20Nov11
Vanmiddag nam ik deel aan Mise au Point ( RTBF) met als thema ” Budget: pourquoi ça coince” met o.m. André Flahaut (PS), André Antione (CDH), Jacky Morael (Ecolo), Olivier Chastel ( MR) en van Vlaamse zijde Guy Vanhengel (VLD), Siegfried Bracke (N.VA) en Eric Van Rompuy (CD&V). Witte rook is niet uit dit debat gekomen. Het viel mij op hoe sterk de tegenstellingen blijven tussen liberalen en socialisten: “pas de chasse aux chomeurs” , “pas de hold-up sur les classes moyennes”. Niemand wil de totale blokkering maar de electorale taboes blijven overeind.
Ik herhaalde mijn kritiek op Di Rupo die er niet in slaagt boven zijn partij en de vakbonden uit te stijgen en voorstellen te formuleren waarin de verschillende partijen zich kunnen vinden.“Elio Di Rupo nous a déçu au regard des propositions, il ne se comporte pas comme un arbitre.Il est trop lié à la gauche wallonne”. ” Van Rompuy a appelé le formateur à faire des propositions équilibrées et s’élever au-dessus de la mêlée”.
Men heeft blijkbaar nood aan een centrumpartij als CD&V of liever CVP die vroeger met Dehaene nog in staat was de leiding te nemen en syntheses te maken. Het verschil met het verleden is dat het resultaat zal beoordeeld worden door de financiële markten en de Europese Unie. Halfslachtige oplossingen zonder structurele ingrepen zullen de toets niet doorstaan van de markten en de EU.
Ik besloot de uitzending met de zin: “il faudrait un miracle” (Eric Van Rompuy-CD&V)
Bij het verlaten van de studio zei een collega mij : “on n’est pas encore sorti de l’auberge”. Hopelijk heeft hij ongelijk.
In het Vlaams Parlement blijft het dossier van Dexia en de Gemeentelijke Holding op de agenda.
Hierover had ik een interview in Villa Politica :
druk hierop om het interview met Linda De Win te bekijken en beluisteren:
http://www.deredactie.be/permalink/1.1155443
Eric Van Rompuy staat niet op de rem
Eric Van Rompuy, voorzitter van de Commissie Financiën en Begroting deelt mee dat zoals afgesproken werd in de Commissie, de heer Hugo Van Driessche, waarnemer van de Vlaamse overheid bij de Gemeentelijke Holding, naar het Vlaams Parlement komt voor een hoorzitting op woensdag 23 november om 10 uur.
Op woensdag 30 november is er een hoorzitting in het Vlaams Parlement met de heer Axel Miller, gewezen gedelegeerd bestuurder en voorzitter van het directiecomité van Dexia (Miller wordt gehoord in de bijzondere Dexia-Commissie in de Kamer op 25 november). Met Jean-Luc Dehaene zal een nieuwe afspraak met het VP worden gemaakt na zijn hoorzitting in de Kamer op 21 novenmber e.k.
Eric Van Rompuy neemt het niet dat Groen! bij monde van Filip Watteeuw hem verwijt op “de rem te gaan staan”. Van Rompuy voert nauwgezet de afspraken uit die worden gemaakt in de Commissie.
Het feit dat er deze week geen hoorzittingen waren heeft te maken met de weigering van de gouverneur van de NBB Luc Coene en van de voorzitter van FSMA Servais om naar het Vlaams Parlement te komen voor een hoorzitting omdat ze stellen dat de GH niet onder het toezicht valt van NBB en FSMA vermits de Gemeentelijke Holding niet het statuut heeft van een kredietinstelling of een beroep doet op het publiek spaarwezen. Ze hebben t.a.v. de GH geen enkele bestuursdaad gesteld in hoofde van hun prudentieël toezicht omdat ze ter zake niet bevoegd zijn.
Eric Van Rompuy zal op vraag van de Commissie in de eerste weken van december een gedachtewisseling organiseren in de Commissie Financiën met de Vlaamse Regering over de context waarbij in juni 2011 is beslist om een bijkomende gewestwaarborg te geven aan de GH.
Op basis van de inzichten die dan verworven zijn zal worden nagegaan hoe de Commissie Financiën haar werkzaamheden verder zal organiseren. ”Van op de rem te staan” is bijgevolg geen sprake, integendeel.
16Nov11
Eric Van Rompuy zet in 2014 een punt achter zijn politieke carrière. Hij zal dan 65 zijn en mag dan terugblikken op een rijkgevulde loopbaan. De dokter in de economische wetenschappen, die in 1977 voor het eerst verkozen werd tot nationaal voorzitter van de CVP-jongeren, was ondermeer Europees parlementslid, Kamer- en Vlaams Parlementslid, om uiteindelijk ook Vlaams minister van Economie, KMO, Landbouw en Media te worden.
De oudere broer van Europees president Herman stond echter ook bekend als een van de grootste voorvechters van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Jarenlang reed hij de Gordel met t-shirts ‘Splits nu’ en ‘Ik hou van alle zes’ en uiteindelijk werd zijn droom recent werkelijkheid. Het nieuws van de splitsing moet toch wel voor een bijzonder moment gezorgd hebben.
De splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde is er eindelijk. U heeft er zich jaren voor ingezet en op de barricaden blijven staan. Hoe blij bent u?
ERIC VAN ROMPUY : Ik ben natuurlijk heel gelukkig met de splitsing nadat ik me er jaren voor heb ingezet. Zelf woon ik in Sterrebeek op 200 meter van Wezenbeek en evenveel van Kraainem. Ik ben jarenlang opgekomen voor het Vlaams karakter van die Vlaamse randgemeenten en de splitsing maakte wezenlijk deel uit van die strijd. In 2004 reed ik de Gordel met dat ondertussen beroemd geworden t-shirt ‘Splits BHV nu’ en dat is nu toch ook al zeven jaar geleden. Eindelijk is de splitsing er nu echt en wel aan de voorwaarden die vanuit Vlaams oogpunt heel verdedigbaar zijn. Zo is er geen uitbreiding van Brussel en kunnen er geen tussenkomsten komen van de Franse gemeenschap in de faciliteitengemeenten. Ook de federale kieskring is er niet gekomen. De benaming ‘zuivere splitsing’ is dus zeker op zijn plaats!
Het dossier was als een blok aan het been van de regeringen van de laatste jaren. Het einde van ons land leek zelfs in zicht. Ervaart u naast een gevoel van blijdschap ook iets van opluchting?
ERIC VAN ROMPUY : De afhandeling van het BHV-dossier maakt geen deel uit van mijn persoonlijk geluk, maar ik ben wel niet ongelukkig dat mijn jarenlange inzet die veel energie gekost heeft, toch heeft geloond. BHV was een thema geworden dat de Belgische politiek enorm bepaald heeft. De laatste verkiezingen gingen zelfs voor een stuk over het heikele thema. BHV maakte ook de onmacht van de Vlamingen duidelijk om dingen te realiseren in België en beklemtoonde het onbegrip van de Franstaligen, denk maar aan de veto’s van Maingain. Uiteindelijk boeken we nu toch een goed resultaat, politiek gezien. Ik beschouw de manier waarop we het dossier hebben aangepakt dan ook als een van de mooiste momenten van mijn politieke loopbaan.
We hadden ergens verwacht dat het succes van de splitsing door u als een hoogtepunt zou worden gezien. Dat is toch niet het geval?
ERIC VAN ROMPUY : Neen, ik wil dat niet overdrijven. Ik heb tenslotte een carrière achter de rug die misschien nog een aantal andere topmomenten bevat. Ik begon als nationaal voorzitter van de CVP-jongeren in 1977 en heb in die functie zelfs ook de eerste regering-Martens doen vallen in 1979, ook al over de problematiek Brussel. Daarnaast zie ik mijn lange periode als minister van media en economie toch ook als een schitterende periode. Ik ben ook fractieleider geweest. Kortom ik heb veel dingen meegemaakt. Waar ik het meest trots op ben is de lengte van mijn loopbaan. Als ik zie dat Inge Vervotte al stopt na amper acht jaar, dan begrijp ik dat toch niet zo goed na 30 jaar politiek op het hoogste niveau. Dat is naast mijn trouw aan de partij en mijn principes het mooiste geweest. Ik heb veel dingen kunnen realiseren of in gang zetten. BHV is daarbij een van de hoogtepunten, zeker omdat ik mee onderhandeld heb met Wouter Beke. Tijdens de laatste maanden heeft niemand gedacht dat we toch resultaten gingen boeken. Vaak was de wanhoop nabij maar toch kwam er een oplossing. Voorwaar een mooi orgelpunt in mijn loopbaan (lacht).
U heeft mee onderhandeld met uw voorzitter. Heeft u het gevoel dat u ergens uw stempel heeft kunnen zetten in het akkoord?
ERIC VAN ROMPUY : Beke heeft me in augustus 2010 gevraagd om mee de onderhandelingen te voeren. Het waren de gesprekken over BHV met mensen als Vandenbroucke, Weyts, Moureaux en Milquet. Nadat die onderhandelingen helemaal mislukten, hebben we ’t nog eens geprobeerd in de missie Beke met Di Rupo en De Wever, maar ook die pogingen draaiden op niets uit. Beide partijen waren toen te veeleisend maar een paar maand later lukte het plots wel.
De meerderheidspartijen beschouwen het akkoord als een heel goede overeenkomst met de Franstaligen. De kritiek van de oppositie was niet mis. Overtuigt u ons toch nog eens waarom het bereikte compromis nog zo slecht niet is voor de Vlaming.
ERIC VAN ROMPUY : Vroeger konden Franstaligen in gemeenten die op Vlaams grondgebied liggen stemmen op Franstalige kandidaten. Met het akkoord kan men in de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde niet meer kiezen voor die politici. Die konden tot voor kort evengoed kandidaat zijn in Halle, Grimbergen of Zaventem. Nu is er een aparte kieskring Brussel, een kieskring Halle-Vilvoorde en een kieskring Leuven. Dat zijn allemaal Vlaamse kieskringen geworden. Enkel in de zes faciliteitengemeenten kan men nog stemmen voor Franstalige kandidaten. In die zin kan je de splitsing zien als een zuivere Vlaamse splitsing. Daartegenover vroegen de Franstaligen de uitbreiding van Brussel, ze wilden ook maar al te graag dat de zes faciliteitengemeenten een tweetalig statuut kregen en bij Brussel gevoegd zouden worden, maar daarvan is niks in huis gekomen. Van andere voorstellen zoals de ratificatie van het minderhedenverdrag is uiteindelijk ook niets in huis gekomen. De taalgrenzen zullen in de toekomst niet meer betwist worden en zo werd de expansiedrang van Brussel definitief stopgezet.
Bij de onderhandelingen speelde uw voorzitter Wouter Beke hoog spel. Hij nam op een bepaald moment zelfs niet te onderschatten risico’s. Is de CD&V, nu er toch een akkoord is gevonden, daarom de grote winnaar in het verhaal?
ERIC VAN ROMPUY : We hebben inderdaad wat risico’s genomen, want het compromis over BHV had evengoed door De Wever kunnen gesloten worden. Ons akkoord staat niet zo ver af van zijn ideeën. De Wever verkoos op een bepaald moment om niet verder te onderhandelen. Het was ‘over and out’. Daarop heeft Wouter het risico genomen om over de moeilijkste onderwerpen toch te gaan onderhandelen en uiteindelijk slaagde hij in zijn opzet. We mogen trots zijn op het bereikte compromis. De Wever maakt nu grote verwijten en goochelt met woorden als boerenbedrog en met cijfers die niet correct zijn. De Wever toont zich een slechte verliezer, hij heeft een historische kans gemist om een groot akkoord te maken. De CD&V werd bij de vorige verkiezingen afgestraft door de kiezer omdat er geen akkoorden waren, maar nu we de weg van de onderhandeling kozen, heeft dat mooie resultaten opgeleverd.
BHV was een van de moeilijkste dossiers uit de Belgische geschiedenis. Er werd op een bepaald moment zelfs gevreesd voor het einde van België met een koning die paniekerig uit vakantie terugkeerde. Heeft u zelf ook gevreesd dat het slecht zou aflopen met ons land?
ERIC VAN ROMPUY : Op een bepaald moment was België klinisch dood. De laatste drie jaar hebben velen geprobeerd om naar een akkoord te gaan. De ene keer heette het een ‘New Deal’, dan weer een ‘Big Bang’ of een ‘Nieuw Evenwicht’. Yves Leterme, Jean-Luc Dehaene, Marianne Thyssen en ook mijn broer Herman, toch niet van de minsten, allen hebben ze geprobeerd om naar een oplossing te gaan, maar nooit zijn ze erin geslaagd. Tijdens het laatste jaar kregen De Wever en Di Rupo de kans, maar van bij het begin liep het verkeerd en werd de sfeer alsmaar negatiever. Op een bepaald moment stond de CD&V voor de keuze : verkiezingen of toch nog verder onderhandelen en we kozen voor de laatste optie, ook al omdat we toch niet zo gerust waren in een nieuwe confrontatie met de kiezer. Ik ben blij dat we toen doorgezet hebben ook al weigerden de Franstaligen altijd onze voorstellen. Ik mag zeggen dat zij de grote schuldigen zijn geweest voor de enorme crisis. Het bereikte BHV-akkoord biedt nu nieuwe mogelijkheden. Men heeft nu een nieuwe basis om te kiezen voor een nog grotere autonomie van de deelstaten. Men kan nog duidelijker opteren voor het bewaren van het Vlaamse karakter van de Brusselse rand. Anderzijds zijn de grootste zorgen voorbij en kan men nu de andere problemen oplossen met de kwakkelende economie als topissue. Er is de lagere economische groei en de internatonale economische crisis die ook Amerika en Japan treffen. We moeten zien dat Vlaanderen zich kan blijven handhaven.
Het bereikte akkoord zet De Wever en Maingain duidelijk in de hoek van de verliezers. Uw partijvoorzitter Wouter Beke mag zich daarentegen een van de winnaars noemen. In hoeverre kan dat zijn positie versterken?
ERIC VAN ROMPUY : Voor de partij was het goed dat we bleven zoeken naar een akkoord. We zijn en blijven een bestuurspartij, zowel op federaal als op regionaal niveau. We hebben een lange traditie van oplossingen aanreiken, separatisme is aan ons niet besteed. Beke heeft risico’s genomen door zonder de NV-A te onderhandelen en heeft bewezen dat hij een krachtige voorzitter is die beslissingen durft te nemen. We hopen dat het de partij electoraal ten goede komt, maar dat moet nog blijken. We moeten nu zorgen dat de hervorming er komt in Kamer en Senaat en een nieuwe regering op de rails zetten die een goed beleid voert ook op socio-economisch vlak. De nieuwe regering moet nu vooral de problemen aanpakken.
De nieuwe regering is er nog niet en dus blijft het een open vraag wie minister wordt. Behoort u eigenlijk nog tot de kandidaten? Het is wellicht uw laatste kans om het te worden?
ERIC VAN ROMPUY : (lacht) Ik denk niet dat ik nog in aanmerking kom, ook al omdat het gaat om een federale regering. Als ze mij dat toch zouden vragen, zou ik het zeker willen doen, maar de kans is klein. Er zijn genoeg kandidaten : Leterme en Vervotte zijn dan wel weg, maar Stefaan De Clerck, Steven Vanackere, Pieter Decrem en misschien nog een paar nieuwe namen dingen allemaal mee naar een ministerpost.
U heeft uw droom om nog eens minister te worden kennelijk van u afgelegd. Ooit was dat anders. In 2004 werd u door Leterme schromelijk over het hoofd gezien toen u als fractieleider in het Vlaams parlement krachtig oppositie voerde en uw partij plots de sleutel in handen kreeg voor de Vlaamse regering. Niet u maar Kris Peeters werd toen minister.
ERIC VAN ROMPUY : Ik had in die periode mee de regeringsonderhandelingen gevoerd samen met Leterme. Toen de ministerposten werden uitgedeeld moest ik in de krant lezen dat hij Kris Peeters van buiten de politiek had gehaald. Dat was een zware teleurstelling. Leterme heeft me toen echt links laten liggen. Ik had nochtans vijf jaar krachtig oppositie gevoerd en lof gekregen van pers en van collega’s. Dat heeft me toen heel zwaar ontgoocheld.
Is dat inmiddels verteerd of blijft zoiets tot het eind van uw carrière sluimeren?
ERIC VAN ROMPUY : Het leven gaat door, ook in de politiek. Toch was het niet mijn laatste ontgoocheling. Ik wou graag parlementsvoorzitter worden en Marianne Thyssen had me dat ook expliciet beloofd, maar door de speling van de portefeuilles ging het voorzitterschap naar NV-A’er Jan Peumans. Nochtans wou ik maar al te graag mijn loopban afsluiten in die functie, ik was degene die de langste staat van dienst had. Ook die droom is me niet gegund : in de politiek kan je je slagveld kiezen, maar je kan niet kiezen waar je terecht komt.
U heeft nu nog een mandaat tot 2014. U zal dan 65 zijn. Stopt u dan met de actieve politiek of zou het kunnen dat de microbe toch nog te sterk kriebelt?
ERIC VAN ROMPUY : In 2014 word ik inderdaad pensioengerechtigd (lacht), dat na meer dan 32 jaar parlementslid. Je mag nooit nooit zeggen in de politiek, maar normaalgezien zal dit mijn laatste mandaat als parlementslid zijn. Ik heb nu nog twee en een half jaar voor de boeg en wil er alles aan doen om daar nog boeiende politieke jaren van te maken. Ik ben nog altijd voorzitter van de commissie financiën en begroting in het Vlaams parlement. Ik ben ervan overtuigd dat ik daar nog veel kan realiseren. Gemeentelijk blijf ik wel actief. Ik ben schepen in Zaventem en als de kiezer het wil zou ik dat graag willen blijven!
Veel politici stappen tegenwoordig vervroegd uit de politiek : Frank Vandenbroucke, Inge Vervotte, Sven Gatz, Dirk Sterckx om er een paar te noemen. Is dat allemaal toeval?
ERIC VAN ROMPUY : Ik ben geboren in de politiek en ben ook nooit van partij veranderd. Ik hou veel van mijn job, nationaal, maar ook in de gemeente Zaventem . Ik heb 16 verkiezingen meegedaan en heb alles beleefd in die lifetime job. Ik moet er enkel voor zorgen dat ik mezelf niet overleef, maar aan vervroegd stoppen heb ik nooit gedacht. Vervotte houdt het na 8 jaar al voor bekeken. Ik begrijp niet dat je na zo’n korte periode al een burn out ervaart. Politieke loopbanen worden alsmaar korter, men lanceert mensen zonder ervaring en geeft ze topfuncties, maar na een aantal jaren zijn ze erop uitgekeken vooraleer het echte politieke leven begint. Ik heb altijd heel graag aan politiek gedaan. Soms word je ontgoocheld, je wordt geen minister, maar je moet altijd je werk blijven doen in het parlement en anderzijds moet je ervoor zorgen dat je herverkozen wordt natuurlijk. Ik zal niet graag stoppen, want ik voel me nog heel sterk en ik doe de job nog veel te graag. Ook het feit dat Herman Europees president is geworden, is een stimulans om ermee door te gaan. We hebben altijd schouder aan schouder in de politiek gestaan, we zijn zelfs ooit samen minister geweest.
Je broer staat op de top van zijn kunnen en krijgt veel aandacht. Hoe ga jij met die rol in de schaduw om?
ERIC VAN ROMPUY : Ik zie hem op tv voor de UNO staan of in gesprek met Obama en dan ben ik toch heel fier op hem. We zijn destijds samen begonnen, hebben jarenlang samen campagne gevoerd, altijd op dezelfde affiche. We zaten in duizenden vergaderingen en trokken samen op ook toen het moeilijk ging. Een paar jaar geleden waren we in de oppositie beland en was mijn broer plots een anoniem kamerlid geworden na zijn periode als vicepremier. Op een bepaald moment wou hij stoppen, maar ik heb hem ervan overtuigd door te gaan. Ik ben zelfs nog verkiezingsborden voor hem gaan zetten. Ondertussen is hij outstanding, een topper zoals Verhofstadt, Martens en Dehaene dat zijn. En plots, als bij toeval, werd hij premier na het ontslag van Leterme. Even later werd hij door omstandigheden zelfs de eerste president van Europa. Veel hangt af van toeval en omstandigheden, maar het feit dat Merkel en Sarkozy hem hebben gevraagd, is het bewijs dat hij de juiste man was. Hij doet het heel goed en nu staat hij voor een enorme Euro-crisis. De uitdaging mar ook het vertrouwen zijn groot. Ondertussen blijft hij bescheiden. We bellen af en toe met mekaar maar dan gaat het niet over de dossiers. De gesprekken gaan meer over persoonlijke en familiale dingen. Ik ga met hem niet op een familiereünie zitten kletsen hoe hij de Griekse crisis moet oplossen. Daarvoor is hij zelf bekwaam genoeg.
http://www.ericvanrompuy.be
STEVEN VERHAMME
Exclusief 15 november 2011
Vandaag kwam ik tussen in het Vlaams Parlement . Zie interview in VILLA POLITICA
Druk hierop om het te bekijken en beluisteren http://www.deredactie.be/permalink/1.1155443
06Nov11
Bij het kijken naar de Zevende Dag heb ik mij geërgerd aan:
- Paul De Grauwe: deze heeft de status gekregen van huiseconoom van de openbare omroep. Als professor gelden zijn stellingen als objectief en wetenschappelijk en niemand spreekt hem nog tegen. Zo hoor ik nu al dagen lang op de publieke radio en televisie dat “de oplossing van de eurocrisis erin zou bestaan dat de Europese Centrale Bank de geldkraan moet openzetten en zonder limieten staatsobligaties moet opkopen van de zwakke eurolanden als Griekenland en Italië”. Zijn opvolger aan de KUL, prof. Frank Smets, stelt daartegenover: “Als de ECB een soort blanco cheque geeft aan de overheden zou dit een omgekeerd effect hebben. Het leidt tot budgettair laxisime. Die overheden zouden dan de noodzakelijke sanering van de overheidsfinanciën uitstellen.Volgens het Europees verdrag is monetaire financiering (geld drukken om overheden te financieren) trouwens niet toegelaten. De ECB kan niet onbeperkt cash ter beschikking stellen van de overheden.” (De Tijd 5/12). Een andere topeconoom Frank Boll waarschuwt ” voor inflatie bij het onbeperkt toenemen van de geldmassa. Het opendraaien van de geldkraan is om de financiële crisis te bestrijden geen goed idee en tast op termijn het vertrouwen aan.” ( De Tijd 3/12).De Grauwe heeft 35 jaar lang aan generaties studenten in Vlaanderen onderwezen dat de rol van de overheid zich moest beperken tot het beheersen van de “money supply”; de overheid had in zijn monetaristische visie geen andere ordenende taak in de markt. Dat was toen zijn wetenschappelijke analyse; vandaag hoor ik net het omgekeerde. Wordt de publieke opinie hier niet misleid? De Grauwe heeft natuurlijk het recht om zijn mening te uiten maar kan de openbare omroep ook geen andere stemmen laten horen? Economie is geen exacte wetenschap en zit vol meningen en waardeoordelen. Nu komt het over alsof er maar één objectieve waarheid is.
- Gwendoline Rutten: vindt dat de onderhandelaars moeten opgesloten worden tot er een akkoord is maar intussen blijft ze verkondigen dat “het geld moet gehaald worden bij de overheid en niet bij de mensen”. Vorige week heeft de Vlaamse Regering gesteld dat zij haar engagement van een begroting in evenwicht in 2012 zal nakomen ook nu er minder inkomsten worden verwacht omwille van de lagere economische groei, maar dat het niet haar taak is overschotten te creëren. Rutten wil om louter partijpolitieke redenen (VLD zit niet in de Vlaamse Regering) dit debat heropenen en nog enkele dagen (zoals vorige week) bakkeleien over welk niveau de saneringsinspanningen moet doen, alsof de Vlaamse overheid niet bestaat uit mensen zoals onderwijskrachten, welzijnswerkers, gehandikapten, wetenschappers en er daar ruimte zou zijn om te besparen zonder te raken aan “mensen”. Rutten is bang dat er het zonder belastingsverhogingen in de federale begroting niet zal gaan en zoekt nu al naar een zwartepiet. “Une petite madame”. Ik had van de nieuwe generatie Parlementsleden meer politieke moed verwacht.
- John Crombez: pleit in De Zevende Dag voor een onderzoekscommissie Dexia in het Vlaams Parlement en dit in tegenstelling met wat was afgesproken tussen de meerderheidspartijen in het VP.
Vorige week hebben we de Gemeentelijke Holding ( Francis Vermeiren en Carlos Bourgeois) gehoord in de Commissie Financiën en woensdag a.s. komt Jean-Luc Dehaene voor een speciale hoorziting naar het VP. We hebben ook de intentie de Gouverneur van de Nationale Bank te horen en de verschillende Vlaamse ministers die de gewestwaarborg aan de GH hebben gegeven.
Ook de oppositiepartij VLD in het VP was van oordeel dat we eerst hoorzittingen zouden organiseren en op basis hiervan evalueren of een onderzoekscommissie bijkomende informatie kan opleveren en verantwoordelijkheden kan vastleggen.
John Crombez heeft zijn mening al gevormd en geuit vooraleer we onze geplande werkzaamheden hebben afgerond in de Commissie Financiën. Is de hoorzitting met Jean-Luc Dehaene dan overbodig? Over wat zou die onderzoekscommissie trouwens gaan? Heel het Dexia-dossier, het financieël toezicht, de Gemeentelijke Holding, de bankencrisis, de rol van de overheden? Een onderzoekscommissie moet precies aflijnen waarover het gaat en wat zijn finaliteit is.
In de Kamer start men met een bijzondere commissie die de omstandigheden onderzoekt die hebben geleid tot de ontmanteling van Dexia. Intussen zouden wij in het Vlaams Parlement een parallel onderzoek starten in een speciale parlementaire onderzoekscommissie.
Ik las onder het weekend in DE TIJD een pagina groot artikel “ dringen op beklaagdenbank van Dexia” met de foto’s van de beschuldigden Miller en Mariani tot Dehaene, Vermeiren, Coene en Leterme als alsof ze moeten terechtstaan op een assisenproces.
Een recente studie over het resultaat van onderzoekscommissies in het Parlement is ontnuchterend: “Bij gepolariseerde crisissituaies functioneren ze eerder als een louteringsproces dan als een machtig controleinstrument van het parlement. Hun impakt op politieke verantwoordelijkheden en de carrière van politici is nihil. Een onderzoekscommissie is geen rechtbank en kan geen sancties uitspreken.Onderzoekscommissies monden uit in een openbaar verslag met conclusies, eventuele aanduiding van verantwoordelijkheden en voorstellen tot wetswijziging.”
Kunnen deze doelstellingen ook niet bereikt worden in de bestaande commissies in het Vlaams Parlement?
Buiten de mediatieke show, wat hebben de onderzoekscommissies Sabena, Dioxine, Fortis in de Kamer of in Vlaanderen de Commissie scheepskredieten ( met vedette Karel De Gucht) in het verleden opgeleverd?
Als we in het Vlaams parlement de beslissing nemen tot de oprichting van een onderzoekscommissie Dexia dan moeten wij dit doen in gezamelijk overleg met alle politieke fracties en met een klare aflijning van doelstellingen, taken en beleidsimplicaties. Ik weet dat de mediadruk groot is en dat Parlementsleden zich geroepen voelen om in de voetsporen te treden van de Witte Ridders maar zouden wij in het Vlaams parlement niet zelf meester blijven van onze agenda?