over de protocollaire functie van de Koning. Alexander De Croo zei dat we ons moesten voorbereiden op de nieuwe Koning want die zal niet lang op zich laten wachten…Alsof dit land geen andere katten te geselen heeft. De echte vraag is: zal België Koning Albert overleven als elke ernstige institutionele en sociaal-economische hervorming onmogelijk blijkt in dit land?
Met ouder te worden word ik misschien soms wat cynischer maar ik denk dat velen in de politiek er ook zo over denken en zeker bij de bevolking waar de apathie voor het politiek gebeuren volgens de jongste enquêtes nog steeds toeneemt. Partijvergaderingen verlopen zonder enthousiasme en de Parlementen draaien op routine. Deze sfeer heb ik in jaren niet meer meegemaakt.
Zelf tracht ik mijn werk te doen in het Vlaams Parlement en ga ik nog regelmatig spreken. Zo was ik deze week samen met Christian Van Eyken (UF) te gast bij Professor Carl Devos aan de RUG over BHV en volgende week is het VRG-kopstukkendebat in Leuven. Ik doe zulke debatten al 32 jaar met steeds nieuwe generaties (ik voerde nog kopstukkendebatten met Van Miert en Willy Declercq) maar zolang ze mij vragen ga ik!
Tijdens het actualiteitsdebat in het VP over de ministeriële beloftes kwam ik in aanvaring met John Crombez (sp.a) over de volkslening. De herhalingsbeelden van Villa Politica zaterdag jl. toonden aan dat de Vlaamse meerderheid nog veel werk heeft om op dezelfde lijn te staan als er budgettaire keuzes moeten gemaakt worden. Het wordt hoogtijd dat de Lange Wapper discussie wordt getrancheerd want tussen de partners groeit het wantrouwen met de dag. Kris Peeters had zich zijn tweede ambtstermijn wellicht anders voorgesteld. En dan wacht nog BHV met “quid NV.A?”
Vrijdag werd ik gebeld door enkele kranten over de besparingsoperatie bij de VRT. Als gewezen minister van media krijg ik nog steeds veel lof (zelfs van Tony Mary) over mijn rol bij de hervorming van de openbare omroep in de jaren negentig. Dat doet plezier maar de huidige besparingsplannen afdoen als “een bloedbad, de ontmanteling van de openbare omroep, een horrorscenario” is puur stemmingmakerij en meer ingegeven door de belangen van enkele productiehuizen dan door het algemeen belang van de omroep. Zelfs na de besparingsoperatie blijft de VRT beschikken over ongeveer 2.500 actieve medewerkers en 430 miljoen aan middelen om radio en televisie te maken. De financiële middelen van de VRT zijn de jongste 10 jaar met bijna de helft gestegen. Zoals elders bij de Vlaamse overheid moet er evenwel bespaard worden en in de beheersovereenkomst 2007-2011 heeft de VRT zichzelf geëngageerd om naar een structureel begrotingsevenwicht te gaan. “ De tering naar de nering zetten” zoals dat in elk bedrijf geregeld moet gebeuren. Dat heeft niets te maken met cijferfetisjisme wel met goed bestuur.
De politiek krijgt het verwijt dat ze niet weet waar ze met de publieke omroep naartoe wil. De missie van de VRT is zeker niet aan herziening toe. Die staat duidelijk omschreven in de decreten en in de beheersovereenkomsten. Er is geen behoefte aan een existentieel debat. Het is echter de taak van de VRT zelf om inhoud aan haar missie te geven of moet het Vlaams Parlement weer gaan tussenkomen over welke programma’s er al dan niet moeten gemaakt worden? Ik lees dat “met de besparingen de VRT enkel nog nieuws kan uitzenden met daartussen hooguit herhalingen van De Kampioenen”? Wat een demagogie! Er zal moeten gesnoeid worden. Dat deed Bert De Graeve ook toen hij het personeelsbestand reduceerde met een veelvoud van wat nu voorligt en bv. bewust niet meedeed aan de aanbesteding voor het binnenhalen van de rechten van het Belgisch voetbalcontract. Er zullen inderdaad wat minder programma’s gemaakt worden door (vaak) peperdure productiehuizen (die een Staat binnen de Staat aan het worden zijn bij de VRT) en wat minder eigen drama en fictie maar met 430 miljoen euro zal men toch niet moeten terugvallen op avonden met enkel goedkope Amerikaanse feuilletons?
In de zomer zal men het wereldkampioenschap voetbal uitzenden in Zuid-Afrika en volgend jaar de Olympische Spelen in London. Kan er dan niet wat bespaard worden op sportrechten zoals F1 en de wekelijkse cyclocrossen? Zijn de managementstructuren niet te log en te duur en kunnen bepaalde budgetten voor sommige ontspanningsprogramma’s niet beter in de hand worden gehouden?
Ik heb ertoe bijgedragen dat de politiek zeer veel onafhankelijkheid heeft gegeven aan de VRT. Dat moet zo blijven maar dat men ermee ophoudt de parlementsleden te verwijten dat ze de VRT aan het ontmantelen zijn. Vorige weken stonden de VRT-vedetten te glunderen op de Nacht van de Vlaamse Televisiesterren. Ze vielen haast overal in de prijzen en roemden hun eigen kwaliteit en prestaties. “Nooit deed de VRT het zo goed als in 2009” wordt er gezegd door de mediajournalisten en op Humo’s Pop Poll. Wie dezer dagen de kranten leest heeft echter de indruk dat er deze week een aanslag is gebeurd op de VRT. “Een plan gemaakt om af te schieten” titelt De Standaard alsof Piet Van Roe een soort Nick Reilly is.
Ingrid Lieten mag zich als mediaminister niet laten provoceren en de fout begaan om het werk van de VRT directie en de Raad van Bestuur te gaan bekritiseren en zelf de VRT te gaan managen. Dat zou pas een terugkeer inluiden naar de BRTN en de politisering van vroeger.
Het plan Van Roe is geen ideeënbus maar vormt een ernstige basis om de VRT opnieuw een gezonde financiële structuur te geven.
Besturen is plannen maken, beslissen en ze nadien ook uitvoeren. Vaak vergeet men het tweede en het derde. Ik word daar zo moe van…