Geen begrotingsevenwicht in 2019

Mondelinge vraag aan minister Van Overtveldt

Eric Van Rompuy (CD&V): Mijnheer de minister, mijn vraag over het begrotingsproject en de voorbereiding van het stabiliteitsprogramma had ik vrijdagochtend ingediend. Ik heb ‘s middags op het nieuws dan echter gezien dat de regering daarover al een beslissing had genomen. Wij zullen een en ander echter zeker nog tijdens de begrotingscontrole bespreken.

Mijnheer de minister, niettemin stel ik nog de hiernavolgende vraag.

Het begrotingsevenwicht van 2019 is naar 2020 verschoven. In de berekeningen van de Hoge Raad van Financiën gaat de Raad, wanneer wij de tabellen bekijken, voor de komende jaren uit van een verslechtering bij ongewijzigd beleid.

Er was een daling naar 1 % van het bruto binnenlands product in 2017, wat een heel goed resultaat was en een spectaculaire vermindering ten opzichte van 2016. Dat percentage zou in 2018 echter opnieuw stijgen naar 1,4 %, naar 1,9 % in 2019 en naar 1,9 % in 2020.

Bijgevolg zou het op drie jaar tijd om een cumulatieve verslechtering van bijna 1 %, namelijk 0,9 %, gaan. Geformuleerd in absolute bedragen, zou dat een verslechtering van ongeveer 4 miljard euro betekenen.

Wij kampen nu ook nog met een tekort van 4 miljard euro, wat betekent dat wij in 2020 bij ongewijzigd beleid op een tekort van ongeveer 8 miljard euro zouden uitkomen. Dat betekent ook dat het primair saldo zou verminderen van 1,5 % van het bruto binnenlands product in 2017 naar 0,4 % in 2021. Nochtans zou het primair surplus 2 % moeten bedragen, om onze hoge schuldratio te verminderen. Wij kampen immers nog altijd met een schuld van 102 à 103 %.

De Hoge Raad van Financiën stelt een dubbel traject voor, met name een structureel evenwicht in 2020 en een structurele verbetering van 0,6 % in 2019 ofwel een alternatief project met een structureel evenwicht in 2020 en een gelijke spreiding van de verbetering in 2019 en 2020.

Mijn vraag is de volgende. Wat heeft de regering nu juist beslist?

Er komt een traject, waardoor wij het begrotingsevenwicht naar 2020 verschuiven. Wat is de implicatie daarvan voor 2019? Het ene scenario spreekt van een besparing van 4,6 miljard. In een ander traject wordt van een besparing van 3,6 miljard gesproken.

Mijn persoonlijke mening is de volgende. Ik heb er in mijn hoedanigheid van voorzitter van de commissie van de Financiën altijd van gedroomd met een begrotingsevenwicht afscheid te nemen. U bent jonger dan ik, maar ik heb hier in het begin van de jaren tachtig meegemaakt dat er tekorten van 13 % en 14 % waren.

Ik dacht dat, met de betere conjunctuur en de rentedaling, deze regering de unieke kans zou grijpen om in 2019 een begrotingsevenwicht te bereiken. Dat is nu niet het geval. Er zijn de vergrijzingskosten. De rente blijft ook niet eeuwig laag. De pensioenlasten zullen stijgen. Er is nu een groei in de conjunctuur van 2 %. We kenden vorig jaar een zeer goed resultaat inzake de ontvangsten voor de personenbelasting en ook inzake de voorafbetaling van de vennootschaps­belasting.

Volgens mijn waardeoordeel is dit een gemiste kans.

Als ik het goed heb, moet het stabiliteitsprogramma morgen nog worden goedgekeurd door de regering. Over welke percentages gaat het dan? Volgt men wat de Hoge Raad gezegd heeft? Welk traject wordt gevolgd? Wat zijn daarvan de implicaties?

Bij de begrotingscontrole zullen we zeker de kans krijgen om dit ten gronde te bespreken.

32.02 Minister Johan Van Overtveldt: Ik heb de discussie daarover gemist omdat ik toen in Washington zat voor besprekingen. Het is altijd interessant om hiernaar te kijken vanuit een globale context. De mensen van het IMF benadrukten ten zeerste dat de conjunctuur goed verloopt en dat de vooruitzichten goed zijn. Er is natuurlijk de dreiging van de handelsoorlog, die zeer ernstig genomen wordt. Er is echter ook het feit, en ik meen dat gewezen SEB-voorzitter Trichet daar tijdens het weekend ook op gewezen heeft, dat de schuld altijd maar blijft stijgen. Het is dus per definitie zo dat het wereldwijde financiële systeem daardoor fragieler wordt. Het is een schuldstijging in procent van het bbp, dus die schuld is zwaarder om te dragen.

Ik heb de discussie binnen de regering over het concrete traject dus gemist. Ik heb begrepen dat we kiezen voor trajec 2 van de Hoge Raad, dat dus nog een aanzienlijke inspanning zal vergen van 3,6 miljard. U hebt zelf ook begrotings­controles meegemaakt. U weet wat het is om, zeker in de “pre-electorale context” waarin we nu komen, 3,6 miljard te moeten zoeken. Dat zal niet evident zijn. Ik deel uw mening dat we dat inderdaad met alle mogelijke middelen moeten trachten te realiseren.

Dat begrotingsevenwicht is namelijk meer dan een fetisj. Het is iets dat uiteraard zal bijdragen tot een versnelde schuldafbouw. Het is bovendien ook iets belangrijks voor de reputatie van ons land. Men zegt altijd dat we het geluk hebben van de rentedalingen. Dat klopt. Dat geluk moet echter ook voor een stuk afgedwongen worden. We hebben een goede tot zeer goede rating bij de ratingagencies. Dat vertaalt zich in marktrentes die zijn wat ze zijn.

Andere landen die het budgettair minder goed doen, moeten een stuk meer betalen. Ik ben het echter volledig met u eens, mijnheer Van Rompuy, dat wij er alles aan moeten doen om minstens zo dicht mogelijk bij de doelstelling van een begrotingsevenwicht te komen. Ik zal samen met minister Wilmès uiteraard de nodige toelichting komen geven.