Interview Van Rompuy & Van der Maelen

Van der Maelen & Van Rompuy over hun laatste jaar in de politiek.

In 2013, na zijn openhartoperatie, vroeg Eric Van Rompuy aan zijn arts of hij klaar was voor nog eens vijf jaar in de politiek. “Hij kaatste de bal terug en vroeg me waar ik het meeste van zou afzien: vijf jaar in het parlement, of vijf jaar thuis zitten en toekijken hoe een ander verkozen geraakt.” Vandaag stelt de keuze zich opnieuw. “Maar ik word er volgend jaar 70. En Herman De Croo ( 80 jaar, 50 jaar in de Kamer, nvdr.) ga ik toch nooit inhalen.” Dus heeft Van Rompuy besloten om in 2019 na 36 jaar parlement in schoonheid te eindigen. Idem voor zijn SP.A-collega Dirk Van der Maelen, die dan 30 jaar parlement op de teller heeft. “Zonder rancune, zonder bitterheid”, zeggen ze. En zonder nu al uit te bollen: het duurde weken voor we de twee samen aan een tafel kregen. Uiteindelijk lukte het toch, op een donderdagochtend, om 7.45 uur.

“Wij staan nog meer dan ons mannetje”, zegt Van der Maelen. “Maar ik zou niet willen dat de volgende legislatuur er een te veel is. Misschien ziet de buitenwereld dat nog niet, maar ik krijg het steeds moeilijker om mij op te laden.”

Van Rompuy: “Als ik u hoor tekeergaan, dan merk ik daar nochtans weinig van.”

Van der Maelen: “Dat is mijn kort lontje van de verontwaardiging. (lacht) Ik voel mijn fysieke kracht afnemen. Vroeger kreeg men mij niet moe, maar nu ben ik op het einde van een week blij dat ik wat rust kan nemen. Het komt ook doordat je vaker het gevoel hebt dat je alles al eens gezien hebt. Wanneer alles nieuw is, heb je energie te over.”

Is de macht van het parlement in al die jaren ­afgenomen?

Van Rompuy: “De macht van het parlement is altijd moeilijk geweest. Toen ik hier binnenkwam, vroeg de regering-Martens volmachten aan het parlement. En de mededeling over de plaatsing van de raketten kregen we pas te horen toen ze die ­raketten al aan het overvliegen waren. Het is vooral de communicatie die veranderd is: door sociale media en nieuwssites nemen de regeringsleden bijna dag en nacht stellingen in. Vooraleer het ­parlement iets kan bespreken, is het debat in de publieke opinie al lang gevoerd.”

Van der Maelen: “Vroeger vond het debat hier plaats. Wij kregen als jonge parlementairen de raad om ons zo snel mogelijk in te werken in enkele dossiers. Kennis en inhoud waren belangrijker dan communicatie. Nu gaat de meeste aandacht van de jonge parlementairen naar de communicatieopleiding.”

Van Rompuy: “De regering-Martens kon dan wel volmachten vragen, ze moest daarvoor wel ellen­lange vergaderingen doorstaan. Ik herinner mij nog een parlementaire vergadering van 48 uur, non-stop. Nu moet alles veel sneller gaan. ”

Vorig jaar kreeg u nauwelijks een paar dagen voor de ­hele hervorming van de vennootschapsbelasting.

Van Rompuy: “We kregen dat wetsontwerp op 15 december en tegen Kerstmis moest het helemaal goedgekeurd zijn.”

Van der Maelen: “Met een echte Kamervoorzitter zou dat nooit op die manier door de Kamer gejaagd zijn. In het Vlaams Parlement durft voorzitter Jan Peumans (N-VA) wel in het verweer te gaan tegen de regering, misschien omdat hij bezig is aan zijn laatste legislatuur.”

Van Rompuy: “De Kamervoorzitter heeft sowieso weinig macht. Hij moet luisteren naar de conferentie van de fractievoorzitters. En zij luisteren op hun beurt naar wat de regering hen opdraagt. Als het snel moet gaan, dan buigen die toch.”

Eigenlijk laten jullie zich veel te gemakkelijk aan de kant duwen?

Van Rompuy: “Als je alles aanvaardt wat de meerderheidspartijen beslissen, dan verdwijnt in elk ­geval het respect van de regering voor het parlement. En sommige ministers nemen de parlementsleden al niet serieus, omdat ze zelf nooit in het ­parlement gezeten hebben. Er zijn nu zelfs partijvoorzitters zoals John Crombez (SP.A) en Gwendolyn Rutten (Open VLD) die ontslag genomen hebben uit het parlement.”

Van der Maelen: “Die partijvoorzitters komen toch niet naar de vergaderingen. Dan kunnen ze toch beter hun plaats afstaan aan mensen die er wel vol voor gaan?”

Van Rompuy: “Die partijvoorzitters zijn vandaag wel oppermachtig, zoals in de jaren 70. Dat is een gevaarlijke evolutie en N-VA speelt daar een hoofdrol in. De Wever lanceert zijn dictaten vanop ‘t Schoon Verdiep. Hij duwt zelfs de premier aan de kant.”

Van der Maelen: “Als fractieleider van een meerderheidspartij legde ik toenmalig minister van ­Financiën Didier Reynders (MR) regelmatig het vuur aan de schenen over de fiscale fraudebestrijding. Ik kreeg onder mijn voeten van mijn eigen ­vicepremier Johan Vande Lanotte. Maar dat heeft me niet tegengehouden.”

U bent de defensiespecialist bij SP.A. Hoe voelde u zich toen uw partijvoorzitter recent het F-16-dossier naar zich toetrok?

Van der Maelen: “Het dossier was niet van mij, maar van de partij. Ik heb een excellente samenwerking met John Crombez. We hebben hard ­gewerkt en noodzakelijke informatie naar boven gebracht. En we zullen blijven komen. Alleen is John wat te voortvarend geweest met die twee mails. ”

Heeft u hem niet afgeraden om die twee valse mails te gebruiken?

Van der Maelen: “Ik zat toen in het buitenland.”

Volgens sommigen zat Crombez in een tunnel en wilde hij niet meer luisteren.

Van der Maelen: “Dat is hoe men achteraf de fout probeerde te verklaren. We weten van verscheidene goed geplaatste militairen dat minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) wist dat er studies waren van Lockheed Martin en dat de F-16’s ook na 2023 nog konden vliegen. Toch heeft hij in de Kamer altijd het tegenovergestelde verklaard. Een parlement kan niet functioneren als ministers denken dat ze de waarheid niet moeten vertellen.”

Was het niet bijzonder dom om die mails in het dossier te steken?

Van der Maelen: “John en ik zijn er stellig van overtuigd dat ze inhoudelijk correct zijn. Maar diegenen die de informatie hadden, hebben de verpakking gemanipuleerd zodat je de indruk krijgt dat het niet van militairen komt.”

Van Rompuy: “Dat is het gevaarlijke aan de ­manier waarop u aan politiek doet: u zoekt schandalen. Maar wie frontaal in de aanval gaat zonder dat hij honderd procent zeker is, krijgt dat in de moderne mediamaatschappij – als die info vals blijkt te zijn – als een boemerang terug. Hetzelfde met de onderzoekscommissie-Kazachgate, waarvan u voorzitter was. Daar begon u op een bepaald moment ook CD&V te verdenken van gelobby in de diamantsector.”

Van der Maelen: “Dat kan ik bewijzen.”

Van Rompuy: “Nee. Dat is nooit uit die commissie gekomen.”

Van der Maelen: “Toch wel, maar de meerderheid heeft het niet goedgekeurd. De rol die we ­spelen, houdt inderdaad risico’s in. Met die mails zijn we op een mijn gelopen. Maar als je aanwijzingen hebt dat er iets niet pluis is, is het je verdomde plicht als parlementslid, zeker van de oppositie, om ervoor te gaan.”

Is John Crombez nog de juiste man op de juiste plaats?

Van der Maelen: “Ja. Hij heeft een ongelofelijke werkkracht en een goede visie op hoe we ons moeten positioneren. Voor één vergissing stuur je de partijvoorzitter niet wandelen.”

Is dit zijn eerste vergissing?

Van der Maelen: “Ik heb John bij het begin gezegd dat hij aan een heel moeilijke job begon. Kijk maar naar Stefaan De Clerck indertijd bij CD&V of Annemie Neyts bij de PVV: een partij die na jarenlang regeren in de oppositie verzeilt, krijg je niet zomaar terug op de rails.”

Hoever kan een parlementslid van de meerderheid vandaag nog gaan in de kritiek op de eigen regering?

Van Rompuy: “Ik heb minister van Financiën ­Johan Van Overtveldt (N-VA) verschillende keren tot de orde geroepen. Als ik vaststel dat de Kaaimantaks maar 50 miljoen euro opbrengt in plaats van 500 miljoen, dan is het mijn plicht om dat aan te kaarten. Hetzelfde met de begrotingstekorten. De regering zegt dat ze in 2019 een evenwicht kan bereiken door 3 miljard euro te besparen, maar de Europese Commissie en de Hoge Raad van Financiën spreekt van 7 à 8 miljard. Ik word dan weg­gezet als gefrustreerd of als lid van de oppositie. Maar binnen de regering mogen ze onderling wel om de haverklap een robbertje vechten.”

Volstaat het om kritiek te geven, of moet je op een ­bepaald moment ook weigeren om mee te stemmen, ­zoals uw partijgenoot Hendrik Bogaert dreigt te doen met de begroting?

Van Rompuy: “We hebben Bogaert gedurende drie of vier jaar amper drie keer gezien in de commissie Begroting en Financiën. Een parlementslid moet hier aanwezig zijn en zijn werk doen. Niet na vier jaar via Twitter komen zeggen dat je niet mee gaat stemmen. Bovendien heeft hij het over de ­begroting van 2020. Die moet pas gestemd worden in de volgende legislatuur.”

Dat neemt niet weg dat jullie een evenwicht hadden ­beloofd. En dat het er niet zal komen.

Van der Maelen: “Jullie nemen hier mijn rol over.” (lacht)

U mag zich altijd moeien.

Van Rompuy: “De socialisten zijn slecht ­geplaatst om hierover iets te zeggen. Zij waren tegen begrotingsevenwichten.”

Van der Maelen: “In de regeringen voor de bankencrisis, waarvan wij deel uitmaakten, is de schuldgraad ferm gedaald. Nooit heeft de wind zo meegezeten als vandaag om de begroting op orde te krijgen. Maar dan mag je natuurlijk geen fiscale ­cadeaus geven aan je kiezers.”

Van Rompuy: “Onder de regeringen met de socialisten werden geen jobs gecreëerd in de privé.”

Van der Maelen: “We waren de economische crisis aan het verwerken. Er was nergens groei in ­Europa.”

Van Rompuy: “Dit soort discussies illustreert dus de zwakte van het parlement. De oppositie die alles verwerpt en de meerderheid die alles moet verdedigen. De koopkracht stijgt in 2018 met twee procent, er worden 150.000 jobs gecreëerd.”

Van der Maelen: “Maar minder dan in de rest van Europa.”

Van Rompuy: “Kijk naar de cijfers van de ­Nationale Bank!”

Van der Maelen: “Ik kijk naar de Nationale Bank! De ongelijkheid is toegenomen. De armoede is toegenomen.”

Van Rompuy: “U vervalt weer in slogans. Waarom als oppositie de feiten niet erkennen?”

Rustig, heren. En wij hadden hier op onze vragenlijst nog wel staan: “Meneer Van Rompuy, mist u SP.A soms als coalitiepartner?”

(hilariteit)

Van Rompuy: “Het probleem is vooral hoe we de volgende jaren zullen omgaan met N-VA, die meer en meer op een populistische en sloganeske manier optreedt. Over de geradicaliseerden in de gevangenissen stelde Bart De Wever plots voor dat ze nooit meer mogen vrijkomen. Iedereen, ook De Wever, weet dat je daarvoor de strafwetgeving fundamenteel moet wijzigen. Toch lanceert hij het, omdat hij zo de schuld op minister van Justitie Koen Geens (CD&V) kan schuiven en aan het publiek wil zeggen dat die Benjamin Herman in Luik nooit voorwaardelijk zou vrijkomen als N-VA het voor het zeggen had.”

Van der Maelen: “Ik ben het daar volkomen mee eens. N-VA heeft nooit de bedoeling gehad om een goed beleid te voeren, wel om de perceptie te ­creëren dat ze nog altijd een anti-establishmentpartij is.”

N-VA staat in de peilingen wel mijlen voorop. Hoe gaan jullie partijen daarop inspelen?

Van Rompuy: “Voor ons is het heel moeilijk. CD&V moet het hebben van de nuance. Mensen als voorzitter Wouter Beke hebben niet dat brutaal woordgebruik van De Wever of Theo Francken. Ook inhoudelijk zijn de verkaringen van de Vlaamse populisten voor ons amper te behappen. Neem nu de Europese Unie: De Wever wil die afbouwen en de natiestaat versterken, terwijl er voor ons net meer Europa moet komen.”

Worstelt SP.A daar ook mee?

Van der Maelen: “Ik denk dat de sociaaldemocraten het overal in Europa moeilijk hebben. Maar we moeten de politieke moed van onze eigen overtuiging behouden en ons afzetten tegen de volksverlakkerij van N-VA. Vorige week, net voor zijn vertrek, heb ik de Hongaarse ambassadeur in België ontmoet. Ik zei hem dat ik mij zeer ongerust maak over wat er in zijn land aan het gebeuren is. Op elke vraag over de Hongaarse migratiepolitiek antwoordde hij: Francken zegt toch net hetzelfde?”

Van Rompuy: “Macron in Frankrijk, toch ook een centrumverhaal, stemt mij wel hoopvol. Hij wil het migratieprobleem op een menselijke manier oplossen. Dat is de weg die we moeten volgen. Niet de N-VA’ers achternalopen, die zich, als ze uitstappen uit hun campagnebus, laten toejuichen door mensen die roepen: Gooi ze maar buiten, die vreemdelingen. Ik heb me nog nooit zo thuis gevoeld in het christendemocratische project als vandaag. En tegelijk stemt het me droevig dat ik afscheid moet nemen in een context waarin een coalitiepartner systematisch onze partij tracht te destabiliseren.”

Wat gaat u doen volgend jaar? Schrijft u vanaf dan elke dag een blog tegen N-VA, in plaats van elke ­zondag?

Van Rompuy: (lacht) “Nee. Ik ga wel mijn memoires schrijven. Maar ik ga na veertig jaar politiek wel eerst wat afstand nemen. De titel heb ik al: I did it my way.”

Van der Maelen: “Ik blijf in Geraardsbergen ­lokaal actief maar ik wil meer tijd voor mijn kleinkinderen en ik wil cursussen volgen aan de universiteit om een aantal dingen beter te doorgronden. Voor de rest kan ik nog niet veel zeggen. Ik ga de wijze raad volgen die (de vroegere Gentse burgemeester, nvdr.) Frank Beke mij heeft gegeven: hij had onmiddellijk na zijn afscheid veel te veel dingen aanvaard. Ik ga zes maanden wachten vooraleer ik inga op een aanbieding.”

Tekst: Hannes Cattebeke en Arnout Gyssels
Copyright © 2018 Mediahuis. Alle rechten voorbehouden