Wie moeten we nog geloven?

In de Kamer pleitte ik, als voorzitter van de commissie Financiën, voor het behoud van het Monitoringcomité. De geloofwaardigheid van de begrotingspolitiek zal helemaal worden ondermijnd als dit Comité wordt afgeschaft zoals drie vice-premiers bepleiten. Hierdoor verliest het Parlement een belangrijk ankerpunt bij de beoordeling van de regering en zal het wantrouwen over de begrotingscijfers enkel toenemen. Na mijn tussenkomst in het begrotingsdebat van woensdag jl. zei de Eerste Minister dat in deze legislatuur het Comité zal worden behouden. Maar ook na 2019?
Het begrotingstekort zal in 2019 en 2020 opnieuw toenemen bij ongewijzigd beleid en dit op basis van de rapporten van de Nationale Bank, het Planbureau, het Rekenhof en ook van het Monitoringcomité als met al hun cijfers wordt rekening gehouden. We zijn eerder op weg naar een tekort van 2% dan naar evenwicht in 2020. Wie moeten we nog geloven?
In een gesprek met DS ( 28 juli) wordt dieper ingegaan op de perikelen tussen de regering en het Comité:

Nooit eerder stond het Monitoringcomité zo in de schijnwerpers. Eerst was er sprake van politieke druk, daarna van de afschaffing van het comité. Legt de regering zijn begrotingswaakhond aan de leiband? En wie zijn die hoge ambtenaren die ‘s lands financiële huishouding in het gareel moeten houden?
De zeven leden van het Monitoringcomité zijn de hoofden van de belangrijkste uitgavendepartementen’ en sociale parastatalen. Dat heeft de regering-Leterme zo bepaald in 2010, toen het Monitoringcomité – aanvankelijk tijdelijk – in het leven werd geroepen tijdens de periode van lopende zaken. Zijn taak? De inkomsten en uitgaven controleren en vooruitzichten formuleren. Het gaat om Alfons Boon (FOD Budget en Beheerscontrole), Hans D’Hondt (FOD Financiën), Frank Van Massenhove (FOD Sociale Zekerheid), Koen Snyders (Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid), Jo De Cock (Riziv), Anne Vanderstappen (Sociale Zekerheid Zelfstandige Ondernemers) en Pierre Reynders (Inspectie van Financiën).
‘Ook vanuit de Kamercommissie-Financiën hebben we geen contact met het Monitoringcomité’, vertelt voorzitter Eric Van Rompuy (CD&V). ‘Voor velen van ons was de hoorzitting met Alfons Boon een eerste kennismaking.’
Daags na de publicatie van het rapport mocht minister van Begroting Sophie Wilmès (MR) het komen uitleggen in de Kamer. ‘Als de regering écht de pen had vastgehouden, dan zou het rapport er ongetwijfeld anders hebben uitgezien’, verdedigde ze zich.

‘Serieuze druk’

‘Het antwoord van Wilmès in de Kamer was absoluut niet voldoende’, zegt Eric Van Rompuy. ‘Dus besloten we de voorzitter van het Monitoringcomité in de commissie-Financiën uit te nodigen. Als parlement hebben we maar een paar ankerpunten, het comité is daar een van.’
De regering was not amused. Zowel vanuit de Zestien als vanuit het kabinet-Wilmès werd meermaals contact opgenomen met Van Rompuy om hem te doen afzien van de geagendeerde hoorzitting. ‘Er is geen toelating gevraagd aan de voogdijminister’, klonk het berispend. Een heel weekend werd op Van Rompuy ingepraat – ‘noem het gerust serieuze druk’ – maar dat was voor de CD&V’er een reden om vooral niét te plooien. Wel gaf hij toe op Wilmès’ vraag om mee te komen, ‘want dat is ook haar recht’.
Geflankeerd door de minister erkende een zichtbaar nerveuze Alfons Boon dat er binnen het ­Monitoringcomité geen eensgezindheid was. Het einde van de hoorzitting was niet gespeend van enige pathos. ‘Zes maanden voor mijn pensioen laat ik mij niet in een hoek duwen. Ik heb mijn hele leven ministers gediend van alle partijen, van ‘s morgens tot ‘s nachts’, pleitte Boon vurig. ‘En ik zal dat ook blijven doen.’
Boon krijgt krediet van de andere leden. ‘Hij staat nu eenmaal op een zucht van zijn pensioen, hij wil in schoonheid eindigen’, klinkt het. Dat hij zich laat doen door de politiek is ‘te zwart-wit gesteld’, want begroting is hoe dan ook een politiek bedrijf. ‘Als de regering haar cijfers zou opsmukken, dan komt ze bij de volgende budgetcontrole zichzelf keihard tegen.’
Maar zeggen dat er helemaal geen druk is, doet niemand. Het gaat van ‘geen commentaar’ tot ‘ja, er wordt subtiel aangegeven dat we het meest optimistische of voluntaristische scenario moeten volgen’. ‘Kijk, we proberen allemaal ons werk zo ernstig mogelijk te doen. We zijn topambtenaren die staan op hun onafhankelijkheid – kijk naar het ledenlijstje, dan weet je het wel.’

In de vergaderingen speelt het politiek etiket van de ambtenaren volgens verschillende betrokkenen ‘geen rol’, maar ze sluiten niet uit dat het daarbuiten wél van belang is. ‘Zo’n begrotingsopmaak gebeurt niet in het luchtledige’, zegt Eric Van Rompuy. ‘Er is altijd interactie. Op de Zestien is kabinetschef Rudy Volders de arrangeur die de contacten met de administraties onderhoudt en het overzicht bewaart. Elke premier heeft zo iemand.’

Schieten op de pianist

Na het Zomerakkoord keerde plots het tij. Niemand minder dan vicepremier Didier Reynders (MR) stelde in deze krant voor om voortaan verder te gaan zonder het Monitoringcomité. Ook Jan Jambon (N-VA) was dat idee onmiddellijk genegen. Hun CD&V-collega Kris Peeters zei de schijn van hocus pocus te willen vermijden. ‘Het is de regering die de juiste cijfers heeft.’
En zo werden de bollebozen van het Monitoringcomité ineens de zondebokken. Alsof zij verkeerde cijfers aanleveren en de regering die vervolgens wel verplicht is te corrigeren. Dat corrigeren is trouwens een terugkerend patroon. ‘In dit land wordt niet geteld, maar onderhandeld over hoeveel geld er in de kassa is’, schreef voormalig Wetstraatjournalist Guy Tegenbos ooit.
Wat Eric Van Rompuy het meest frustreert, is dat de regering blijft volhouden dat we eind volgend jaar een begrotingstekort zullen hebben van 0,6 procent terwijl verschillende instellingen daar anders over denken. ‘De Europese Commissie, het Planbureau, de gouverneur van de Nationale Bank en ook het Rekenhof voorspellen dat het begrotingstekort bij ongewijzigd beleid zal toenemen’, aldus het CD&V-Kamerlid. ‘Eind volgend jaar dreigen we te landen tegen de 2 procent. Dat zeggen zij. Maar de regering zegt iets anders. Wie moeten we nog geloven?’

Marjan Justaert (D.S. 28/07/2018)